Column

Pointless: de BBC-versie is net iets beter

Kordate Lucille Werner presenteert Pointless.

Hoe moeilijk is het ideale televisiespelletje? Op die vraag zijn natuurlijk meerdere antwoorden mogelijk – het hangt af van de doelgroep, de zender, de omroep. Ik ben nog op zoek naar het beste, want origineelste antwoord.

Pointless (AVRO-TROS), de dagelijkse quiz die maandag werd geïntroduceerd in de vooravond van NPO1, is niet per se moeilijk. Je kunt er gemakkelijk ‘Sydney’ antwoorden als je gevraagd wordt naar een plaats waar ooit de Olympische Zomerspelen georganiseerd zijn (in Sydney in 2000 nog). Daarmee scoor je dan, zoals gisteren, 27 punten. „Netjes”, zoals presentator Lucille Werner zei, maar beter was ‘Tokio’ (1964, 15 punten), en nog beter ‘St. Louis’ (1904). Dan gilt Lucille: „Jaaaaaa!”, want dan heb je nul punten.

Bij Pointless is het namelijk zaak om zo weinig mogelijk punten te scoren en dat doe je door een zo onwaarschijnlijk mogelijk antwoord te geven. Die punten zijn gebaseerd op de parate kennis van een honderdkoppig panel: 27 van hen hadden dus Sydney genoemd. St. Louis is door niemand genoemd en dus een pointless antwoord – dat zijn de moeilijkste, de slimste, de leukste.

Het Engels verraadt het Britse origineel (van Endemol, nota bene); de BBC zendt het al sinds 1999 dagelijks uit. Het staat als een huis, met het ideale quizkoppel: de streng-vriendelijke presentator Alexander Armstrong en het droogkomisch-betweterige jurylid Richard Osman. En de vragen zijn soms vrolijkmakend verrassend: eerder deze week werd gevraagd naar literaire personages die middels een haiku werden omschreven. (This Cervantes knight, sets out on chivalrous quest, and attacks windmills – u raadt het vast.)

Maar waarom is de Nederlandse variant niet nét iets trouwer gebleven aan die beproefde BBC-versie? Pointless ging hier aardig van start (en trok elke dag zo’n 800.000 kijkers), maar een paar afwijkende keuzes zijn ongelukkig.

Zo is het iets korter dan de BBC-versie. Per saldo zit die besparing vooral in de praatjes met de kandidaten, maar er is daardoor ook minder tijd voor grapjes en wetenswaardigheden. Dat kan ook liggen aan de kordate Lucille Werner, die het spel voortjaagt en naast wie de rol van Owen Schumacher als sidekick dan ook wat wegvalt.

Ook is de tweede ronde flauw: daar worden zeven antwoorden voorgekookt, waarvan één puntloze en één foute. Dan is de kunst alleen om ‘ramazzotti’ niet als pastasoort te bestempelen en de onbekendste van de rest te kiezen (‘fettucine’). De BBC schrapte die ronde jaren geleden al.

Ten slotte kun je je afvragen of het niveau niet te hoog is voor het Nederlandse panel (of het panel te dom). Het was toch wel onvoorstelbaar dat de Haarlemse Zijlweg een puntloos antwoord was, als één van de straten in het Monopolyspel.

Hoe zou dat komen? Quizzen van de BBC zijn eigenlijk altijd moeilijk – denk aan de hier onhaalbare formats QI en University Challenge. Dat ligt misschien aan de volksaard: de Britten zijn dol op triviale feitenkennis en op het tentoonspreiden ervan. Dan worden de vragen automatisch moeilijker. De gemiddelde Nederlandse quiz lijkt doordrongen van de angst dat een hoog niveau de pret bederft. Pointless bewijst het tegendeel. Maar iets meer pretentieus kennis spuien, dat zou best leuk zijn. (Krijg ik nu nul punten?)