‘Er is nu echt iets aan het veranderen in Italië’

Bij alle onzekerheid over Griekenland is er goed nieuws uit Italië. Hervorming van de arbeidsmarkt levert concreet resultaat op. En er komt nog meer aan.

Galleria Vittorio Emanuele II in Milaan. Na een lange recessie begint de Italiaanse economie zich te herstellen. Foto Ye Pingfan / Xinhua

Het zijn veelal cijfertjes achter de komma. 0,7 procent meer mensen aan het werk. De verwachte groei met 0,2 procentpunt naar boven bijgesteld, en voor volgend jaar naar 1,5 procent. Maar het is een belangrijke omkering van de tendens. Voorzichtig zeggen economen, werkgevers, regering, het bureau voor de statistiek en de Oeso dat Italië weer in de lift zit.

„Italië is niet meer de zieke man van Europa”, roept premier Matteo Renzi al een paar weken trots. Na de slopende eurotop over Griekenland zei hij dat Italië geen probleemland meer is, een land dat gevaar loopt besmet te worden, maar een voorbeeldland, omdat het in hoog tempo hervormingswetten aanneemt.

Dat is geen bluf. De Oeso, de club van 34 grote, vooral westerse, industrielanden, schreef vorige maand in haar Economic Outlook: „Na een lange recessie is de Italiaanse economie begonnen aan een geleidelijk herstel.” Werkgeversvoorzitter Giorgio Squinzi zegt: „De neergang is tot staan gekomen”, omzet en orders van de industrie zijn het tweede semester gestegen. Het Italiaanse bureau voor de statistiek becijfert dat het aantal banen weer stijgt. Filippo Taddei, binnen de regerende Democratische Partij verantwoordelijk voor werk: „Alle cijfers gaan in dezelfde richting. Voor het eerst stijgt het aantal werkenden in alle categorieën: mannen, vrouwen, migranten, boven de vijftig en onder de dertig.”

Dat is goed nieuws voor Europa, bij alle onzekerheid over Griekenland. Italië verkeert niet alleen wegens zijn enorme staatsschuld (135 procent van het bbp) in de gevarenzone. Ook de groei bleef jarenlang achter bij die in veel andere EU-landen – wat weinig uitzicht biedt op terugdringen van die staatsschuld.

Het is ook goed nieuws voor premier Renzi. Hij had dit voorjaar moeite een antwoord te vinden op verwijten dat hij van alles aankondigt, maar weinig concrete resultaten kan laten zien. „Ik begrijp die kritiek wel”, zegt econoom Francesco Daveri. „Dat is de erfenis uit het verleden. Hoe vaak hebben regeringen niet gezegd dat hervormingen bovenaan hun agenda staan, terwijl er niets van terecht is gekomen? Er moet nog heel wat gebeuren, op veel verschillende fronten. Maar de hervorming van het arbeidsrecht levert nu in ieder geval concrete resultaten op.”

Bij zijn ingrijpende hervormingsagenda heeft Renzi prioriteit gegeven aan het efficiënter maken van het politieke bestel en aan het creëren van werkgelegenheid. In het eerste proces zijn de belangrijkste stappen gezet, maar door allerlei procedureregels is de afronding pas volgend jaar. En de Jobs Act, de nieuwe arbeidswet, is nu bijna drie maanden van kracht. Die „heeft de potentie de arbeidsmarkt drastisch te verbeteren”, schrijft de Oeso.

De rigide ontslagbescherming bij bedrijven met meer dan vijftien werknemers is afgezwakt – een politiek huzarenstukje van Renzi, want de vakbonden hebben zich hier decennialang met hand en tand tegen verzet. Het ‘risico’ voor de werkgever om iemand een vaste baan aan te bieden, is nu een stuk kleiner. In de eerste jaren is de ontslagbescherming beperkt, daarna wordt die groter.

„Dit is een ongelooflijk belangrijke wijziging”, zegt Daveri. „We zien nu al dat bedrijven makkelijker mensen voor onbepaalde tijd aannemen. Dat komt ook door het tijdelijke belastingvoordeel dit jaar voor wie mensen aanneemt. In het zuiden is er nog nauwelijks effect van de nieuwe regels. Maar het land komt in beweging. Er zit bovendien een vliegwieleffect bij. Wie een vast contract kan laten zien, kan naar de bank om een hypotheek te vragen.”

Er is dus nu weer uitzicht op groei. Daarbij stelt u keer op keer dat Italië vooral zachte groei nodig heeft.

„We moeten niet inzetten op meer investeringen in infrastructuur en huizen. Wegen en cement hebben we genoeg. We moeten mikken op zachte groei. Investeren in onderwijs en scholing. Onze middelbare scholen en universiteiten zijn niet goed genoeg. De aansluiting van onderwijs op bedrijfsleven is slecht, het aantal hoger opgeleiden relatief laag. We hebben geen goede processen om werklozen om te scholen en hen op die manier te helpen.”

Begin juli is een wet aangenomen om het onderwijs te hervormen, ondanks fel protest van de onderwijsbonden.

„Een uitstekende wet. Schooldirecteuren krijgen bijvoorbeeld het recht zelf de leraren te kiezen die het best bij de school passen. Voorheen moesten ze de bovenste kiezen van een lijst die wordt opgesteld volgens sociale criteria, niet volgens vakbekwaamheid. Scholen hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid om mensen af te leveren die de arbeidsmarkt op kunnen of naar de universiteit kunnen. Die mag niet worden beknot door bepaalde beroepsgroepen.”

Wat voor hervormingen zijn verder nodig voor meer groei?

