Voor homo’s die het hele jaar homo zijn

Schrijfster Tosca Niterink en haar dans- en wandelpartner Anita Janssen bezoeken de aanloopactiviteiten van de Canal Pride.

De Gay Parade eert haar met een boot: Bet van Beeren (1902-1967), die een café op de Zeedijk had waar ook hoeren en homo’s welkom waren. Foto Kulturhet

De Canal Pride vindt morgen alweer voor de twintigste keer plaats. U weet wel: bellenblaasboten in de grachten met Patricia Paay erin, Erica Terpstra is er ook altijd bij. En themaboten van homoseksuele bootvluchtelingen. Of boten met kooien en vrouwen in boerka’s van het COC die PvdA-condooms uitdelen van het Aidsfonds. En de Vodafoneboot met mega-opblaastelefoon die inzakt voor de brug terwijl studentenhuismeiden op een rijtje rozeonderbroekdansjes doen op een nummer van ABBA. En Gordon natuurlijk en Ronald Plasterk en Peter R. de Vries op de SBS 6-boot die genieten van de rijdende rechter en alle media-aandacht. Waar vind je dat in de komkommertijd?

‘Vroegah’ was het nog voor homo’s, kon je vlak voor aanvang aansluiten met je rubberboot, als je maar homo was. Those where the days! Toen we nog met een sloep vol gele wol reclame maakten voor een restaurant van een vriendin. Onze boot was ‘een lesbisch kaasfonduesteunpunt’.

„Weet je nog?”, zegt mijn dans- en wandelpartner Annie. Ze leest voor uit het evenementenkrantje van de Gaypride: „Het lijkt wel het evenement met de meeste media-aandacht.” Gegayliciteerd woordgrapt de evenementenkrant in dit kader.

De aanloop

De aanloop naar het drijvende gaymediaspektakel is eigenlijk het leukst. Er wordt in de dagen voor de Canal Pride van alles georganiseerd voor homo’s die gewoon het hele jaar door homo zijn, zonder media-aandacht. Zo staat het Gayprideprogramma bol van de rozeseniorenbingo’s in verzorgingshuizen in alle uithoeken van de stad. Daar willen we wel naartoe!

Helaas, onze scooter wil niet starten. Gelukkig zijn er genoeg andere dingen te doen. Bijvoorbeeld in het Rijksmuseum, dat een rondleiding organiseert langs historische homokunst door de eeuwen heen. „Laat maar”, zucht Annie, „de pers moet zo’n rondleiding drie dagen van tevoren aanvragen in tweevoud met perskaartkopie, brief van de chef en motivatiegetuigschriften.”

Zo belanden we uiteindelijk in een Gayprideaanloopmeezingmiddag bij legendarisch pottencafé ’t Mandje, voorheen het café van Bet van Beeren op de Zeedijk. Er klinken geruststellende meezing- en accordeonklanken door de half geopende deur, we zingen ons opgelucht naar binnen. We raken in gesprek met Diana van Laar, de eigenaresse en nichtje van Bet van Beeren, die allang dood is. Ze zet het café in de geest van haar tante voort.

Haar nicht is geen nicht en ook geen pot. Ze vertelt over haar stoere tante: „Dit café was oorspronkelijk voor zeelieden en hoeren maar homo’s waren ook welkom.”

Bet was heel vooruitstrevend in die tijd, het was nog voor de oorlog en ze liep altijd in lange leren broeken en motorpakken. Daar heeft ze een keer een boete voor gekregen omdat de politie vond dat ze in travestie was. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. Hoewel. „De Zeedijk is niet meer zo tolerant als die was, zeker niet met de opmars van al die Egyptische vleesbistro’s. Aardige kerels, maar laatst kwamen ze toch beleefd vragen of ik die regenboogvlag niet weg wil halen... Nee, tuurlijk doe ik dat niet.”

BetvanBerenboot

„Nee tuurlijk niet”, zegt een vrouw die erbij is komen staan. „Café ’t Mandje vaart morgen mee met de BetvanBerenboot”, vervolgt ze. „Het thema is ‘share’, dat vind ik wel moeilijk. Dus we hebben iets met stropdassen gedaan. Dat brengt altijd dingen symbolisch bij elkaar. En het heeft ook iets met ‘sharen’ te maken dacht ik.”

Ze hebben 2.000 stropdassen ingezameld. „Waarom?”, vraag ik. Het duizelt me.

„Gewoon om te sharen”, zegt ze.

„Oké”, mompel ik verward. „En dan?”

„Op gegeven moment rijgen we de stropdassen aan elkaar en dan maken we een kring.”

„Snap jij het nog Annie?”, fluister ik. De vrouw gaat door: „En we dragen T-shirts van café ’t Mandje: rood geel groen bauw. En we gaan in de volgorde van de kleuren van de regenboog staan.” Dat moeten ze nog oefenen, met die regenboogkleuren en waar ze zitten.

„Waarom zijn er geen senioren op de rozeseniorenmeezingmiddag?”, probeert Annie het gesprek een andere wending te geven.

„Weet ik niet”, zegt Diana de nicht van Bet van Beeren. „Misschien problemen met vervoer. Maar we hebben wel twee transgenders uit Purmerend en die zijn hier ook zonder problemen gekomen. Kom er eens bij staan meiden!”, zegt Diana joviaal.

„Ik heet Nicky”, zegt de ene, „en dit is mijn vriendin, Adrie.” Ze wijst naar een Indonesische vrouw die me een beetje aan Wieteke van Dort doet denken.

„Ik heb een praktijk voor transgenders”, vertelt Adrie. „Bij mij krijgen ze de medicijnen die ze nodig hebben. Bij het VU in Amsterdam moet je meteen het hele traject lopen, bij mij niet. Óf geslachtstransformatie, óf niet, zeggen ze bij het VU.”

„Ben je verpleegkundige?”, vraag ik. „Nee, arts natuurlijk”, zegt ze.

Dan zie ik een bejaarde vrouw zitten. „Hé”, zeg ik tegen Annie, „daar zit onze eerste roze senior.”

„Hoe heet je?”, vraagt Annie.

„Ik ben Inge uit Doetinchem. Ik ben 72”, snauwt ze, „ik ben helemaal met de trein gekomen, maar ik vind er niks aan.”