Geen kaartje? Dat is dan 70 euro

Het kabinet verdubbelde onlangs de boete voor zwartrijden. Hogere bekeuringen werken juist averechts, betoogt Kees van der Vijver.

Illustratie Thinkstock Illustratie Thinkstock

Vorige maand kondigde staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) aan dat de boete voor zwartrijden in het openbaar vervoer wordt verdubbeld van 35 naar 70 euro. De verhoging moet ertoe leiden dat het zwartrijden drastisch wordt teruggedrongen en de veiligheid wordt verbeterd. Met deze maatregel wordt een lijn voortgezet die inmiddels al vele jaren wordt gehanteerd, zowel door de centrale als lokale overheden. Hogere boetes als remedie tegen allerlei ongerief. Het moet nu maar eens zijn afgelopen met dat asociale gedrag, zo wordt er geregeld bij gezegd.

Maar werkt het ook? Op basis van criminologisch onderzoek weten we al heel lang dat een overtreder nauwelijks wordt beïnvloed door de hoogte van de straf, maar vooral door de zekerheid dat die wordt opgelegd. En daar zitten we gelijk met het échte probleem.

De verhoging van de verkeersboetes heeft er de afgelopen jaren toe geleid dat de politie minder vaak bekeurt. Als politiemensen vinden dat de hoogte van de boete niet in overeenstemming is met de ernst van de overtreding, dan hebben zij veel eerder de neiging om het af te doen met een waarschuwing of om helemaal niet op te treden. Wat dan weer vaak tot extra conflicten leidt op het moment dat er wél wordt geverbaliseerd – waarom kan niet worden volstaan met een waarschuwing? En waarom zo’n hoog bedrag? Zo ernstig was mijn fout toch niet?

De straf wordt niet als rechtvaardig ervaren

Zoals iedere reiziger weet, wordt in het openbaar vervoer weinig gecontroleerd. Dat maakt voor een kwaadwillende reiziger de gok aantrekkelijk, zeker op de korte afstand. Een hoge boete maakt de kans op verzet bij de reiziger groter. De straf wordt niet meer als proportioneel, als rechtvaardig ervaren. Een reden om duidelijk te laten blijken dat je het er niet mee eens bent. Omdat conducteurs geen zin hebben in confrontaties, met risico op geweld of tenminste op scheldpartijen, zal een hogere boete ertoe leiden dat zij zich nog vaker zullen terugtrekken, wat de kans op zwartrijden weer vergroot. Dat zal wellicht een korte periode anders zijn, omdat de druk uit de organisatie om wél te controleren groot zal zijn. Maar de ervaring leert dat ook dit maar eventjes helpt. Conducteurs werken zelfstandig en zonder directe hiërarchische controle, en zij zullen gedrag dat henzelf in problemen kan brengen zoveel mogelijk achterwege laten.

Waarom blijven beleidsmakers toch bezig met die verhogingen? Leren zij slecht? Natuurlijk weten zij beter. In ieder geval weet hun ambtelijke staf beter. Er ligt waarschijnlijk een ander mechanisme aan ten grondslag. Er moet aan de samenleving worden duidelijk gemaakt dat er sprake is van een ‘ernstig probleem’ dat ‘serieus genomen wordt’ door de beleidsmakers. En daartoe moet een politiek relevant signaal worden afgegeven. ‘Kijk eens, samenleving, wat wij allemaal doen om onveiligheid tegen te gaan...’ En dan is er niet veel meer keus dan verhogingen. Maar dit soort beleid maakt andermaal duidelijk hoezeer de politieke realiteit afwijkt van de maatschappelijke. De maatregel van de staatssecretaris zal naar alle waarschijnlijk leiden tot meer maatschappelijke overlast, meer zwartrijden en meer conflicten, maar dat is maar van beperkt belang. Hoofdzaak is dat er politiek is gescoord. Zullen wij de verschillende werelden ooit bij elkaar krijgen?