Niets is vernietigender dan de atoombom

Van de pijl en boog via buskruit tot autonome wapens. Dit zijn de zeven grote vernieuwingen in de geschiedenis van oorlog.

De oeroorlog is op film vastgelegd in de beroemde BBC-natuurserie Planet Earth : een tiental chimpanseemannen plegen een overval op een naburige groep. Om een voedselconcurrent mores te leren en liefst uit te roeien. Je ziet hoe de mannen in een lange rij behoedzaam door het bos sluipen, schichtig om zich heen kijkend. Hun lichaamstaal is volkomen herkenbaar. Bij de vijandige groep aangekomen, gaan ze krijsen, slaan en bijten – zo veel en vaak mogelijk. Vaak vallen er doden bij dit soort overvallen.

Het militaire geheim van de oeroorlog? Overmacht. Tien min of meer samenwerkende chimpmannen winnen het altijd van vijf. De overvallers zelf hebben weinig persoonlijk gevaar te vrezen. Zo zal het ook bij de eerste mensen zijn gegaan, wel bloederiger misschien want zij hadden stenen messen en op een gegeven moment ook speren. Maar als het op vechten aan kwam, telde toch bovenal het getal.

Deze oertoestand werd 20.000 jaar geleden – volgens sommigen al 70.000 jaar terug – doorbroken door misschien wel de grootste militaire vernieuwing ooit: de pijl en boog. Want met dat wapen kan één mens vanaf een veilig afstandje, liefst hoog verborgen in een boom, een overmacht tenietdoen. Wie meedeed met zo’n overval was ineens zijn leven niet meer zeker. Volgens sommige antropologen bracht de pijl en boog daarom vooral vrede. Het gevaar van oorlog werd te groot.

Na deze revolutie in de jagers/verzamelaarstijd vonden er nog een zestal grote vernieuwingen in de oorlog plaats, vier in de landbouwtijd en twee recente, na de industriële revolutie.

De landbouwtijd – vanaf 10.000 jaar geleden – bracht allereerst de komst van de beroepskrijger: de man die zich uitsluitend op de strijd richtte en daarmee voor amateurs vrijwel onverslaanbaar was. Hij kon leven van het voedsel dat hij van boeren afpakte. De landbouwproductiviteit was hoog genoeg om ook niet-boeren in te voeden. In de landbouwstaten (vanaf 5.000 jaar geleden) vormden de krijgers de leidende klasse (met de priesters). Uit deze tijd is het eerste wapen dat alleen geschikt is voor onderlinge strijd: het zwaard. Daar heb je niks aan in de jacht.

De derde grote vernieuwing ligt in de mobiliteit: rond 4.500 jaar geleden. Toen verscheen de strijdwagen op het toneel, een paar duizend jaar later gevolgd door de ruiter. De ruiter was aanvankelijk vooral bewapend met pijl en boog, maar door de uitvinding van de stijgbeugel – zo rond het jaar nul – kon de ruiter ook gaan staan en vervolgens met een grote armzwaai vernietigend uithalen met een zwaard of bijl.

De volgende belangrijke vernieuwing was ongeveer 2.500 jaar geleden het gedisciplineerde leger: de Griekse hoplietenfalanx, een strakke rij zwaar bewapende en gepantserde mannen die gezamenlijk als een machine opereerde. Voordien bestonden veldslagen vooral uit individuele man-tegen-man-gevechten, zoals beschreven in Homerus’ Illias. De nieuwe collectieve manoeuvres waren betrekkelijk makkelijk te leren, waardoor een goed getraind volksleger ineens een geduchte tegenstander was. Deze techniek werd de basis van de machtige Romeinse legioenen.

Dan komt in de Middeleeuwen het buskruit, een Chinese uitvinding, aanvankelijk vooral bedoeld om met knallen de tegenstander te laten schikken. Toegepast in vuurwapens is het pijl en boog in het kwadraat. Één goedgeplaatst kanon kan een heel leger tegenhouden. Het zwaar bewapende schip werd het ideale wapen voor de koloniale veroveringen door Europa, onverslaanbaar in vuurkracht en bewegelijkheid.

In de negentiende eeuw werd de oorlog massaal, met algemene mobilisatie van de mannelijke bevolking en vanaf de eerste wereldoorlog ook van de hele economie. Het tijdperk van de industriële oorlog is begonnen. De Fransen begonnen ermee in de Franse Revolutie: de levée en masse. Beslissend in de strijd werd de logistiek en de productiekracht: wie kan er de meeste spullen en mensen in de strijd gooien? Telegraaf en later radio maakten coördinatie van uiterst complexe operaties mogelijk. Dáárom won het Noorden de Amerikaanse Burgeroorlog (de eerste echte massa-oorlog), daarom won Duitsland bijna de Eerste Wereldoorlog maar forceerden de Verenigde Staten daarin uiteindelijk de geallieerde overwinning. Door de industriële inzet verschenen er veel nieuwe succesvolle wapentypes: het machinegeweer, de handgranaat, het jachtvliegtuig, de bommenwerper, de tank, het raketwapen. De drone en misschien binnenkort dus ook de autonome wapens zijn daarvan de meest recente voorbeelden.

De laatste grote vernieuwing is de atoombom: een wapen dat zó vernietigend is dat na het eerste gebruik in 1945 nog geen regering het daadwerkelijk heeft durven gebruiken. Uit angst zelf met atoomwapens te worden bestookt. In die zin is het atoomwapen misschien wel de ultieme perfectie van de pijl en boog. Overmacht is zinloos geworden.