De oer kracht van glitter

Het Swarovski-pretpark in Oostenrijk houdt het midden tussen de Efteling en een biënnale. tekst Ivo Weyel

Nadja Swarovski (45) heet iedereen welkom. Ze is gekleed in een zwarte robe, bezaaid met Swarovskikristallen. De tent zit vol met Swarovski’s (zeventig familieleden), met notabelen (zelfs de Oostenrijkse Bondspresident Heinz Fischer geeft acte de présence) en heel veel ontwerpers en designers: Jean Paul Gaultier, Lee Bul, Tom Dixon, Fredrikson Stallard, Studio Job, Tord Boontje, Maarten Baas, Iris van Herpen.

Aanleiding voor het feest is de viering van het 120-jarige bestaan van Swarovski (Nadja’s Überübergrossvater Daniel is het ooit begonnen) en de heropening van Kristallwelten, het Swarovskipretpark in Wattens, een klein dorpje even buiten Innsbruck.

Kristallwelten houdt het midden tussen de Efteling en een biënnale. In een ruim zeven hectaren groot park staan diverse paviljoens, restaurants, klimgebouwen, grotten, waterspuwende monsters, doolhoven, geheimzinnige Wunderkammers en kristallen kunstobjecten. Met 650.000 bezoekers per jaar is het, na kasteel Schönbrunn in Wenen, Oostenrijks grootste toeristenattractie. Misschien straks wel de allergrootste, want na een grondige vernieuwing die zes maanden duurde en bijna 40 miljoen euro kostte, mikt men nu op ruim 850.000 bezoekers.

Design kroonluchter

Nadja dankt haar Mutti und Vati, haar ooms en tantes, zelfs haar overleden voorouders voor het feit dat ze hier als vijfde generatie dit jubileum mag vieren. Maar ongetwijfeld zullen er enige I told you so-gedachten bij haar opborrelen. Zij was het namelijk die in 1999 tijdens een familievergadering het idee opperde samen te gaan werken met toonaangevende ontwerpers en designers. Ze wilde weg van de schattige kristallen beestjes waar het merk al decennia beroemd om was, weg van de burgerlijke truttigheid. Nein zei de familie. Of althans, ga je gang, maar zonder de familienaam. Onder de naam Crystal Palace nodigde ze jonge designers uit kroonluchters en eigentijdse sieraden te ontwerpen. Ze sponsorde de toen opkomende modeontwerper Alexander McQueen door hem gratis te voorzien van kristallen en stoffen gemaakt van microkristallen (een soort soepele maliënkolders).

Het werd een eclatant succes. De media-aandacht was overweldigend. De kroonluchters werden aangekocht door het New Yorkse MoMa en het Londense Design Museum. Ze hingen in het paleis van Versailles. De sieraden vlogen de winkels uit. De grootste namen uit de kunst-, design- en architectuurwereld wilden meedoen, van Zaha Hadid tot Frank Gehry, van Tord Boontje tot Philippe Starck. Vijftien jaar later behelst deze kristallen designtak bijna tachtig procent van de jaarlijkse omzet. Geen wonder dat de familie alsnog graag de familienaam voor Crystal Palace zette.

Tussen echt en nep

Toch blijft Swarovski een raar fenomeen. Iets tussen kunst en kitsch. Tussen echt en nep. Al lijken de glimmende steentjes natuurkristallen, ze zijn 100% fabrieksmatig gemaakt, een chemisch product van water, zand en lood. Ze schitteren als diamant, maar zijn dat niet. (De ontzagwekkende steen aan de ringvinger van Nadja Swarovski zelf is overigens een echte diamant, vertelt ze desgevraagd.)

En ook al maakte de Zuid-Koreaanse kunstenaar Lee Bul een indrukwekkend, sneeuwachtig kunstwerk, bouwde Fredrikson Stallard een fenomenaal woud van honderden bamboe-achtige stammen en ontwierp het Amerikaans-Franse kunstenaarsduo Cao Perrot een fenomenale wolkeninstallatie, het feit dat in de ontwerpen glittersteentjes zitten (800.000 stuks in de wolkeninstallatie) geeft ze een kitscherige bijsmaak.

Toch ben ik onder de indruk. Wie de geheel uit kristallen opgebouwde kathedraalachtige ronde hal binnentreedt (Brian Eno componeerde speciaal voor deze ruimte het muziekstuk 55 Million Crystals), kan niet anders dan overdonderd worden. Hier geldt de oerkracht van glans en glitter. Je verstand zegt nee, maar je gevoel geeft zich over. Lopend door de ondergrondse gewelven waarin de zogenaamde Wunderkammers zich bevinden, een aaneenschakeling van donkere ruimtes waarin steeds een ander kunstwerk staat, valt je mond open. In een daarvan staat het wonderlandschap van Studio Job, een maquette van wereldse iconen: van de Big Ben tot kasteel Neuschwanstein, van president Obama’s helikopter tot Napoleon te paard. Er rijdt een treintje door het landschap. De muren eromheen zijn beschilderd met citaten uit liederen van de vijftiende-eeuwse Zuid-Nederlands/Oostenrijkse componist Isaac Heinrich (Mein Freund allein in aller Welt).

Gewapend met een glas sekt, geschonken in champagneglazen met tientallen Swarovski-kristallen in de ranke voet, geven Nynke Tynagel en Job Smeets van Studio Job uitleg: „De naïviteit van het treinlandschap staat in contrast met de importantie van de uitgebeelde iconen.” Hun ontwerp verwijst volgens de kunstenaars naar de grand tour, de wereldreis die welgestelde lieden in de negentiende eeuw maakten om – weer eenmaal thuis – de meegebrachte souvenirs uit verre oorden als trofeeën te laten zien in hun speciaal voor dat doel ingerichte Wunderkammers. „Het is weemoed en blijdschap. Het is surrealistisch. Het is wat iedereen erin wil zien. Of juist niet.”

Na het dolen door de duistere Wunderkammers, het wegdromen onder de Crystal Cloud, het beklimmen van de trappen van de kristallen Playtower (van architectenbureau Snøhetta), en niet te vergeten het dwalen door de eindeloos grote Swarovski-shop (waar je door alle bochten je richtinggevoel compleet verliest, wat ongetwijfeld de bedoeling is), gaat het me een beetje duizelen. Een hapje eten in het restaurant biedt niet echt soelaas, ook daar is kristal alom aanwezig in wijnglas, soepbord en bloemenvaas.

’s Avonds, tijdens het feest in de tent, zijn alle tafels bedolven onder een ware lawine kristallen, brokstukken in alle vormen en maten. Er is ook niemand aanwezig zonder kristal in knoopsgat, oor of jurk. Zangeres Tahliah Debrett Barnett alias FKA Twigs draagt niet alleen een kristallen jurk, maar heeft de steentjes ook in heur haar, oren, nagels en neus. Ik ben geloof ik een beetje kristalmoe.