MH17: kabinet moet nu meteen over op plan B

Na het Russisch veto tegen een VN-tribunaal inzake MH17 is snel handelen het devies, stellen Sjoerd Sjoerdsma en Pieter Omtzigt. Met een gemengd tribunaal of desnoods berechting in Nederland.

illustratie Sergei Elkin

Iedereen herinnert zich nog de eerste dagen na 17 juli 2014. De wrakstukken en persoonlijke bezittingen in de zonnebloemvelden, de trein met stoffelijke resten van de slachtoffers, tergende onzekerheid en verdriet bij nabestaanden. Premier Rutte trok de coördinatie naar zich toe en deed een harde belofte: de onderste steen moet boven. „Ik zal mij er persoonlijk voor inzetten dat de daders worden opgespoord en hun gerechte straf krijgen, eerder zullen we niet rusten”, zo verzekerde de premier.

Daarmee lijkt hij echter buiten de cynische buitenlandpolitiek van de Russische president Poetin te hebben gerekend. Waar Rusland zich kort na de tragedie nog enigszins coöperatief opstelde, werkt het land nu actief tegen. Zo zou bij de door Nederland geleide onderzoeken naar toedracht en schuldvraag de VN een grotere rol moeten spelen. Merkwaardig: het OVV-onderzoek vindt namelijk plaats langs de richtlijnen van de ICAO, de VN-organisatie voor de burgerluchtvaart. Ook wilde Rusland zelf meer betrokkenheid bij het onderzoek, terwijl Russische onderzoekers allang betrokken zijn.

Het torpederen van het VN-tribunaal door Rusland maakt de opdracht voor premier Rutte en minister Koenders niet makkelijk, maar wel duidelijk. Het kabinet moet zich niet, net als tijdens het Nederland-Ruslandjaar, laten koeioneren door Rusland. Bij een totaal gebrek aan medewerking zal Nederland zelfs bereid moeten zijn Rusland voor het internationaal gerechtshof of het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te slepen. Onder verdragen die Rusland getekend heeft, is het land namelijk verplicht om mee te werken aan de opsporing en berechting, zelfs al specificeren die verdragen niet precies hoe.

Laat het kabinet nu realistisch naar Rusland kijken. Wijs het op VN-resolutie 2166 die vier dagen na de ramp unaniem – dus ook door Rusland! – werd aangenomen door de Veiligheidsraad en die expliciet stelt dat personen achter de aanslag moeten worden berecht. Nu plan A mislukt is, moet dat doel via plan B bereikt worden. Dat vergt doortastend optreden, al is het maar om te voorkomen dat een ander land gaat vervolgen. Dan geldt immers het ne bis in idem-principe: je mag verdachten niet twee keer voor hetzelfde misdrijf vervolgen.

Hoe ziet zo’n plan B eruit? Vervolging door het Internationaal Strafhof ligt niet voor de hand. Rusland en Oekraïne zijn niet aangesloten en het Hof accepteert eigenlijk alleen zaken als een land niet in staat is of niet wil vervolgen. Dat is met Nederland nadrukkelijk niet het geval.

Dat laat ruwweg twee opties over. Allereerst een gemengd tribunaal. De vijf landen die het onderzoek leiden (Nederland, Oekraïne, Australië, Maleisië, België) zouden gezamenlijk een tribunaal op kunnen richten. Dat kan Rusland niet met een veto blokkeren. Zo’n tribunaal met internationale en nationale rechters op neutrale grond heeft het voordeel van internationale legitimiteit. Het betekent echter ook dat het onderzoekswerk van Nederland opnieuw zal moeten worden gedaan en dat kan veel tijd vragen. Daarbij is een gemengd tribunaal minder verplichtend: Rusland en Oekraïne hoeven verdachten niet uit te leveren. De plaatsvervangend ambassadeur van Rusland maakte onlangs in Nieuwsuur duidelijk dat Rusland dat in ieder geval niet van plan is.

Mocht het inderdaad primair om Russische verdachten gaan en mocht Rusland uitlevering weigeren, dan ligt berechting door Nederland zelf meer voor de hand. Voordeel is dat berechting in Nederland plaatsvindt, waar de kwaliteit en onafhankelijkheid van de rechtspraak gewaarborgd is. Het onderzoek hoeft dan bovendien niet over te worden gedaan. En heel belangrijk: een dergelijk proces is voor de grotendeels Nederlandse nabestaanden beter toegankelijk. De grote vraag is of onze internationale partners deze route zullen accepteren. Expliciet nadeel is dat Rusland de onafhankelijkheid van de rechtspraak zal betwisten, Nederland is immers zelf de grootste belanghebbende.

Laten we ons geen illusies maken, een ideale keuze bestaat niet. Het Russisch veto noopt het kabinet en haar internationale partners tot opties die zeker ook nadelen kennen. Maar welke route het ook kiest, cruciaal is dat het snel gebeurt. Voordat andere landen zelf gaan vervolgen en er wellicht een proces komt zonder fatsoenlijke rechtsgang, waarbij de waarheid niet boven tafel komt en schuldigen buiten schot blijven. Van Rutte en Koenders wordt een diplomatieke evenwichtsdans gevraagd om enerzijds de Russische provocaties te weerstaan en anderzijds alle andere betrokken landen bij elkaar te houden. Het is nu aan de regering om ervoor te zorgen dat de daders van een aanslag op 196 Nederlanders hun gerechte straf niet ontlopen.