„Er zijn twee essentiële zaken waaraan het kabinet nog maar net is begonnen: de bureaucratie en justitie. Vorig jaar is een belangrijke wet aangenomen, die het mogelijk maakt ambtenaren een baan aan te bieden in een straal van vijftig kilometer van waar ze nu werken. Dat verandert de regels van het spel. Maar het moet ook makkelijker worden topambtenaren over te plaatsen. In de top van de bureaucratie bestaat een netwerk van mandarijnen met enorme macht. Die kunnen vaak niet ontslagen worden als ze niet goed functioneren. Er ligt nu een plan om hen in ieder geval makkelijker te laten rouleren. Dat zou al veel zaken veranderen.”

Die mandarijnen, zoals u ze noemt, worden er vaak van beschuldigd hervormingen tegen te werken, te vertragen, omdat die hun machtspositie aantasten.

„Daarbij gaat het inderdaad vaak om verzet van personen. Maar ons stelsel werkt ook tegen ons. De grondwet heeft alles ingebed in een vorm van juridisch formalisme. We stikken in de regels, en het zijn er zó veel, dat ze regelmatig onderling tegenstrijdig zijn.

„Daar komt nog iets bij, dat grote gevolgen heeft voor de begroting. Het grondwettelijke hof heeft onlangs een deel van de pensioenhervorming, die de regering-Monti in 2012 heeft opgesteld, ongeldig verklaard. En er lopen bij het hof nog klachten over de aanpak van btw-ontduiking en het besluit niet meer automatisch op basis van anciënniteit te bevorderen. Die laatste maatregel dateert uit 2010. We zitten gevangen in formalisme: als een kabinet in een noodtoestand per decreet maatregelen doorvoert en daarbij niet eerst de mening van het hof kan vragen, en als je dan na vijf jaar te horen krijgt dat die maatregel niet rechtsgeldig is, heb je een probleem. Dan vermindert het effect en de rechtszekerheid van de norm. Dat laat zien hoe belangrijk hervorming van justitie is. Er moet sneller worden gewerkt. In alle opzichten. Dan hebben bedrijven ook sneller duidelijkheid als de rechter moet oordelen over een conflict.”

Door die uitspraak van het hof over de pensioenen wordt het tekort op de begroting hoger dan gepland.

„Dat is goed uit te leggen aan Brussel. Misschien hebben we een tekort van 2,7 procent in plaats van 2,6. Zo veel maakt dat niet uit. Spanje zit boven de 4 procent, Frankrijk komt daar in de buurt. Waarom moeten wij dan vasthouden aan die 2,6 procent? Ik weet wel, we hebben een staatsschuld van 135 procent van ons bruto binnenlands product. Maar we moeten hierover kunnen onderhandelen. En vergeet niet, Italië heeft steeds keurig op tijd zijn rente betaald.”

Monopolieposities en gebrek aan concurrentie worden ook vaak als een belemmering voor groei gezien. Notarissen en apothekers, bakkers en pomphouders, zij zouden allemaal goedkoper worden als er in hun sectoren meer onderlinge concurrentie zou zijn.

„Het kabinet legt nu vooral de nadruk op herkapitalisatie van bedrijven. Ik denk dat dit belangrijker is dan liberalisering. Veel bedrijven zijn te klein, maar er is nauwelijks bankkrediet voor wie wil groeien.’’

In welke sectoren zit de kracht van de Italiaanse economie?

„De voedingsindustrie blijft belangrijk, al kun je Parmezaanse kaas niet in enorme volumes verkopen. Zoiets blijft voor de fijnproevers. Dat geldt voor veel producten in deze sector. Dan is India geen groeimarkt, ook al zijn daar veel consumenten. Deze sector blijft sterk, omdat er weinig concurrentie is met andere landen.

„Ook de mechanische industrie blijft sterk. Auto’s, machines, onderdelen. We hebben veel technologische kennis. Dat zie je ook bij verpakkingsmateriaal voor medicijnen. Maar op veel fronten moeten we innovatiever zijn. Daarbij gaat het niet eens om hoe geavanceerd er wordt geproduceerd. Neem Electrolux, producent van witgoed. Er is een fabriek waar heel modern wordt gewerkt, maar daar werden alleen wasmachines gemaakt. Dat kunnen ze in Turkije voor de helft van de prijs. Ze hebben ook een minder hightechfabriek die geïntegreerde keukens maakt. Die worden als hele pakketten verkocht: Italian design. Ook al wordt in die fabriek op een meer traditionele manier gewerkt, die draaide toch beter. Ook dat is een vorm van innovatie.

„Toerisme blijft een probleem. We verliezen soms de confrontatie met het topniveau van vijf sterren in Frankrijk, Spanje en Portugal. Het is in Italië mooier dan in Spanje of Portugal, en misschien ook wel dan in Frankrijk. Op veel punten hebben we ook een geschikter klimaat voor toeristen. Maar door gebreken in onze structuren zijn we achterop geraakt. Ook hier is het vaak te kleinschalig, is er te weinig kapitaal.”

Toch nog een lang lijstje problemen.

„Maar de zaken zijn echt aan het veranderen. Dat moeten we burgers en investeerders duidelijk maken. Op veel punten verkeren de hervormingen nog in de bouwfase. Vraag is of het kabinet al zijn plannen tot een goed einde kan brengen. Maar ik vind de vooruitzichten goed. Ook het plan van Renzi om de belastingen te verlagen, met 45 miljard euro, is belangrijk. Dat geeft lucht. Zo kan Italië echt groeien. ”