Horrormorningselfie

Een kleine, frambozenroze tent, zo zie ik het voor me. De Papa, zou-ie heten. Omdat binnen, op het krukje naast de ribfluwelen divan, een vaderfiguur zit. Grijsharig, met leesbril en notitieblok. Eenmaal in de tent (toegang: half muntje) gebaart hij je op de bank plaats te nemen. Er is kamillethee, er zijn volkorenkoekjes. En je hebt een kwartier de tijd.

Al jaren zoek ik hem, te midden van alle muzikanten, schrijvers, acteurs, EHBO’ers, professoren: de festivalzielenknijper. Af en toe maakt een psycholoog zijn opwachting op de Lowlands University, maar voor een fijne, echte therapiesessie kun je nergens terecht. Zonde, want het zou een gegarandeerd succes zijn: mensen in de rij vanaf de Titty Twister. Voor de neurotisch aangelegde mens (en ik spreek uit ervaring) is Lowlands tenslotte een driedaagse, therapeutische beproeving.

Neem alleen al de eerste ochtend, als je brak en spiegelloos in je tent naar je smartphone tast. Zo beminnelijk mogelijk grijns je richting lens voor een selfie. Niet voor Facebookpublicatie uiteraard – gewoon om te checken of je er niet te desastreus uitziet, alvorens je het daglicht tegemoet kruipt.

Die slaaprimpels, die lodderige oogjes: geen wonder dat je partner allang de tent is uitgevlucht. De zon die door het tentdoek schijnt, geeft je gezicht een groenige waas. Goedemorgen minderwaardigheidscomplex.

Gedesillusioneerd sjok je richting de wc’s. In de rij voor je staan zongebronsde meisjes te flirten met afgetrainde jonge goden.

Hun fris riekende deo-lijven zijn niet opgewassen tegen de Dixi-dampen. Met je pinknagel doe je de deur open – zo min mogelijk contact met bacterierijke oppervlakken – en met een wc-papiertje draai je de deur op slot. Vervolgens leg je vijftig velletjes op de bril om pas dan, met je broek op je knieën, het touwtje van een bebloede tampon onder je linkerslipper te ontdekken.

Eenmaal buiten begeef je je in de massa. Vreemde, bezwete lijven drukken je welhaast plat, je grijpt naar je broekzak om te voelen of je portemonnee er nog zit. Uiteindelijk kom je bij de Alpha vrienden tegen. Of je meegaat naar de Echo, vraagt de een. Nee, naar de Charlie, zegt de ander. Dan krijg je een whatsappje van je wederhelft: of je naar de Bravo komt? Naarmate de dag vordert, neemt de keuzestress toe: een hamburger of van die vettige, Spaanse oliebolstengels? Een biertje of een mojito?

Als je uiteindelijk dorstig bij de Bravo aankomt (je muntjes waren op), staat je partner innig verstrengeld met een ander. Misschien omdat je zojuist per ongeluk – toen je iets liefs wilde appen – je horrormorningselfie hebt gestuurd.

Huilend tast je in je zak, vindt godzijdank een half muntje en holt naar de Papa. Je slaat je kamillethee achterover, neemt plaats op de zachte divan. De therapeut luistert begripvol. Smetvrees? Een uur eenzame opsluiting in een Dixi is de remedie. Pleinvrees? Hup, de menigte in, lekker schuren met je buren. En die ontrouwe partner? Helaas, de tijd is om. Maar singles have more fun, dat weet je toch?

Gelouterd keer je tentwaarts. Lelijk, ziek, berooid, vrijgezel – maar zielsgelukkig.