Column

Hoe je een betere vriend wordt

Op de Amsterdamse Zuidas lijkt het aan het eind van de middag een eeuwig happy hour. Mannen en vrouwen in het blauw of grijs, met cognackleurige schoenen aan, kletsen op terrasjes bij een glas wijn of bier over dagwinsten, beurskoersen en carrièrestappen. Ook zijn ze druk bezig met het onderhouden van hun netwerk.

Maar als ze ’s avonds eenmaal thuis zijn, breekt er een ander leven aan, dat vaak eenzaam is. Want volgens onderzoek heeft 30 procent van de Nederlanders boven de achttien jaar te lijden onder eenzaamheid.

Om aandacht voor die eenzaamheid te wekken, wordt jaarlijks, eind september, de Week tegen Eenzaamheid georganiseerd. „Het is een vooroordeel dat eenzaamheid alleen voor ouderen zou gelden”, zegt de 28-jarige sociologe Tamara Bouwman, in een bijgebouw van de Vrije Universiteit, onder de rook van de Zuidas. „Het speelt sterk bij alle leeftijdsgroepen, waaronder 50-plussers, en die zijn nog lang niet oud.”

Ze wijst op onderzoek waaruit blijkt dat eenzaamheid vaak doorsijpelt in allerlei kwalen, zoals mentale problemen of hart- en vaatziektes. En een rapport uit 2013 van oud-minister van Volksgezondheid Ab Klink claimt dat de bestrijding van die eenzaamheid jaarlijks twee miljard euro besparing op de gezondheidszorg zou kunnen opleveren.

Zelf doet Bouwman op wetenschappelijke wijze aan eenzaamheidsbestrijding: in de vorm van een online vriendschapscursus voor 50-plussers, waarvan ze nu, ten behoeve van haar proefschrift, de resultaten analyseert. „De cursus is geheel op internet gebaseerd en er komt geen coach bij kijken”, zegt ze. „En er hebben zich uiteindelijk 380 mensen aangemeld. Er is dus duidelijk behoefte aan.”

Haar cursus, waaraan je inmiddels niet meer kunt deelnemen, bestaat uit vijf lessen die met behulp van onder andere animatiefilmpjes worden gegeven. In een van die filmpjes belt Willem zijn vriend Ronald en zegt: ‘Ik heb je al zo lang niet gesproken, zullen we een afspraak maken om een kop koffie te drinken?’ Bouwman vult aan: „Het gaat niet alleen over hoe je nieuwe vrienden moet maken, maar ook hoe je vriendschappen moet onderhouden. Andere lessen gaan over de manier waarop je je tijd alléén kunt doorbrengen, over hoe je het contact met oude vrienden kunt herstellen, en over de manier waarop je een betere vriend of vriendin van iemand kunt worden. Zo zou je in plaats van koffie met een vriend of vriendin te drinken ook eens samen uit wandelen kunnen gaan.”

Het lijken voor de hand liggende oplossingen, maar volgens Bouwman weten veel mensen ze zelf niet te bedenken. „Een vriendennetwerk bouw je op tijdens je studie of je werk”, zegt ze. „Dat verandert als je kinderen de deur uit zijn, of na je pensioen. Vaak weten mensen dan niet wat ze moeten doen.”

De internetcursus van Bouwman is gebaseerd op een groepscursus met een begeleider die aan de Radboud Universiteit werd ontwikkeld. „Maar een aangepaste versie op internet, die ik nu ontwikkel, zou je in het hele land kunnen geven.”

Ze doelt daarbij ook op de dynamische netwerkers aan de Zuidas: „Iemand met een gigantisch netwerk, kan zich heel eenzaam voelen. Alleen daarom al is het belangrijk dat er aandacht voor eenzaamheid bestaat.”