In flits failliet: Kamer aan zet

De banken van garnalenpeller Heiploeg in Zoutkamp waren na aanzienlijke verliezen van het bedrijf eind 2013 niet bereid een kartelboete van de Europese Commissie van 27 miljoen euro te financieren. Vervolgens ging Heiploeg failliet. Maar enkele weken vóór het faillissement begon Heiploeg te kijken of delen van het bedrijf konden worden verkocht ná een faillissement. Heiploeg had met het oog daarop de rechtbank gevraagd een zogeheten stille bewindvoerder te benoemen. Hij moest meekijken met het verkoopproces en beoordelen of de schuldeisers niet benadeeld werden bij dit voorgekookte faillissement plus bedrijfsverkoop. Bij de verkoop verloren 90 van de 300 werknemers hun baan. Wie in dienst werd genomen door de nieuwe eigenaar, moest versoberde arbeidsvoorwaarden slikken.

Zo’n voorgekookt bankroet heet ook wel flitsfaillissement of pre-pack. Het is een omstreden nieuwe manier om snel en efficiënt na een bankroet activiteiten voort te zetten. Maar het blijkt ook een ‘oplossing’ om werknemers kwijt te raken zonder sociaal plan, om van hoge schulden af te komen of om, in Heiploegs situatie, een boete niet te betalen. De vakbonden kozen voor een proefproces om het banenverlies en de verslechterde arbeidsvoorwaarden bij Heiploeg te toetsen. Waar liggen de grenzen van het faillissementsrecht? Wat is de baanzekerheid en de medezeggenschap van werknemers waard? Ook over het flitsfaillissement vorig jaar van kinderopvangbedrijf Estro loopt een rechtszaak.

De rechtbank Almelo heeft de vakbonden in het ongelijk gesteld. De rechtszaak werd in Almelo gevoerd omdat de rechtbank Noord-Nederland, gezien de benoeming van de stille bewindvoerder, een belangenconflict had. De ironie is dat Almelo juist niet een van de rechtbanken is die al experimenteren met het pre-packfaillissement, dat, zoals de rechter opmerkt, niet wettelijk is geregeld. Een wetsontwerp ligt bij de Tweede Kamer in het kader van de totale herziening van het (gedateerde) faillissementsrecht. De Raad van State zette in een advies serieuze vraagtekens bij het wetsontwerp.

De rechter in Almelo heeft zich strak aan de bestaande regels gehouden, zoals het hoort. De voorbereiding van de verkoop van enkele Heiploeg-activiteiten en de onderhandelingen daarover zijn gevoerd vóórdat het faillissement was uitgesproken, maar de bedrijfsactiviteiten zijn pas ná het faillissement verkocht.

Toch zitten aan deze flitsfaillissementen de nodige schaduwkanten, die in de uitspraak verder niet aan bod komen. Zoals de kans op misbruik van een proces om personeel te lozen. Het is nu aan de Tweede Kamer om zich hierover uit te spreken.