Plaats twee wolven in Engeland en het is meteen gedaan met de beschaving

Hoe komt de wolf terug in Engeland? Hier struint hij zo de grens over, maar in Engeland moet je hem invliegen. Het is een bizar plan dat Sarah Hall (1974) geweldig uitwerkt in haar nieuwe roman The Wolf Border. Daarin geeft de elfde graaf van Annerdale Rachel Caine opdracht om het wild terug te brengen in de beschaafde wereld.

Wolven zijn wild, Rachel is geen lieverdje, de graaf is onvoorspelbaar en er zijn politieke en maatschappelijke tegenkrachten. Maar de wolven worden teruggeplaatst. Ze komen thuis: ‘Daar beneden schatten de wolven hun kansen in, weet Rachel, ze kijken naar de nieuwe horizons buiten de wolvenkooi, naar de hei die in felle kleuren bloeit en de holen, de rotscitadellen, en ze ruiken de muskuslucht van de hertenbokken, de lijsterbessen en de bergbeekjes. Het zal niet lang duren voordat ze zich hebben hersteld, denkt ze. Dan horen ze hier weer thuis. De geschiedenis laat ze onverschillig; land is land, welsprekend. Weldra zullen ze heersen over Annerdale.’

Hall (1974) komt zelf uit Cumbria, een aan Schotland grenzend gebied dat een nationaal park herbergt. Veel van haar romans en verhalen spelen zich daar af, en ze gebruikt de leegte van het landschap, de ruwheid van mens en natuur als een vanzelfsprekendheid. Maar niet als een cliché – ze is een oorspronkelijk schrijver.

Hall is een van de beste in haar vak. Ze is vaak genomineerd en bekroond, en kan een bijzonder verhaal overtuigend brengen. Ook in The Wolf Border is haar dat gelukt.

Hall houdt de spanning erin, met een ongewenste zwangerschap, een verslaafde broer, protesten, vandalisme. Maar alles komt goed. De twee bizarre plannen – wolven in Groot-Brittannië, Rachel Caine als alleenstaande moeder – slagen. Bijna.

Net als haar in 2004 voor de Booker Prize genomineerde roman De elektrische Michelangelo wordt het verhaal chronologisch verteld, met natuurlijke sprongetjes in de tijd en een onopvallend derde-persoonperspectief. Geschreven in afgemeten lyriek wanneer de wolven vrijgelaten worden, maar elders effectief in staccato: ‘Mammmmam. Hij zegt het al bijna, een variant ervan, waarmee hij haar nieuwe identiteit bevestigt. Ze tilt hem op. Hij past naadloos tegen haar zij. Zijn rechtmatige plaats. Onaanvechtbaar.’

Onaanvechtbaar? Hall stelt zulke vragen: over de microkosmos van een moeder, maar ook over de ecologische en politieke werkelijkheid rond de herintroductie van wolven, die de politiek graag wil, maar de boeren niet. In The Wolf Border blijft alles onder controle, zelfs als aan het slot die controle wegvalt. Maar dat klopt, juist bij wolven. De individuele, zwervende wolf die Rachel zelf lijkt te zijn, gaat zich heel voorspelbaar gedragen, net als de Roemeense wolven. Hun gedrag is uit te tekenen, en als het project mis lijkt te gaan, ligt dat niet aan de ‘wilde’ dieren, maar aan hun beschermers.

Zo is er aan deze ongewoon realistische roman nog een diepere vraag te ontlenen: als er een wolvengrens is, een absolute grens tussen beschaving en wildernis - waar wil je dan staan?