Afgedwongen excuses WO II ‘weinig waard’

Joodse publicisten riepen Nederland gisteren in The Wall Street Journal op om formele excuses te maken voor de Jodenvervolging. Terecht?

De Nederlandse regering moet excuses aanbieden voor haar slappe houding tijdens de Jodenvervolging. Zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog is het tijd om „verantwoording af te leggen voor de donkerste periode uit de geschiedenis van Nederland”. Dat schrijven rabbi Abramham Cooper en Manfred Gerstenfeld, verbonden aan de Joodse organisaties Simon Wiesenthal Center en het Jerusalem Center for Public Affairs, in een opinieartikel. Volgens de twee weigert Nederland consequent zijn eigen falen in oorlogstijd toe te geven.

Andere West-Europese landen, waaronder België, Luxemburg en Noorwegen, boden wel excuses aan voor hun rol in de Holocaust. In Nederland, waar driekwart van de Joodse inwoners tijdens de oorlog werd gedeporteerd en vermoord, klinkt al langer de roep om een officieel excuus. Oud-ministers Gerrit Zalm (VVD) en wijlen Els Borst (D66) pleitten hier voor. „We weten nu dat de Jodenvervolging koningin Wilhelmina weinig bezighield”, zei Borst. In 2011 vroeg PVV-leider Geert Wilders de regering excuses te maken, begin dit jaar stelde VNL-Kamerlid Joram van Klaveren het voor.

Uit de antwoorden die premier Mark Rutte (VVD) naar de Tweede Kamer stuurde, blijkt dat hij daar weinig voor voelt. Hij zou geen signalen hebben ontvangen dat de Joodse gemeenschap op excuses zit te wachten. Eerder weigerde premier Wim Kok (PvdA) sorry te zeggen voor de Jodenvervolging, omdat hij niet namens anderen excuses wil aanbieden. Het dichtst bij een excuus kwam koningin Beatrix in 1995 in een toespraak voor het Israëlische parlement (zie kader).

Volgens Erik Somers van het NIOD (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust-, en Genocidestudies) staat vast dat de Nederlandse overheid weinig heldhaftig optrad in de oorlog. De Nederlandse Spoorwegen waren bereidwillig in het transporteren van Joden over Nederlands grondgebied, er waren nauwelijks politieagenten die bevelen weigerden, overheidsfunctionarissen werkten samen met Duitsers. Tegelijk heeft bijna geen land zoveel onderscheidingen uit Israël gekregen voor hulp aan onderduikers, zegt Somers. Er is veel verzet gepleegd. Dat maakt een officieel excuus lastig, zegt Somers, omdat het geen recht zou doen aan individuen die zich wel verzetten.

Historicus David Barnouw, WO II-expert en oud-NIOD-onderzoeker, gelooft niet dat de Joodse gemeenschap op een excuus zit te wachten. „De oorlog zit zo diep bij mensen, dat is toch niet afgedaan met een vierregelig excuus?” De overheid heeft volgens hem inmiddels genoeg gedaan om Joden erkenning en financiële compensatie te geven waar ze recht op hebben. Excuses zouden niets meer toevoegen.

Barnouw: „Hoe ver terug moet je gaan met excuses? Moeten we ons dan ook nog excuseren voor de slavenhandel? En voor de kruistochten?” Volgens de historicus dreigt een excuus steeds minder waard te worden, omdat het wordt afgedwongen. Hij wijst op de NS, die in 2005 excuses aanbood voor haar rol in de deportaties. Barnouw: „Wat bleek: de NS was op dat moment bezig met de aanbesteding van een spoorlijn in Californië en was vermoedelijk bang op dat punt te worden aangevallen. Dan heeft zo’n excuus natuurlijk geen enkele waarde.”

Correcties en aanvullingen

Excuses

In Afgedwongen excuses WO II weinig waard (31/7, p. 3) legt historicus David Barnouw een verband tussen de excuses uit 2005 van spoorbedrijf NS voor zijn rol in de Jodendeportaties en de wens van NS ten tijde van die excuses een spoorlijn aan te leggen in Californië. Dit is onjuist. Hier had het Franse vervoersbedrijf SNCF moeten staan.