Krautrock en zuigende baslijnen

Manuel Göttsching, invloedrijk krautrock-gitarist uit de jaren zeventig, opende gisteravond in het Muziekgebouw aan ’t IJ de derde editie van het Dekmantel Festival. Hij bracht live zijn een uur durende suite E2-E4 (1981). De zorgvuldig opgebouwde lagen van bas, percussie, kicks, snares, synths en strijkers brachten het publiek langzaam in een trance.

Na een half uur begon Göttschings gitaarsolo – net als op het album. De akoestiek was geweldig, maar een verrassingselement ontbrak.

Daarvoor zorgde na de pauze Autechre. Het was niet voor iedereen, de inktzwarte brein-friturende elektronica van Sean Booth en Rob Brown. Amandelen schoten acuut in trilstand toen de eerste oerknal van de pioniers uit Manchester het publiek raakte. Daarna werd het aardedonker en volgde een uurlange trip van zware bassen, hypersnelle junglebeats en keiharde snares die in een deel van het geluidsspectrum waren samengeperst.

Twee jaar geleden vierde het duo de twintigste verjaardag van hun eerste album Incunabula (1993), maar die nummers speelden ze niet. Een optreden van Autechre is sowieso geen concert, meer een totaalervaring. Melodieën zijn onnavolgbaar en zitten verstopt in patronen. De muziek hort en stoot, met hiphopbeats en zuigende baslijnen. Het was een grote, rijke en donkere trip, die perfect tot zijn recht kwam in de verfijnde akoestiek van dit podium.