Het witte olifantje

Het recentste boek van de Turkse schrijfster Elif Shafak draait om de gezel van de grote Ottomaanse, koninklijke hoofdarchitect Sinan, die voor sultans als Selim de Zotte, Murat III en Süleyman de Schitterende, honderden gebouwen neerzette: tombes voor de broers die zij lieten vermoorden, waterwerken, observatoria, bruggen en de grootste moskeeën van Istanbul.

Elif Shafak (1971) schetst de roemrijke zestiende eeuw van Istanbul, ‘waar tweeënzeventig stammen wonen en nog een halve, de zigeuners’. In haar eerste historische roman gaat ze vrijmoedig om met jaartallen en laat figuren later of eerder optreden als haar dat beter uitkomt. Haar hoofdpersoon Jahan volgen we vanaf zijn twaalfde tot zijn dood. Als jongen liegt hij een Indiase biografie bij elkaar, hij is de verzorger van de witte olifant Chota, een geschenk van de Indiase sjah aan de Ottomaanse sultan. De twee worden onafscheidelijk, vormen de trots van het paleis, trekken ten oorlog en doen kunstjes. Samen ontdekken ze ook het kwaad dat de wereld beheerst. Als de architect Sinan de talenten van de olifantenverzorger ontdekt neemt hij hem onder zijn hoede, als zijn gezel. Zoals in elke Bildungsroman krijgt Jahan het flink voor zijn kiezen. Verraad, onbeantwoorde liefde, gevangenisstraf, diefstal, chantage en bedreiging – niets blijft hem bespaard. Maar met de jaren wordt hij wijs, ‘wrok is een kooi, talent is een gevangen vogel’.

Shafak heeft haar oorspronkelijke, geëngageerd kosmopolitische schrijverschap (Het luizenpaleis ) ingeruild voor een toegankelijker stijl en thematiek (Liefde kent veertig regels). Ze geldt nu als de bekendste Turkse schrijfster. Sinds ze werd aangeklaagd voor belediging van de Turkse identiteit, mengt ze zich vaak in het publieke en politieke discours, ageert ze tegen de conservatief-nationalistische krachten en strijdt ze voor de verbetering van de positie van de vrouw. Dat alles gaf ze nauwelijks een plek in deze roman, die leest als een ongecompliceerd zomerboek, met hier en daar tegelwijsheden en een zoete moraal.