Schilderde Michelangelo niet gewoon een hart?

De rode cape op Michelangelo’s beroemdste fresco in de Sixtijnse Kapel is al eeuwen voer voor speculaties. Is het een brein, of toch een nier? Uit een onverwachte, Nederlandse hoek is er nu een nieuwe theorie.

Het is een van de beroemdste schilderingen uit de kunstgeschiedenis. Ieder jaar leggen zo’n vier miljoen bezoekers in de Sixtijnse Kapel het hoofd in de nek om naar Michelangelo’s fabelachtige fresco’s te kijken. Ruim driehonderd figuren schilderde Michelangelo tussen 1508 en 1512 in opdracht van paus Julius II op het Vaticaanse plafond: apostelen, profeten, bijbelse figuren. Maar de meeste blikken worden direct naar de scheppingsscène in het midden van het plafond gezogen. Dat is het plaatje dat iedereen kent: de vinger van God die nog nét niet het slappe handje van Adam raakt.

Je zou denken dat over die vijfhonderd jaar oude voorstelling het meeste intussen wel gezegd is. Kunsthistorici hebben er boeken over vol geschreven. Toch wordt er tot op de dag van vandaag volop gespeculeerd over de precieze betekenis van De schepping van Adam. Want wie is de jonge vrouw onder Gods linkerarm, waarom knijpt hij dat kind zo hard in zijn schouder, wat doen al die engelen op de achtergrond? En vooral: wat is toch de functie van die gekke bloedrode cape die achter God wappert? Over die curieuze purperen mantel gaat dit verhaal.

Google Images

Zelf heeft Michelangelo nooit willen onthullen wat de betekenis was van zijn plafond. Nadat hij het immense project in 1512 had afgerond, verbrandde hij al zijn aantekeningen en veel van zijn voorbereidende schetsen. Pas in 1990 leek het raadsel van de cape te zijn opgelost, toen een Amerikaanse chirurg uit Indiana, dr. Frank Meshberger, er de vorm van een menselijk brein in herkende – inclusief achterhoofdskwab, hersenschors en hersenstam – en daarover publiceerde in het Journal of the American Medical Association. Sindsdien is dat de gangbare opvatting: Michelangelo schilderde de dwarsdoorsnede van een stel hersenen als symbool van Gods wijsheid.

Er is echter nog een theorie over de betekenis van de rode draperie en die komt uit een onverwachte hoek. De Nederlandse muzikant Pieter Both, vooral bekend als zanger van de bands Beef en JAH6, heeft een nieuwe interpretatie die volgens hem wel wat aandacht verdient. Hij is zelf nooit in de Sixtijnse Kapel geweest, maar toen hij een jaar geleden op zoek was naar een afbeelding voor een nieuwe website en op Google Images nog eens langdurig naar Michelangelo’s scheppingsscène keek, viel hem iets op. „Ik vond het altijd al een rare rode doek”, vertelt hij in zijn Amsterdamse bovenwoning. „Nu zag ik: dat is geen brein, maar een hart. Vervolgens ben ik gaan zoeken of ik daar meer over kon vinden in de literatuur. Ik was ervan overtuigd dat anderen dat hart ook gezien moesten hebben. Maar het gekke is: nergens vond ik aanwijzingen voor deze theorie.”

Het was het begin van een lange zoektocht die hem in de afgelopen maanden langs talloze wetenschappers leidde. „Mijn vrienden noemen me niet voor niets Pietbull”, lacht Both. „Als ik me ergens in vastbijt, laat ik niet snel weer los.” Als eerste benaderde Both kunsthistoricus Arjan de Koomen, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. „Ik legde hem mijn idee voor en dacht dat ik binnen twee minuten weer buiten zou staan. Maar De Koomen zei: ‘Het zou kunnen, want het is bekend dat Michelangelo anatomische les heeft gehad’. Daarna legde ik de afbeelding voor aan een hartchirurg van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, dr. Lieuwe Piers, en ook hij zei: ‘Ik zie het wel. De rode kleur, de blauwe ader, de twee kamers. Waarom niet?’”

