Facebook: bron van warmte, betrokkenheid en leeslijsten op maat

Facebook is fake, dat weet iedereen. Désanne van Brederode belicht daarom maar eens wat het medium zo mooi maakt.

Illustratie Enkeling Illustratie Enkeling

Ook al is het in de vakantietijd overal rustiger, op Facebook blijft het even druk. Misschien is het er nog wel drukker dan anders: alle virtuele vrienden delen er nu foto’s van ongerepte stranden, volle terrassen, levendige festivalterreinen, pittoreske stadjes en gezellige, alternatieve familiecampings. Foto’s van zongebruinde, spelende kinderen worden afgewisseld met selfies die bewijzen dat ook papa en mama zich prima vermaken – achter een grote schaal fruits de mer, of even pauzerend tijdens een fietstocht, in een shirtje zo nat dat je het zweet bijna kunt ruiken.

Thuisblijvers zoomen in op de bloeiende struiken in hun tuin, tonen de vorderingen na twee dagen klussen aan hun oude bootje of – in afleveringen – de grondige herinrichting van de boekenkast of de keuken. Het koude biertje is nu wel verdiend, zo willen ze zeggen, en getuige de vele opgestoken duimpjes en bemoedigende reacties is dit geen particuliere mening. („Geniet ervan! Hier in Stockholm zeggen ze skol!”)

Wie zich in deze zomerse maanden somber en eenzaam voelt, kan maar beter niet teveel op Facebook kijken. Het blakende geluk van anderen kan opstandig maken of de eigen pijn zodanig versterken dat zelfs alle hoop op betere tijden verdampt.

Een enkeling deinst er niet voor terug om deze ellende dan ook maar te delen, vergezeld van jolige emoticons die op ‘zelfspot’ moeten duiden – want het moet wel draaglijk blijven. Een ander laat de innerlijke gekweldheid vertolken door een singer/songwriter, of door een YouTube-fragment uit een zwart-romantische film die zogenaamd reclame behoeft. En soms is het memoreren van de zoveelste sterfdag van een vader, moeder of oude kat al genoeg. Even lekker wat medeleven en complimenten binnenhalen, terwijl niemand beseft dat er in werkelijkheid vooral wordt getreurd om wéér een verloren dag tussen vier verveloze muren.

Facebook is fake: dat weet iedereen. En er is veel meer wat er niet aan deugt. Ook zonder alle prangende artikelen en onthutsende documentaires over Facebook te hebben gelezen dan wel gezien, besef ik goed dat al onze data worden opgeslagen, doorverkocht en geanalyseerd – voor andere doelen dan het verhogen van de internationale gezelligheid. Grote kans dat Facebook verslavend is en tot concentratieproblemen kan leiden. Dat het egocentrisme, narcisme, afgunst en wedijver stimuleert en wie weet weleens een huwelijk kapot maakt.

Ik heb bewondering voor degenen die nog steeds geen account hebben willen aanmaken, of al snel met het gebruik zijn gestopt. Maar waarom laat ik me dan toch niet door hen inspireren?

Vergeten componisten én zwarte zalm

Bij alles wat er mis is aan het medium, is er toch teveel waar ik van hou. De laagdrempeligheid maakt sommigen schaamteloos, dat is waar. Zelfs na de kater durven mensen in geuren en kleuren hun dronkenschap te beschrijven, in alle stadia van misselijkheid en wangedrag. Zo’n bericht sla ik liever over, om te blijven haken aan een berichtje over een vergeten componist of een fascinerend dansproject voor kansarme kinderen in een sloppenwijk van India, want Facebook is net zo goed een plek waar je kunt blijven leren en je kunt blijven verdiepen. Bovendien blijkt dezelfde persoon die je attendeert op de componist gelukkig niet alleen maar een ‘highbrow’ leermeester: in een volgende post klaagt hij over zijn abominabele barbecueprestaties en toont de zwarte zalmmoten lachend.

