Column

Lijden onder scheidende ouders

Martin Sitalsing schenkt de glazen vol met water en gebaart naar de dozen met pizza op tafel. „Neem zoveel als jullie willen.” Verderop zijn twee vrouwen met veel kabaal de keuken aan het schoonmaken. Het is zes uur en ik ben bij de ‘expertmeeting positief scheiden’ in de kantine van Jeugdbescherming in Groningen. Sitalsing is daar de directeur. Een poosje geleden vertelde hij me waarom sommige kinderen beter nooit geboren hadden kunnen worden. Er was net weer een meisje langdurig mishandeld en uiteindelijk doodgeslagen door haar criminele stiefvader. Haar zwakbegaafde moeder had niets gedaan om het te voorkomen.

Vreselijk, ja. Maar toen zei Sitalsing dat hij zich nog meer zorgen maakte om de 7.000 kinderen per jaar die in de hulpverlening terechtkomen doordat ze lijden onder hun vechtscheidende ouders, meestal hoogopgeleid. Waarom waren ze zo wreed? Kon het niet beter, beschaafder?

Tientallen mailtjes kreeg hij daarna, van hoogopgeleide gescheiden mensen die graag wilden vertellen hoe zij het gedaan hadden. En nu zitten ze aan plastic tafels met elkaar te griezelen, want iedereen kent wel een geval waarin het gru-we-lijk uit de hand is gelopen. Wat andere mensen toch dóén om elkaar kapot te krijgen. Kinderen ziek praten en daar hun ex de schuld van geven. Kinderen bang maken en dan aangifte doen van mishandeling of misbruik. Volgens Sitalsing, voorheen korpschef bij de politie, is dat zo gewoon dat het hem bijna verbaast als het níét gebeurt.

Goed. Tips. Suggesties. Daar was het Sitalsing om begonnen. Iemand? Naast hem zitten twee mannen, Jaap (T-shirt) en Mark (pak). De een is biologisch-dynamische boer en sociaal-pedagogisch hulpverlener, de ander is mediator. Mark is met Francis, die eerst met Jaap was en twee zoons met hem heeft. Jaap is nu met Ceciel.

Jaap: „Het lot heeft ons vijftien jaar geleden gekoppeld als vader en stiefvader.”

Mark: „Sindsdien zijn we vrienden.”

Jaap: „Zo kan het dus ook.”

Mark: „Daarom zijn we hier vanavond.”

Jaap: „Niet dat er in het begin niet veel pijn is geweest.”

Mark: „Maar wij zijn over ons ego heen gestapt.”

„Mooi”, zegt Sitalsing. „Indrukwekkend. Vooral dat laatste lijkt me heel belangrijk.”

Vindt iedereen aan tafel. En ook dat je naar jezelf moet kijken en altijd aan het belang van je kinderen moet denken. En nooit psychiatrische diagnoses stellen, want dat zíj een borderliner is en híj een narcist, dat weet iedereen. Rebecca, een jonge vrouw met twee kinderen uit twee huwelijken, zegt: „Ik heb er een gewoonte van gemaakt om ja te zeggen.” Huh? „Weekend ruilen? Ja. Kids eerder ophalen? Ja. Onverwachts mee naar oma? Ja.”

„En dat helpt?” vraagt Sitalsing.

Rebecca: „Na tien keer ja gaat hij ook ja zeggen.”

Ik vraag of het denkbaar is dat van de 70.000 kinderen per jaar die met scheidende ouders te maken krijgen er 63.000 min of meer ongeschonden doorheen komen. „Was het maar waar”, zegt Sitalsing. „Wij zien alleen de allerergste gevallen.”