Intussen had Arjan de Koomen contact gelegd met een collega in Florence, Michael Kwakkelstein, om hem de theorie voor te leggen. „Toen dacht ik pas echt: ze nemen me serieus”, zegt Both. „De Koomen raadde me aan om op zoek te gaan naar contemporaine bronnen. Als er schetsen van Michelangelo zouden bestaan van een hart, of beschrijvingen van tijdgenoten, dan zouden die mijn interpretatie kunnen ondersteunen. Dat voelde goed, zo’n opdracht van een hoogleraar. Een jaar lang heb ik gespeurd in boeken en op internet. Maar die anatomische tekeningen bleken niet te bestaan.”

Verborgen boodschappen

Anatomische lessen waren in het Rome van de vroege zestiende eeuw niet toegankelijk voor kunstenaars. De kerk had elke vorm van ontleding verboden, het menselijk lichaam was immers een heilig mysterie. In de Middeleeuwen en de Renaissance mochten alleen wetenschappers van de Universiteit van Bologna lijken ontleden om hun kennis van de anatomie te vergroten. Maar in de illegaliteit was van alles mogelijk. Kunstenaars als Leonardo da Vinci en Sandro Botticelli huurden professionele grafschenders in, die lijken van geëxecuteerde misdadigers opgroeven en naar clandestiene laboratoria smokkelden. Michelangelo had via een bevriende prior van het klooster Santo Spirito toegang tot de lijken van de armen die in het kloosterziekenhuis gestorven waren. ’s Nachts sneed hij ze bij kaarslicht open. Zo leerde hij het binnenste van het menselijk lichaam kennen.

Dat er weinig anatomische tekeningen van Michelangelo bewaard zijn gebleven, kan met dat verbod te maken hebben gehad. Door ze openlijk te tonen, zou de kunstenaar in de problemen zijn geraakt bij zijn opdrachtgevers. Maar hij kon zijn verboden kennis wel op een andere manier laten zien: als verborgen boodschap in de Sixtijnse Kapel. Door een brein – of een hart – te schilderen, liet Michelangelo zien dat hij aanwezig was geweest bij clandestiene ontledingen. Alleen tijdgenoten die ook zo’n verboden autopsie hadden bijgewoond, konden die geheime codes van de kunstenaar herkennen. Want alleen zij wisten hoe zo’n hart of brein er werkelijk uitzag.

Dat Michelangelo in de Sixtijnse Kapel talloze geheime codes, symbolische toespelingen en Hebreeuwse letters verstopte, is bekend. Rabbijn Benjamin Blech en kunsthistoricus Roy Doliner schreven daar in 2008 het boek De Sixtijnse geheimen over. Sommige van die verborgen boodschappen waren best subversief. Michelangelo schilderde beledigende gebaren die oplettende kijkers konden interpreteren als opgestoken middelvinger naar zijn pauselijke opdrachtgever. Op zijn sterfbed gebood Michelangelo in 1564 dat al zijn aantekeningen en schetsen vernietigd dienden te worden. Vandaar dat veel van die verborgen boodschappen eeuwenlang onopgemerkt bleven.

Over de betekenis van de rode mantel zijn in de loop der jaren zeer uiteenlopende theorieën ontwikkeld. Sommige toeschouwers zien er een baarmoeder in. De blauwgroene sjaal die aan de onderzijde van de mantel zweeft, als de staart van een vlieger, zou dan de navelstreng kunnen zijn. In dat geval zou Michelangelo op een vrij letterlijke manier de geboorte van de mens hebben verbeeld.

Andere wetenschappers associëren de vorm eerder met die van een nier. Michelangelo zou zelf zijn hele leven last hebben gehad van zijn urinewegen en kampte al vanaf jonge leeftijd met nierstenen. Na jaren van zwoegen in de Sixtijnse Kapel was zijn gezondheid er niet beter op geworden. In brieven klaagde de kunstenaar over pijnlijke gezwollen voeten en lage rugpijn. In een artikel in het tijdschrift Kidney International suggereerde de Amerikaanse arts en nierspecialist Garabed Eknoyan in 2000 dat die pijn in de onderrug zou kunnen duiden op nierproblemen. Volgens Eknoyan was Michelangelo bij het schilderen van het plafond lang verstoken geweest van daglicht en had hij daardoor een gebrek aan vitamine D opgebouwd. Het kalkrijke water in Rome zorgde daarbij voor een teveel aan calcium, wat ook niet erg bevorderlijk is voor de nierfunctie. Het blijft allemaal speculatie. Voor geen van de organen – baarmoeder, brein, hart of nier – zijn tot nu toe overtuigende contemporaine bronnen gevonden.

