Dyslectisch

Twee keer per week reis ik voor mijn werk per trein van Nijmegen naar Hengelo. In Goor stappen twee jongens van rond de 17 jaar in, een eeneiige tweeling. Ze gaan op de bank achter mij zitten. Schoolboeken worden uitgepakt en opengeslagen. Al snel hoor ik de één aan de ander vragen: „Wie van ons is vandaag dyslectisch?” Het antwoord: „Laat mij maar. Ik heb niet zo goed geleerd.”