Wij zijn ook gewoon lid van de AVRO

Bedenker Gay Pride

De botentocht is het hoogtepunt van Gay Pride. Morgen is de 20ste editie.

Geen ontbloting van geslachtsdelen, geen geslachtsverkeer in het openbaar, geen zelfbevrediging, geen seks met kinderen en dieren. Dat waren de regels van de politie die de deelnemers van de eerste Amsterdam Gay Pride in 1996 moesten ondertekenen. En ze verzekerden voldoende media-aandacht, al voordat het evenement begon.

Drie edities, dacht bedenker Siep de Haan (55) destijds. Dan heeft iedereen er wel genoeg van. Maar 20.000 bezoekers werden er 300.000, en in 2008 zelfs een half miljoen. Dit weekend vindt de twintigste editie plaats, met als hoogtepunt de extravagante Canal Parade, morgen door de grachten.

De Gay Games in 1998, een sporttoernooi, waren de reden dat De Haan de Gay Pride bedacht, met zijn man Peter Kramer en Ernst Verhoeven, eigenaar van enkele homocafés in de Reguliersdwarsstraat. Een festiviteit om de omzet van de homozaken tijdens dit evenement wat te spekken, was hun idee. Twee jaar voor de Gay Games begonnen ze, om te oefenen.

Behalve omzet generen moest de Gay Pride ook een cadeautje van de gayscene voor Amsterdam zijn, als dank voor het prettige leven en werken in een stad met zo veel nationaliteiten. De Haan noemt Club Havana als voorbeeld van de tolerante sfeer: beneden homo’s, boven Antilliaanse jongeren. „Dat vond niemand raar! Er was geen gescheld, geen geschreeuw.”

Nu staat de homo-emancipatie er minder florissant voor, vindt De Haan. Hij laat een krantenknipsel zien uit 2012: Homostel weggepest uit Utrecht. „Dit soort berichten, die waren er niet. Ja, in de jaren 50.”

Conservatieve religieuze groeperingen zijn een bedreiging, zegt De Haan. Toen christenen, nu moslims. Zelf kan hij ook niet meer in elke buurt van Amsterdam wonen. „Ik neem dat niemand kwalijk, ik heb ook vooroordelen.” Voorlichting over homoseksualiteit op middelbare scholen vindt hij heel belangrijk. „Ouderen krijg je niet meer in beweging, maar jongeren staan ervoor open.” Sinds een paar jaar is voorlichting verplicht. „In de jaren 90 was dat vanzelfsprekend.”

De Haan zou graag zien dat de Gay Pride „gekleurder” zou zijn: publiek en deelnemers zijn nu voornamelijk blank. Maar dat gaat moeizaam. In 2001 voer voor het eerst een Arabische boot mee. „Deelnemers waren gesluierd en bang dat mensen met stenen zouden gooien. Dat gebeurde niet: ze gooiden bloemen.” Ook bij de Marokkaanse boot vorig jaar leefde die angst, zegt De Haan.

Zijn bloot, seks en wilde uitdossingen de goede manier om culturen aan te spreken waarin het moeilijk is om uit de kast te komen? Nee, beaamt De Haan. Zo kwam het voorstel van oud-stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch, om de tocht door het multiculturele Slotervaart te laten varen, hem op veel kritiek te staan van zijn achterban. Daarom is er nu ook een cultuur- en sportaanbod: „We moeten ook een alternatief bieden.”

Zo bloot en wild is die botentocht trouwens helemaal niet, vindt hij, al klinkt de kritiek over smakeloosheid al jaren. Van de tachtig boten zijn er misschien vijf „een beetje ondeugend”. Het zouden er van hem best vijftien mogen zijn. Gays zijn sowieso braver dan hun imago, denkt hij. „Wij zijn ook gewoon lid van de AVRO.”

Een bedreiging voor de formule van de Gay Pride vindt De Haan dat er „veel heterobedrijven” zijn die aansluiting zoeken. De AHtoGo wordt de AHtoGay, vervoersbedrijf het GVB de GayVB en Artis geeft rondleidingen in het kader van homoseksuele dieren. Ook politici vinden het „een héérlijk evenement”. „Het moet wel een GayPride blijven.”

Maar dan wel een waar heel Nederland mee bezig is. Aan media-aandacht nooit gebrek. De loopbaan van De Haan als organisator is door rumoer omgeven. Bij de eerste editie was er de zedelijkheidsverklaring, later waren er ruzies, met de gemeente, politici. Met oud-wethouder Frits Huffnagel kwam het tot een rechtszaak. Sinds 2006 organiseert De Haan het evenement niet meer, hij is nu ‘ambassadeur’.

Zichtbaarheid blijft belangrijk. „Dat is het belangrijkste deel van emancipatie. Als je emancipatie onzichtbaar is, ben je niet succesvol. Soms is dat shockerend. Maar je kunt er niet mee stoppen. Dat je denkt: we hebben een homohuwelijk, nu is het wel goed. Dat is niet zo. Met name in grote steden, waar veel conservatieve groepen wonen, moet je blijven investeren.”