De Koerden waren eigenlijk te succesvol

Turkije valt IS aan, maar richt zich tegelijkertijd op de Turks-Koerdische PKK. Wordt de strijd tegen IS gebruikt als excuus om de Koerden aan te vallen?

Iraakse Koerden vluchtten in 1991 massaal naar Turkije, toen ze werden aangevallen door het leger van dictator Saddam Hussein.Peter Turnley/Corbis

Tot voor kort waren de Koerden onder de heel weinige winnaars in de bloedige oorlog in Syrië en Irak. Iraakse, Turkse én Syrische Koerden zijn de succesvolste bondgenoten op de grond van de internationale coalitie tegen de Islamitische Staat. De Syrische Koerden verenigden daarbij in het grensgebied met Turkije twee enclaves tot één autonoom gebied, waar ze vóór de oorlog in Syrië jarenlang vergeefs naar hadden gestreefd.

Maar alles staat weer op het spel nu Turkije in het offensief is gegaan tegen de kampen en wapenopslagplaatsen in Noord-Irak van de Turks-Koerdische PKK, die geallieerd is met de Syrisch-Koerdische YPG. Zijn de Koerden weer verraden? Het heeft er veel van weg.

De Turkse luchtmacht ging vorige week vrijdag gelijktijdig in de aanval tegen IS, voor het eerst sinds de jihadisten zich aan de Turkse grens nestelden, én de PKK, waarmee sinds eind 2012 een staakt-het-vuren van kracht was. Beide gelden officieel als terroristen in Ankara. „We treffen de noodzakelijke maatregelen tegen wie ook maar een bedreiging vormt van onze grens”, zei premier Davutoglu.

De NAVO toonde zich solidair met lidstaat Turkije. De VS gingen akkoord met de aanvallen. Stilzwijgend accepteerde Amerika volgens Ankara ook een „veilige zone” langs een deel van de grens die, indien gerealiseerd, hun Syrisch-Koerdische bondgenoten zal verhinderen hun gebied met een derde enclave te verenigen. Een en ander in ruil voor gebruik van de vliegbasis Incirlik voor aanvallen van de internationale coalitie op IS, waaraan de Amerikanen bijzonder veel waarde hechten.

De Turken tolereerden IS, zeggen de Koerden, of steunden ze zelfs

Veel Koerden zien de aanvallen niet zozeer als een verandering van de Turkse koers jegens IS, die het afgelopen jaar door Ankara ten minste was getolereerd en mogelijk ook gesteund. Zij beschouwen de bombardementen en de no-flyzone allereerst als gericht tegen henzelf, zoals op Twitter werd vertaald als #TurkeyIsAttackingKurdsNotISIS.

Want de Koerden zijn té succesvol geworden: zowel in Syrië, waar Ankara de kiem van een immer gevreesde Koerdische staat ontwaart, als in Turkije zelf, met de verrassende verkiezingsoverwinning van de pro-Koerdische HDP. Die partij ontzegde immers in juni met haar 12 procent van de stemmen president Erdogans AK-partij een absolute meerderheid in het parlement.

De 25 miljoen Koerden blijven als het aan Turkije ligt het grootste volk zonder eigen staat. Toch is hun die onafhankelijke staat in 1920 in het Verdrag van Sèvres in het vooruitzicht gesteld door de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog. Maar die toezegging werd drie jaar later in het Verdrag van Lausanne weer ingetrokken.

Sindsdien zijn de Koerden – verdeeld over Iran, Irak, Turkije, Syrië en Rusland – op zoek naar hun staat vaak de speelbal geweest van de landen in de regio. En zij hebben zich ook als zodanig laten gebruiken. Koerd heeft herhaaldelijk Koerd bestreden: de Irakees in dienst van Iran of Turkije, de Iraniër namens Irak.

De sjah van Iran steunde de Koerden in Irak om zijn vijand Saddam Hussein, die de Iraanse Koerden tegen hem opstookte, in het noorden van zijn land bezig te houden. Maar hij leverde hen in 1975 bij het Akkoord van Algiers uit aan de Iraakse leider, in ruil voor grensconcessies die hij belangrijker achtte.

Alle Koerden zijn onderdrukt, die in Irak zijn het slechtst behandeld

Alle Koerden zijn onderdrukt in de staten waarvan zij burgers zijn, maar de Iraakse Koerden zijn veruit het slechtst behandeld. Zij zijn door Saddam genadeloos vervolgd en in 1986-1988, op verdenking van collaboratie met Iran in de Golfoorlog, in een genocidale campagne met gifgas bestookt.

In 1991 werden ze door het Iraakse leger in de pan gehakt, nadat ze door de geallieerden die Koeweit hadden bevrijd waren opgeroepen in opstand te komen – en in de steek waren gelaten. Maar evengoed legden de Koerdische leiders en Saddam het een paar maanden later bij. In 1996 riep KDP-leider – en huidig Koerdisch president – Masoud Barzani zelfs de hulp van Saddam in om zijn rivaal Jalal Talabani te verjagen uit Erbil, hoofdstad van wat destijds Vrij Koerdistan was en nu autonoom Iraaks-Koerdistan.

Nu speelt Barzani weer een dergelijke rol als bondgenoot van Turkije, dat de PKK bombardeert. De autonome Koerdische regio in Noord-Irak waarvan hij president is, heeft wel veel olie maar is door land ingesloten. Door zijn streven naar steeds grotere autonomie, met onafhankelijkheid als einddoel, staat hij op gespannen voet met de door Arabische shi’ieten gedomineerde regering in Bagdad. Die heeft de hoop op één verenigd Irak immers niet opgegeven.

Daardoor is Barzani voor olie-export en andere handel van Turkije afhankelijk. Turkije op zijn beurt profiteert van Iraaks Koerdistan als lucratief afzet- en investeringsgebied. De onderlinge betrekkingen zijn warm. De broeders van de PKK, die zich in het noorden van Iraaks Koerdistan verschuilen, zijn voor Barzani daarom ongewenste gasten. En, evenals de Syrisch-Koerdische YPG, rivalen.