Zeker struikel je op Facebook over de taalfouten. Anekdotes met een hoog truttigheidsgehalte, moralistische mijmeringen, zweverige broddelversjes en grappen waar ik niet om kan lachen: ik zie ze niet alleen, maar ik vrees dat ik ze zelf ook regelmatig post. Ik schaam me wanneer iemand een herinnering aan een vakantie van jaren geleden roemt om de mooie sfeerbeschrijvingen, terwijl ik zelf alweer spijt heb van de sentimentele clichés.

Het omgekeerde gebeurt ook: ik post een gedicht waar ik zelf behoorlijk tevreden over ben, en tussen de aardige reacties staan er ook een paar uitzonderlijk kritische, soms vergezeld van suggesties over hoe het beter kan, sterker wordt. Wildvreemden werpen zich op als recensent of redacteur, zonder enige terughouding, en helpen me ongevraagd.

De omloopsnelheid van Facebook maakt contacten vluchtig. Maar van die vluchtigheid en speelsheid gaat soms ook een ‘beschavende’ werking uit. Stel: je laat je een keer scherp uit over een berichtje waarin iemand allerlei intieme momenten met zijn of haar kleine kinderen prijsgeeft. „Hebben die dan geen recht op privacy?” De ander antwoordt even scherp, er ontstaat een discussietje, eventueel voortgezet in de privé-modus, en binnen de kortste keren is het probleem uit de lucht. Simpelweg omdat je elkaar nooit hebt willen kwetsen, want dat is wel de laatste reden om vrienden op Facebook te worden.

Vrienden worden coaches

Onbedoeld worden vrienden elkaars coaches en adviseurs: de één raadt een artikel aan in een buitenlandse krant die je zelf nooit leest, de ander vraagt om boekentips en ontvangt binnen een halve dag een leeslijst-op-maat, een derde toont een foto van een wonderlijke vrucht die ze bij de Turkse delicatessenwinkel heeft gekocht, en leert niet alleen dat het hier om een kweepeer gaat, maar ze krijgt er ook de Latijnse naam, de Arabische naam en tal van recepten en zoete jeugdherinneringen uit het land van herkomst bij.

Hoewel ik het blijf betreuren dat een verandering van profiel- of omslagfoto meer ‘likes’ krijgt dan bijvoorbeeld een bericht over het Syrische Comité in Nederland (waar ik dankzij een eigen vraag op Facebook bij betrokken ben geraakt), merk ik toch ook dat menig Facebookgebruiker er echt plezier in heeft om met anderen mee te leven. Ziektes, operaties, tegenslag, pijn, of nieuw, niet meer verwacht geluk in de liefde: het is prachtig om te zien hoe er op dit soort berichten wordt gereageerd. Alsof er sprake is van een surplus aan hartelijkheid en warmte, dat eindelijk een veilige uitweg heeft gevonden.

De vrijblijvendheid van Facebook helpt mensen weer spontaan te worden. Ik verbaas me dagelijks over de oprechte betrokkenheid die mensen op Facebook tonen en meen die later, op straat, ook beter te kunnen zien. Ik groet weer veel meer voorbijgangers, en ze groeten me meestal even enthousiast terug. Ik heb leukere, eerlijkere gesprekken met wildvreemden en het stellen van belangstellende, maar wellicht rare, domme vragen gaat me makkelijker af. Twee weten meer dan één. Wat ik op Facebook aantref, blijkt gelukkig ook ‘in het echt’ te vinden te zijn. Even een klein gesprekje heen en weer, en plotseling sta je naast elkaar tijdens een demonstratie, of spreek je af om die tentoonstelling samen te bezoeken.

Facebook geeft mij mijn vertrouwen terug in de wereld, in de schoonheid van onverwachte ontmoetingen en, op slechte dagen, in mezelf. Kun je nog zo somber zijn, zolang je oprecht blijk te kunnen genieten van de belevenissen én de beleving van anderen, ben je nog niet verloren.