God zit in het menselijk hart

Pieter Both vindt zijn suggestie nog steeds de meest logische. Een hart heeft in de christelijke iconografie ook een symbolische betekenis. Both: „God woont in je hart of in je hoofd. Dan vind ik de eerste gedachte mooier. Een vriend wees mij op Da Vinci’s beroemde schilderij van Johannes de Doper – die wijst met één vinger richting hemel en met zijn andere hand richting zijn hart, alsof hij wil zeggen: God zit in je hart.” Both vertelt hoe hij in het boek De hemel van de paus van Ross King voor het eerst de naam van Girolamo Savonarola tegenkwam, de controversiële dominicaanse prediker die veel invloed had in Florence in de tijd dat Michelangelo daar ook werkte. De kunstenaar was aanwezig bij enkele van Savonarola’s hysterische preken en beeldde diens puisterige kop vele jaren later af op het Laatste Oordeel in de Sixtijnse Kapel. Ook Savonarola dichtte over de relatie tussen God en het hart. En het is zeer waarschijnlijk dat Michelangelo die teksten gelezen heeft.

Op zijn laptop laat Both Savonarola’s gedicht ‘Mag ik van u houden, Heer’ lezen. De tekst is één lange zoektocht naar de verblijfplaats van God. Both wijst op een vers in het midden van het gedicht en leest de zinsnede hardop voor: „Hij schrijft: ‘Uw God is overal, zoek hem in uw hart’. En: ‘Mij richtend op mijn hart, zeg ik tegen mijn Heer: hoe bent u daarin gekomen, mijn God?’ Hoe duidelijk wil je het hebben? God zit in het menselijk hart!”

We leggen de kwestie voor aan Antoine Bodar, de kunsthistoricus en priester die de beeltenissen in de Sixtijnse Kapel als geen ander kent. Hij reageert per ommegaande vanuit Rome: „Ik vind hetgeen u mij voorlegt zowel interessant als complex. Mijnentwege houd ik de achtergrond van God die Adam schept eenvoudig op de hemel. Punt. Dat is de meest voor de hand liggende uitleg.” Maar, zegt Bodar ook, het symbool van het hart heeft een belangrijke rol in de christelijke iconografie. „Natuurlijk bevindt God zich boven ons, tussen ons en in ons. Ezechiël schrijft in zijn bijbeltekst (hoofdstuk 11, vers 19) over het hart van steen dat de Heer vervangt door een hart van vlees. Dat is volgens mij een sleuteltekst over de beleving en de waardering van het hart. Augustinus schrijft over het hart dat onrustig is totdat het rust vindt in God.”

Henk van Os, oud-directeur van het Rijksmuseum en een specialist in Italiaanse kunst, heeft twijfels bij Boths theorie. „Het is leuk bedacht”, zegt hij. „Maar kunstgeschiedenis is het niet.” De rode cape is volgens Van Os „een indrukwekkende poging om een lichaamsnimbus”, een soort wolkvorm, „met putti reëler te maken en te dynamiseren”. Hij vertelt dat God in de schilderkunst van die tijd vaker in zulke statische omhullingen werd afgebeeld. „Meestal wordt die nimbus in de iconografische literatuur beschouwd als afgeleide van de eigen luchtlaag die goden en andere hemelingen nodig hebben om op aarde te verkeren. Mooie voorbeelden daarvan zijn te zien op de mozaïeken van de Santa Maria Maggiore in Rome.”

Dat God in ons hart wordt geboren, is een algemene mystieke notie, zegt Van Os. „Daarvoor hebben we Savonarola niet nodig. Wel is het zo dat vooral dominicanen dit motief hebben uitgewerkt.”

Pieter Both is van plan om binnenkort eindelijk de Sixtijnse Kapel te gaan bezoeken, om zo zijn zoektocht af te kunnen ronden. Hij kan nog steeds niet geloven dat hij de eerste persoon in vijfhonderd jaar is die de vergelijking met een hart heeft gemaakt. Hij hoopt daarom dat deze publicatie reacties en nieuwe aanwijzingen zal opleveren. „Het zou leuk zijn wanneer ik als leek binnen de kunstgeschiedenis een nieuwe discussie op gang kan brengen over een van de beroemdste voorstellingen ter wereld. Wellicht dat anderen nog meer verbanden vinden die mijn interpretatie ondersteunen. Zodat we na vijfhonderd jaar Michelangelo’s boodschap eindelijk kunnen begrijpen.”