Tsipras tracht kapot Syriza te lijmen

Premier dwingt een extra partijcongres af waarmee hij de stammenstrijd in zijn partij kan beslechten.

De Griekse premier Tsipras spreekt het Centraal Comité van zijn partij toe. Syriza is tot op het bot verdeeld over de toekomst van Griekenland in de eurozone. Foto Kostas Tsironis/Bloomberg

„De pin moet weer terug in de handgranaat”, zei Alexis Tsipras gisteren tot zijn partijgenoten. „Ik stel voor dat we het erover eens worden dat we zo niet kunnen doorgaan.”

De verdeeldheid binnen zijn eigen partij Syriza komt steeds openlijker en schriller aan het licht. „Op dit moment zijn er twee verschillende strategieën die met elkaar strijden binnen dezelfde partij”, zei regeringswoordvoerder Olga Gerovasili. „Een die Griekenland in de euro wil houden en een andere die Griekenland uit de euro wil.”

De tweehonderd leden van het Centraal Comité van Syriza kwamen gisteren bijeen in een oude bioscoop in Athene voor een uitputtende poging om het uit te praten. Maar al eerder deze week was duidelijk geworden dat er weinig ruimte meer is voor dialoog. Woensdag had premier Tsipras tegen de partijradio Sto Kokkino gezegd dat er een „surrealistische situatie” is ontstaan binnen zijn partij: critici zeggen de regering te steunen maar verzetten zich tegen haar belangrijkste plan, uitvoering van het akkoord met Brussel. Bij de twee stemmingen eerdere deze maand over de hervormingen die de schuldeiser Athene wil opleggen in ruil voor financiële steun, stemde een dertigtal van de 149 parlementsleden van Syriza tegen – de plannen zijn aangenomen met steun van de oppositie.

De meeste critici binnen Syriza zijn verenigd in het Links Platform, dat wordt geleid door de 63-jarige oud-communist Panayiotis Lafazanis. Hij trad twee weken geleden af als minister van Energie. Gisteren haalde hij hard uit: „Er is geen democratie in Griekenland, we hebben een dictatuur van de euro.” Volgens zijn medestander Zoë Konstantopoulou, parlementsvoorzitter, is het ondenkbaar dat Syriza precies het tegenovergestelde van zijn verkiezingsbeloftes doet.”

In zijn twee uur durende radio-interview had Tsipras nog gezegd dat je die verdeeldheid ook als groeistuipen kunt zien. „Syriza is van een partij die 4 procent kreeg [in voorgaande verkiezingen] een partij geworden die de hoop van de meerderheid van het Griekse volk belichaamt.” Dat was „een gewelddadig groeiproces”.

Syriza heeft de verkiezingen in januari gewonnen als een coalitie van uiteenlopende linkse groepen, van sociaal-democraten tot erfgenamen van verstokte stalinisten. „We moeten toegeven dat Syriza geen verenigde partij is geworden”, zei hij woensdag. Gisteren maakte hij duidelijk dat hij de zaak op scherp wil stellen en koppen wil tellen – wetend dat hij dat zal winnen. Er moet een einde komen aan „de absurditeit van dit eigenaardige en nooit eerder voorgekomen dualisme.”

Tsipras is er de leider niet voor – en Syriza is er de partij niet naar – om de dissidenten uit de partij te zetten. Het moet een gezamenlijk besluit worden. Daarom riep hij op tot een bijzonder partijcongres in september. Na twaalf uur praten ging het Centraal Comité hiermee akkoord.

Een groot persoonlijk risico lijkt hij daarmee niet te nemen. De premier, die dinsdag 41 jaar is geworden, is de afgelopen weken alleen maar populairder geworden in Griekenland. Omdat het niet om een gewoon maar om een bijzonder partijcongres gaat, kan hij extra gedelegeerden uitnodigen die, net als hij, vinden dat de onderhandelingen met de schuldeisers moeten doorgaan.

Gisteren zijn de twee stromingen binnen Syriza niet dichter bij elkaar gekomen. Waar zijn critici spraken van „neoliberale samenzweringen”, autoritair optreden en een „democratisch tekort”, en bezwoeren dat het voor Griekenland geen ramp is als het de euro loslaat als munt, zei Tsipras dat de keus is tussen „een pijnlijk compromis en een wanordelijk bankroet”. Hij heeft deze slag in ieder geval gewonnen.