Duitse dominantie EU zal onhoudbaar zijn

Fransen en Duitsers begrijpen elkaar niet. Niet simpelweg dat ze het over veel zaken oneens zijn. In de trant: de een verkiest appels, de ander peren. Zo’n onenigheid kan worden bijgelegd. Nee, het is fundamenteler: ze begrijpen elkaar niet, hun wereldbeelden sluiten niet op elkaar aan. De Duitser wil graag weten hoe dat fruit groeit, de Fransman waarom. (De Brit en de Nederlander zijn benieuwd hoeveel het kost). Nu het Griekse drama het nadenken in Berlijn, Parijs en Brussel over de toekomst van de muntunie versnelt, staan ons nieuwe staaltjes Frans-Duits misverstand te wachten. De een wil verantwoordelijkheid, de ander solidariteit. De een wil lage inflatie, de ander groei. De een wil een nieuw verdrag zonder begroting, de ander een nieuwe begroting zonder verdrag. Verwarrend, maar voor de buurlanden ook prettig. Want stel je voor dat de 66 miljoen Fransen en 80 miljoen Duitsers het over alles eens zouden zijn. In hun onbegrip ligt onze vrijheid. En tot ons geluk zal het voortbestaan zolang er Fransen en Duitsers zijn.

Het misverstand raakt de kernbegrippen van beider politieke ervaring. Neem een begrotingsregel. In Duitsland staat die voor rechtvaardigheid, orde en eerlijkheid. In Frankrijk staat de regel voor inperking en onvrijheid. Aangezien Europese politiek om regels draait, leidt dit tot ernstig wederzijds wantrouwen. Parijs vraagt graag om flexibiliteit, voor anderen of voor zichzelf (bijvoorbeeld om de schuldenlimiet te mogen overtreden); in Berlijn wordt dit ervaren als opportunisme en kwade trouw. Omgekeerd worden de Duitsers, die zelf vinden dat ze streng maar eerlijk de regel toepassen, beschuldigd van rigiditeit, obstinaatheid en zelfs machtswellust, omdat ze geen rekening houden met een specifieke situatie. Tegenhanger van de regel is de gebeurtenis. Daar vallen de positieve en negatieve connotaties omgekeerd uit. In Frankrijk is een gebeurtenis, ook een dramatische, een teken van leven en vernieuwing. Voor een Frans politiek leider à la Sarkozy biedt een crisis de kans te tonen wat hij waard is; de pers maakt er een gezamenlijk moment van, een nieuwe bladzijde in de ‘roman van de natie’. In Duitsland daarentegen staat een gebeurtenis voor ondermijning van de orde, voor destabilisatie en gevaar. Crisis leidt er tot paniek. De Duitse opinie waardeert leiders die schokken opvangen, zoals Mutti Merkel met haar stap-voor-stap aanpak.

De Duitse macht is onmiskenbaar geworden. Frankrijk was al de zwakkere, maar wist tot voor kort zijn economische achterstand te compenseren met (buitenland)politieke initiatieven en ambities. De formule luidde: Frankrijk gebruikte Europa als hefboom om zijn zwakte te verhullen, Duitsland als dekmantel om zijn kracht te verhullen. Nu is alleen de Duitse dekmantel nog over. Wat betekent dit voor Nederland? De Duitse beleidsvoorkeuren staan dichter bij ons dan de Franse. Den Haag ziet dus voordeel in deze machtsverschuiving en gaat graag in de slipstream mee (zie de rol van Dijsselbloem in de eurogroep). Toch is dat een kortetermijnbelang. Op lange termijn is een door Duitsland gedomineerde EU voor de publieke opinie onhoudbaar. Er is geen reden elke Duitse luim te volgen. Op 30 juli berichtte de Frankfurter Allgemeine Zeitung dat Wolfgang Schäuble, vanwege slechte ervaringen in de Griekse zaak, de Europese Commissie haar rol van economisch toezichthouder wil ontnemen ten gunste van een nieuw instituut. Het zou de Commissie in het hart treffen. Een oud Duits idee, maar wel zorgelijk dat het volgens de krant zwaartepunt van het komende Nederlandse EU-Raadsvoorzitterschap zou worden. Laat de Duitsers zelf de plooien van hun dekmantel gladstrijken. Ons grotere belang ligt in een Unie met tegenmacht en reuring.