Ze zong haar stem stuk om zo ver te komen

Er komt veel mooie muziek uit alle hoeken van Afrika. Maar over Mauretaanse muziek wisten we nog niet zoveel. Noura Mint Seymali heeft er hard voor gewerkt – ze werd half gedwongen – maar staat nu op veel festivals, ook op Lowlands.

Foto Matthew Tinari

‘Zingen! Zingen! Harder!’ Noura Mint Seymali was als meisje van tien een beetje bang voor haar oudere broer die haar, zelfs als ze schor werd, beval te blijven zingen. Nog luider, nog langer, nog hoger, tot ze haar stem een week lang kwijt was. Zodra haar keel herstelde, begon de training opnieuw.

Nu is ze haar broer dankbaar. „Het hoort bij de opvoeding in een Mauretaanse muzikale familie. Je moet je stembanden oprekken vóór de puberteit, anders ben je te laat. Het heeft ertoe geleid dat Seymali een buigzame, krachtige stem heeft waarmee ze mystieke kleur geeft aan de kurkdroge woestijnblues van haar band.

Er stonden vaker mooie Afrikaanse acts in Biddinghuizen – vaak blues uit Mali of funk van de West-Afrikaanse kust – maar het relatief onbekende Mauretanië van Seymali blijkt een heel eigen geluid te hebben. Haar zang is Moors, Noord-Afrikaans. Het is, in combinatie met een hypnotiserende beat en een gitaar die de noten zandstraalt, geen lichte kost, wel spannend.

Noura Mint Seymali is klein van stuk met een rond omsluierd gezicht dat bijna kinderlijk aandoet. Tijdens het interview praat ze zacht, terwijl ze haar baby met een speen probeert stil te houden. Maar wie haar dit jaar op Music Meeting in Nijmegen of Festival Mundial in Tilburg zag, weet dat ze op het podium de baas is. De elektrische gitaar van haar man volgt de Arabische buigingen van haar stem, niet andersom. Als de Amerikaanse drummer er even naast zit, probeert hij haar strenge blik te ontwijken.

Seymali komt uit een vooraanstaande lijn van griots, de muzikale kaste van de Sahara. Op haar dertiende begeleidde ze al haar stiefmoeder Dimi Mint Abba, één van de grote zangeressen van West-Afrika. Haar vader was de eerste die een notatiesysteem voor Moorse zang ontwikkelde en hij herschreef het volkslied van Mauretanië.

„Muziek was overal bij ons thuis. Na mijn puberteit leerde mijn oma mij de ardine te bespelen, een negensnarige harp die alleen voor vrouwen is bestemd.” Op het album Tzenni klinkt het instrument regelmatig, maar op het podium overheerst de gitaar. „Tijdens een festival komen de subtiliteiten van de ardine niet over. Het is meer voor intieme feesten. Ik wil Europeanen kennis laten maken met onze muziek, dat gaat beter via gitaar.”

Het gebeurt zelden dat muziek uit Mauretanië Europa bereikt, het land heeft nauwelijks een officiële muziekindustrie. Seymali probeert dat met haar Amerikaanse producer en drummer te veranderen. Matthew Tinari: „De muziek zelf is heel rijk, het heeft iets van de sound van Senegal, iets van de Malinese blues en veel van de Arabische traditie. Maar Mauretanië is zeer geïsoleerd, er zijn bijna geen toeristen en expats en de meeste griots willen alleen maar op bruiloften spelen, want daarmee verdien je het meest.”

Geen politiek

Het is ook een land met veel problemen. Er is een grote kloof tussen de zwarte bevolking en de lichter gekleurde Arabische bevolking. Slavernij werd er pas in 1981 afgeschaft en acht jaar geleden werd het onder grote internationale druk ook echt strafbaar in het land. Het is nog altijd een actueel probleem. Daarbij komt dat de islamistische terreur de regio ontwricht. Traditioneel zijn de griotfamilies nauw verbonden met de politiek en sociale vraagstukken, maar Seymali breekt daarmee. „Ik wil niets met lokale politiek te maken hebben”, zegt ze stellig. „Ik zing liedjes voor iedereen. Daar zitten wel liedjes voor vrede in de regio bij en over de gematigde islam, maar meer in het algemeen. Ik kies geen kant, behalve tegen oorlog en geweld.”

Zeer bepalend voor de klank van de band, en voor de cross-over naar het Westen, is haar man Jeiche Ould Chighaly. Ook hij is griot, ook hij speelt een traditioneel instrument: de tidinitt-luit die alleen voor mannen is weggelegd. Maar liever spreekt hij over zijn elektrische gitaren.

Terwijl Seymali zich over hun huilende dochter ontfermt, legt hij zijn eerste gitaar op tafel en wijst op de hals. „Kijk, ik heb daar extra fretten (de metalen ‘latjes’ die de tonen vormen op een gitaar – red.) op laten zetten. Op een gewone westerse gitaar is het onmogelijk de Arabische toonladder te spelen. Door de aanpassing kan ik de kwartnoten spelen.”

Hij legt een tweede gitaar zorgvuldig naast de eerste. Die ziet eruit als een doodnormale gitaar zoals Jimmy Page of Eric Clapton die zou kunnen gebruiken. Maar ze zouden al snel de mist ingaan; alle fretten zijn eraf gesloopt. De hals is als die van contrabas of een viool, het is aan de gitarist zelf om de toon te bepalen door op de juiste plek de snaren tegen de hals te drukken. En dat is precies Chighaly's bedoeling. „Met deze gitaar kan ik het geluid van de tidinitt vangen en precies de stem van Noura volgen. Ik kan hem mee laten zingen.”

Seymali knikt en wiegt hun dochter heen en weer. Het meisje is nog steeds onrustig, maar dan blijkt dat haar moeder niet alleen kan uithalen met haar stem, maar ook zoet kan zingen. Na een paar minuten slaapt ze.