Angels drukken concurrent de kop in

Foto EPA, bewerking Fotodienst NRC

Kin omhoog, dichtgeknepen ogen, gebalde vuisten. De Rebels kijken zo stoer mogelijk in de lens. Het is al laat in de Promenade, een Rotterdamse kroeg waar een biljarttafel staat en oude gezegden over wijn aan de muur prijken, als de foto wordt gemaakt. Motorclub Rebels houdt hier zaterdag haar clubavond. Het zijn tien mannen met kortgeschoren haren, spijkerbroeken en zwarte jacks aan. Achterop de jacks staat een doodshoofd in een roodblauwe vlag en de letters: ‘Rebels Holland’.

Wereldwijd is Rebels MC een bekende naam. Het is de grootste motorclub van Australië, rivaal van de Hells Angels en heeft een stevige reputatie in drugs- en wapenhandel.

In alle stilte openden de Rebels begin dit jaar een filiaal in Nederland, zo ontdekte deze krant, die met twee anonieme clubleden sprak en nog zes leden via Facebook identificeerde. Maar een half jaar na hun oprichting zijn de Rebels alweer opgeheven. De club werd bedreigd door de Hells Angels, zo bevestigen bronnen uit opsporingskringen.

Rebels Holland begint in 2014 bij een groep vrienden die samen opgroeiden in de Rotterdamse wijk Hoogvliet. De mannen, twintigers en dertigers, sommigen met een omvangrijk strafblad, fitnessen en kickboxen samen. Ze proberen al langer aansluiting te vinden bij een motorclub. Een aantal kwam over de vloer bij de Hells Angels, maar het lukte daar nooit om volwaardig lid te worden. Daarvoor moet je je eerst bewijzen als potentieel lid door vervelende klusjes op te knappen, zoals motoren poetsen. Hadden de jongens geen zin in.

Een van hen komt via schoonfamilie in contact met de internationale motorclub Rebels. Het plan ontstaat om in Nederland een Rebels-afdeling te starten. De vrienden reageren enthousiast op het voornemen. „Ik vond de colors (clubkleuren) wel mooi”, zegt een lid. „En dat ze met de Angels in de clinch liggen, sprak me ook aan.” Een ander lid zegt dat hij vooral aansloeg op het clublied van de Rebels. Daarin staat dat een Rebel zelf nooit geweld zal starten maar het ook niet uit de weg gaat.

Er wordt contact gelegd met Alex Vella, een oud-bokser die vanuit Malta leiding geeft aan alle Rebels-afdelingen ter wereld. Hij geeft toestemming voor een Nederlands chapter. Begin dit jaar houden de mannen hun eerste clubavond in Rebels-hesjes, die ze vanuit Malta krijgen opgestuurd.

Feyenoordhooligans én beveiligers

Ze starten met elf leden, en als de mannen in hun eigen netwerk gaan werven worden het er al gauw tientallen. Ze hebben zeer verschillende achtergronden. Er zitten Feyenoordhooligans bij, beveiligers, maar ook een keukenverkoper die overdag een maatpak draagt. Sommigen zijn verslaafd geweest aan drugs. Een ander lid is oorlogsveteraan met een posttraumatische stress-stoornis. Er zit een Antilliaan bij de club, die op sociale media spreekt over zijn hasjgebruik en een foto plaatst van gesneden wiet. Die gaat hij verkopen voor 200 euro, schrijft hij. Op een andere foto prijkt een machinegeweer. „Je mond maakt ruzie en mijn pistool eindigt het”, schrijft hij in het Antilliaans.

Hoe verschillend de leden mogen zijn, in de Rebels vormen ze „één familie”, zeggen ze. „Ik vertrouw mijn brothers. Het belangrijkste is dat je weet wat je aan elkaar hebt. En dat je elkaar nooit naait.” „Je belooft je club trouw en dat moet in je bloed zitten”, aldus een ander.

De clubavonden worden gehouden in cafés in Schiedam en Rotterdam, waaronder de Promenade, waar ze zich uitgebreid laten fotograferen. De eigenaar van het café, een hoogblonde vrouw uit een woonwagenkamp, bevestigt dat de motorclub welkom was in haar café. „Ik zou niet weten waarom niet. Iedereen mag hier komen.” De Rebels bestellen bier of wodka. Het zijn vriendelijke jongens, vindt de uitbaatster. „Toen ik om 2 uur ’s nachts ging sluiten, wilden ze nog door. Ik gaf ze een fles Baccardi mee om thuis verder te feesten. Stonden ze de dag erna bij me op de stoep: met twéé flessen Baccardi. Als bedankje.”

Ook vrouwen van de leden zijn welkom op de clubavonden. Er mag alleen niet gepraat worden met andermans vrouw. Die regel is bedacht om ruzie te voorkomen: de mannen zouden jaloers worden als zij zien dat een ander lid met hun vrouw flirt. Wie zich niet aan de regel houdt, wordt geroyeerd.

Al gauw verschijnen op Facebook foto’s van clubavonden. Op de internationale website van de Rebels wordt melding gemaakt van de opening van het Nederlandse chapter. Maar eind mei verdwijnen de foto’s plots van Facebook. Rebels Holland is opgeheven, even snel als het werd opgericht.

Overstap naar No Surrender

Wat is er gebeurd? De Hells Angels hebben de Rebels opgemerkt. Dat hun rivaal zich in Nederland vestigt, vatten de Angels op als een provocatie. Temeer omdat een ex-Angel bij de Rebels is betrokken. Volgens informatie uit opsporingskringen en bronnen in de motorwereld hebben de Hells Angels de Rebels bedreigd. Leden zouden privé bezoek hebben gekregen van de Angels. Zij kregen te horen dat de Rebels moesten stoppen, anders zou hun president eraan gaan. De president werd vervolgens door Angels lastig gevallen, toen hij in Zuid-Afrika een nieuwe Rebels-afdeling probeerde te starten. Ook kwamen Angels naar verluidt op bezoek bij zijn ouders. De Hells Angels laten via advocaat Gert Kaaij weten geen commentaar te geven op de beschuldigingen.

Aanvankelijk willen de Rebels van geen wijken weten, maar dan mengt No Surrender, weer een andere motorclub, zich in de vete. No Surrender wil de Rebels overpatchen – dat wil zeggen: de Rebels lid maken van No Surrender. Dit gebeurt vaker onder outlaw motorclubs. Door andere clubs over te nemen groeien ze harder dan hun concurrenten. Soms worden clubs onder dwang overgepatched. In dit geval biedt een overstap naar No Surrender uitkomst voor de Rebels, omdat ze dan onder hun ‘bescherming’ vallen en niets meer te vrezen hebben van de Hells Angels. Eind mei maakt een aantal Rebels de overstap. De rest stopt ermee.

De Rebels kijken teleurgesteld terug op het korte bestaan van hun club. „Wat er mis ging? We wilden te snel”, zegt een lid. „We hebben gelijk foto’s van onze clubavonden op internet gezet, terwijl we beter in stilte hadden kunnen doorgroeien. Waren we groot genoeg geweest, dan hadden de Angels ons niks kunnen maken.”