Tijd dat Nederland excuses aanbiedt voor lot van Joden

Verontschuldigingen voor de Jodendeportatie? Nederland weigert dat. Het zou wel moeten, vinden Abraham Cooper en Manfred Gerstenfeld.

In het Simon Wiesenthal Center in Los Angeles vond onlangs een opmerkelijke gebeurtenis plaats. Voor het eerst in de geschiedenis verontschuldigde een Japans bedrijf zich publiekelijk tegenover de weinige nog levende Amerikaanse oud-krijgsgevangenen die het in de Tweede Wereldoorlog als dwangarbeiders had gebruikt. Een directielid van Mitsubishi Materials Corp. maakte een buiging voor de 94-jarige James Murphy, die als krijgsgevangene de oorlog ternauwernood had overleefd. Anders dan veel van zijn Amerikaanse, Australische, Britse en Nederlandse kameraden.

Is een excuus zeventig jaar later nog van enige betekenis? Voor deze slachtoffers wel degelijk. Het is een teken dat de opvolgers van de vervolgers het met de vervolgden eens zijn over de historische uitleg van het onrecht. Deze les verdient ook enige bezinning in het huidige Europa. En als er één land is dat meer dan enig ander een voorbeeld aan Japan zou moeten nemen en de waarde van een excuus zou moeten leren kennen dan is het Nederland. Inmiddels hebben bijna alle Europese landen die in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers werden bezet hun collaboratie met het nazibewind erkend. De meeste hebben hun excuses gemaakt, waaronder onlangs Luxemburg. De enige grote uitzondering is Nederland, dat consequent heeft geweigerd te erkennen dat zijn regering in oorlogstijd, destijds in ballingschap in Londen, geen enkele belangstelling had voor het lot van haar Joodse burgers onder de Duitse bezetting.

In West-Europa was Nederland het land met het hoogste percentage vermoorde Joden tijdens de Holocaust. Toen de Duitsers Nederland in 1940 bezetten, woonden er 140.000 Joden, van wie er in de oorlog 102.000 zouden worden vermoord. Degenen die werden afgevoerd naar de Duitse vernietigingskampen in Polen werden gearresteerd door Nederlandse politieagenten, vervoerd door de Nederlandse Spoorwegen en in Westerbork bewaakt door de Nederlandse marechaussee. De meeste gedeporteerde Joden stamden af van families die al eeuwenlang in Nederland woonden.

De Nederlandse regering informeerde pas anderhalf jaar nadat de deportaties naar de vernietigingskampen in Polen waren begonnen, naar het lot van deze Joden. Dat terwijl de Nederlandse en Poolse regeringen in ballingschap in hetzelfde gebouw in Londen gevestigd waren. In 1943 kreeg Henri Dentz, een Nederlandse medewerker van de Nederlandse regering, opdracht een rapport over de deportaties te schrijven. Hij schatte dat 90 procent van de gedeporteerden al vermoord was. Later verklaarde hij voor de naoorlogse parlementaire enquêtecommissie dat hij niemand in de regering, of elders in Londen, bereid kon vinden het rapport te lezen.

Nu en dan wordt opnieuw aandacht gevraagd voor het verzuim van de hedendaagse Nederlandse overheid om haar excuses aan de Joodse gemeenschap te maken. Tweemaal is premier Mark Rutte door parlementariërs gevraagd om te erkennen dat Nederland in het verleden in gebreke is gebleven en excuses van de regering tot uitdrukking te brengen. In februari dit jaar verwees hij naar een toespraak van koningin Beatrix in 1995 tot de Knesset, waarin zij zei dat het Nederlandse volk de vernietiging van zijn Joodse medeburgers niet had kunnen verhinderen en waarin zij met geen woord repte over de regering in ballingschap. Het antwoord van Rutte maakt duidelijk dat Nederland zijn collaboratie niet wil erkennen of wil toegeven dat de regering tijdens de oorlog geen belangstelling voor haar Joodse burgers had.

Dat is niet het gevolg van Nederlandse culturele weerstand tegen excuses. Nederland heeft in 2011 zijn excuses aangeboden aan Indonesische weduwen van het dorp Rawagede op het eiland Java, waar tijdens de koloniale oorlog in 1947 alle mannelijke inwoners zonder vorm van proces door Nederlandse militairen werden doodgeschoten.

In 2014 verontschuldigde de Nederlandse minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert zich namens de regering bij de families van drie Bosnische moslims die in 1995 na hun verdrijving van de Nederlandse legerbasis in Srebrenica door de Bosnisch-Servische bezetters van de stad werden vermoord. Deze excuses werden eerder dit jaar openbaar gemaakt nadat een akkoord was bereikt over een betaling aan de drie families.

Ook heeft de regering dit jaar haar excuses aangeboden voor moorden waarin ze niet rechtstreeks een rol had gespeeld. Voormalig vicepremier Els Borst werd in 2014 in haar huis vermoord en een andere vrouw vond in januari van dit jaar de dood. Justitie heeft de familie van de slachtoffers haar excuses aangeboden omdat ze geen beter toezicht had gehouden op de broer van het tweede slachtoffer, een geestelijk gestoorde man met gewelddadige neigingen die bekend heeft dat hij zijn zuster heeft vermoord en die binnenkort terecht zal staan voor de moord op mevrouw Borst, die hij ontkent.

Door dit alles wordt de weigering om excuus aan te bieden aan de Nederlandse Joden en hun families des te raadselachtiger. We kunnen alleen maar raden naar de reden dat Rutte weigert om zich te verontschuldigen, vooral ook omdat andere Nederlandse politici al jaren zeggen dat de regering dit wel zou moeten doen. Els Borst heeft jaren geleden al verklaard dat ze dergelijke excuses zou steunen. Een andere voormalige vicepremier, Gerrit Zalm, oud-leider van Ruttes VVD, heeft hetzelfde gezegd. Wat de reden van het uitstel ook mag zijn, het wordt tijd dat de jongere generaties Nederlanders een volledige verantwoording verlangen van de donkerste tijd uit de geschiedenis van Nederland.