Controle op digitale kinderlokkers is heel moeilijk

De man die de 13-jarige Lisa verleidde, stond al onder toezicht. Toch ging het mis. Waar bestaat toezicht uit?

Twee zaken, één verdachte, werkwijze vrijwel identiek.

2015: een 41-jarige man wordt ervan verdacht de 13-jarige Lisa uit Ridderkerk via Facebook te hebben verleid, en lijkt haar te hebben overgehaald tot een afspraak. Het meisje was een halve week vermist. Maandag vond de politie haar. De 41-jarige Danny D. uit Koudekerk aan den Rijn werd diezelfde dag gearresteerd. De man wordt verdacht van onttrekking aan het ouderlijk gezag en ontucht, zo maakte het OM gisteren bekend, en hij blijft voorlopig in voorarrest.

2011: dezelfde man krijgt 204 dagen cel. Voor onttrekking aan het ouderlijk gezag. Niet voor ontucht, want zover kwam het niet met het 12-jarige meisje dat hij via internet verleidde. Hij wist haar zover te krijgen dat ze samen naar een zwembad gingen. Net als bij Lisa werd het contact gelegd doordat hij zich voordeed als een jongeman via online chats. Het meisje dacht een afspraak te hebben met een knappe jongen van 15. Na zijn arrestatie werd op zijn computer kinderporno gevonden.

Tussen de zaken zit vier jaar toezicht van de reclassering en een gedwongen behandeling bij forensische kliniek De Waag. De rechter in 2011: „Geconcludeerd wordt dat een systeem om verdachte heen gemaakt moet worden om waakzaamheid te betrachten. Reclassering, jeugdzorg en De Waag moeten de vinger goed aan de pols houden [...].” De man stond tot aan zijn arrestatie onder toezicht van de reclassering, bevestigt een woordvoerder. Is recidive van groomers – digitale kinderlokkers – te voorkomen?

Wijkagent komt langs

Zedendelinquenten krijgen bij De Waag een ambulante behandeling, vertelt hoofd behandelzaken dr. Larissa Hoogsteder. Ze wonen thuis, en komen naar de polikliniek voor psycho-educatie en therapie. Soms eens per week, maar bij zwaardere gevallen kan dat ook drie keer zijn. Het komt voor dat de daders medicatie krijgen om hun lustgevoelens te onderdrukken. Soms mogen ze geen computer in huis hebben als dat een risico vormt, zoals bij groomers.

Anders dan ambulante behandelaars komt de reclassering vaker thuis bij de zedendelinquenten. Gesprekken, onverwacht aanbellen, de wijkagent langs sturen. Maar zeker weten of een groomer niet opnieuw een minderjarige probeert te verleiden? Onmogelijk. Een woordvoerder van de reclassering: „Ook als de rechter niet wil dat een dader een computer in huis heeft, kan diegene nog in de bibliotheek een nepidentiteit creëren. Of een computer of smartphone kopen zonder dat wij ervan weten. Ik snap dat het gevoelig ligt dat deze man onder toezicht stond, maar 100 procent zekerheid kunnen we nooit bieden.”

„Recidive door groomers is bijna het lastigste vergrijp om te controleren”, zegt Jan Hendriks, bijzonder hoogleraar aan de VU, gespecialiseerd in zedendelinquenten. „Voor een deel gaat het om vertrouwen opbouwen. Als een behandelaar vraagt of een delinquent weer ‘verkeerde gedachten’ heeft, zal diegene alleen eerlijk antwoorden als hij de behandelaar vertrouwt. 100 procent controle bestaat niet. Sommige delinquenten zijn bijzonder handig met ICT en kunnen verbergen waar ze mee bezig zijn.”

Doel van de behandeling bij De Waag, vertelt Hoogsteder, is het risico op herhaling terugschroeven: „Dit kan echter betekenen dat als bijvoorbeeld het risico is teruggebracht van hoog naar matig, er niet veel meer valt te halen met behandeling.” Een deel van het risico wordt bepaald door vaste, onbehandelbare elementen zoals een specifieke stoornis, of een getroebleerd verleden. Alleen veranderbare aspecten, zoals sociaal isolement, dagelijkse bezigheid, zelfregulatie en zelfkennis kunnen worden behandeld.

Na behandeling blijven er echter acute risico’s bestaan, zoals een terugval na het beëindigen van een relatie. Het sociale en professionele netwerk rond een delinquent moet dan aan de bel trekken. „Als het risico sterk oploopt, door bijvoorbeeld een scheiding, dan nemen we de patiënt weer tijdelijk terug.”

Helemaal nul wordt het recidiverisico nooit. Maar anders dan veel mensen denken, is de kans klein dat zedendelinquenten weer de fout in gaan. De schaamte van de ontdekking en eventueel daarop volgende behandeling zijn in veel gevallen genoeg: 6 procent recidiveert binnen een jaar na de behandeling, blijkt uit cijfers van Reclassering Nederland. Voor overige delicten is dat meer dan 15 procent.