Banken beconcurreren is zo wel erg moeilijk

De AFM belemmert financiële start-up Monefy dusdanig dat „van strijden tegen de gevestigde orde niets terechtkomt”, stelt Monefy.

Foto Thinkstock

Het is nog verdomd lastig om als kleine, beginnende ondernemer de strijd aan te binden met grote banken in Nederland. Tenminste, dat vindt Martin van Oyen (27). Samen met zijn compagnon Rens Wajon (26) richtte hij onlangs Monefy op. Dat is een crowdfunding-bedrijfje dat kredieten wil gaan verstrekken aan mkb-ondernemers. Het moet een alternatief vormen voor de grote banken die de markt al jaren domineren.

Maar makkelijk gaat het volgens Van Oyen niet. In eerste instantie kreeg hij geen vergunning van toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) omdat hij en zijn partner niet over genoeg bestuurservaring beschikken. Ze komen vrijwel rechtstreeks van de universiteit. Van Oyen is jurist en werkte twee jaar bij KPMG. Wajon is econometrist en heeft ook twee jaar ervaring.

Toen ze daarop een paar in hun ogen financiële en bestuurlijke zwaargewichten aantrokken, onder wie Kees Droppert en Peter Verhaar, was dat nog steeds niet genoeg. Droppert was tot maart directeur van de Nederlandse tak van de Franse megabank Crédit Agricole. Verhaar is oprichter van vermogensbeheerder Alex. De AFM vond echter ook dit „collectief” onvoldoende geschikt om zonder beperking een vergunning te verlenen.

Sta-in-de-weg

Vervolgens eiste de AFM dat Monefy het eerste jaar met maximaal zes werknemers opereerde. Die eis is volgens Van Oyen „belemmerend” en „risicovol”. De zes man is inclusief bestuurders. Dan is er nog plek voor één werknemer. Daarmee kun je niet groeien. En wat als iemand ziek wordt?

Van Oyen zegt dat de AFM een sta-in-de-weg kan zijn voor nieuwkomers in de sector. „Voorlopig komt er van strijden tegen de gevestigde orde niets terecht, we moeten er eerst uitkomen met de AFM.” En dat terwijl er een schreeuwende behoefte aan nieuwe spelers zou zijn. Ook bij de AFM.

Er zijn al jaren klachten over de gebrekkige concurrentie in de Nederlandse bankensector. De drie grote banken, ING, Rabobank en ABN Amro, hebben samen een marktaandeel van 60 à 80 procent. Voor klanten is dat ongunstig. Weinig concurrentie leidt zelden tot lage prijzen.

Een andere toezichthouder, De Nederlandsche Bank, bracht in juni nog een kritisch rapport uit. Hoofd Toezicht Jan Sijbrand sprak toen van een „oligopolie”. Daardoor zouden de marges die grote banken maken op bijvoorbeeld hypotheken in Nederland „internationaal gezien heel hoog zijn”.

Dilemma

Een woordvoerder van de AFM erkent dat er een dilemma is. „De AFM juicht innovatie en nieuwe toetreders toe.” Maar de toezichthouder moet ook streng zijn in het „belang van consumenten en ondernemers”, zegt hij.

Crowdfunding is een relatief nieuwe tak van sport in de financiële wereld. Buiten banken om worden geldschieters en geldvragers bij elkaar gebracht. Vaak komt dat geld van vermogende particulieren. Vooralsnog is het klein, maar het groeit snel. Mede als gevolg van de strengere eisen die aan traditionele banken worden gesteld. Die dwingen hen voorzichtiger te zijn met kredieten verstrekken.

Crowdfundingbedrijven zijn niet zonder risico’s, waarschuwde de AFM vorig jaar. Zowel beleggers als ondernemers die geld willen lenen, moeten voorzichtig zijn. Soms zijn beleggers slecht beschermd, soms worden ondernemers volgepropt met schulden.

Geen toezicht

Daarom zegt de AFM streng te willen zijn. De lastigheid is daarbij dat de industrie nog jong is en het beleid in ontwikkeling. Op een deel van de bedrijven wordt momenteel zelfs geen toezicht gehouden. De AFM heeft het kabinet gevraagd om extra bevoegdheden om dat beter te kunnen doen.

De AFM zei vorig jaar wel dat het kijkt naar oplossingen voor onnodige „juridische knelpunten”. Mogelijk dat een evaluatie komt van de impact van het beleid op start-ups zoals Monefy.

Van Oyen erkent dat er crowdfundingbedrijven zijn die zich „niet aan de regels houden”. Maar over zijn bedrijf hoeft de toezichthouder zich geen zorgen te maken, zegt hij. „Monefy wil het beste jongetje van de klas zijn.” Dat zou onder meer blijken uit het feit dat hij met de AFM in gesprek is over nóg een vergunning, waardoor Monefy onder het zwaarste toezichtsregime valt. Van Oyen vindt het wrang dat juist terwijl zijn bedrijf bewust kiest voor een zwaar toezichtsregime, het beperkingen krijgt opgelegd.

Hij blijft vinden dat de toezichthouder sneller mag werken en ook duidelijker mag zijn over wat die zelf wil. Nu zou de houding vooral afwachtend zijn, bijvoorbeeld op regels uit Den Haag. De AFM moet „leiderschap” tonen, zegt Van Oyen, maar zou vooral bang zijn om opnieuw fouten te maken. Een erfenis van de crisis, denkt hij. „Daardoor duurt het nu allemaal vreselijk lang. En dat is niet in het belang van klanten. Wij willen dat klanten goedkoper uit zijn. Maar door de AFM wordt het juist duurder.”