Ahmed Aboutaleb, help ons uw koran te begrijpen

Foto Reuters

Meneer Aboutaleb, ik nam Kader Abdolahs vertaling van de koran op, na uw aanbevelingen over de poëtische kracht ervan afgelopen zondagavond bij Zomergasten.

Uw briljante oproep aan Wilders om met een plan te komen voor zijn mindermarokkanen-campagne – vooral omdat uw ouders er, terecht, van ondersteboven zijn – valt voor mij uiteindelijk in dorre aarde bij de krasse uitspraken en oproepen die in de koran van Kader Abdolah staan over stammen, vrouwen en ongelovigen.

Hoe ziet u die oproepen in de koran tot haat jegens andersdenkenden en vreemde stammen, en de bijna-voortdurende dreiging met harde straffen? Een belangrijk deel van de opvoeding van vele jongelingen, nietwaar? Natuurlijk moeten we die vraag ook stellen aan aanhangers van de talmoed en de bijbel. Want ook daar wordt er wat afgehaat.

Wat mij in het bijzonder trof, toen ik Kader Abdolahs vertaling van de koran opnam, was het afschuiven van de eigen verantwoordelijkheid van de geweldpleger bij de bestraffing van andersdenkenden en vreemde volken: „Het is niet uw zwaard dat hen doodt, maar het is Gods zwaard”. Een ongeëvenaarde rechtvaardiging waarvan elke hedendaagse strafrechter hakstro maakt. Maar hij hoort niettemin bij de mores waarin vele jongeren worden ingewijd, nietwaar?

Ik miste een opbouwend kritische stellingname ten aanzien van uw eigen geloof, juist ook bij de Wilders-kwestie. (En dan hebben we het nog niet eens over de positie van de vrouw.) Stellingname zou zaken zoveel duidelijker en krachtiger hebben kunnen maken.

Hoe moet ik deze incongruentie nu aan mijn kinderen uitleggen, en met name waar het de opvatting betreft over de eigen verantwoordelijkheid bij gewelddadig optreden tegen andersdenkenden („niet uw eigen zwaard, maar dat van God”)?

Aboutaleb, help ons hier uw koran begrijpen. Want als iemand dat kan, dan bent u dat.