Is de mythische Talibaan-leider nu dood of niet?

Na jaren van speculaties over het lot van Talibaan-leider Omar meldden diverse bronnen gisteren: hij is dood.

Volgens fotoagentschap Magnum is dit Mullah Omar in 2001. Foto Magnum

Zijn de geruchten over de dood van Talibaan-leider Mullah Omar strategische verzinsels? Of zou de mysterieuze leider van de Afghaanse jihadisten, die de laatste tijd steeds succesvoller worden in hun strijd tegen de democratische regering in Kabul, werkelijk al jaren dood zijn? Feit is dat sinds eind 2001 niemand meer heeft gemeld dat hij Omar heeft gezien.

Jaren geleden al werd gemeld dat Omar zou zijn gedood door een rebellerende Talibaan-factie. Dat bericht werd door analisten alom ter zijde geschoven als desinformatie van de Afghaanse inlichtingendienst.

Nu echter kwam het bericht uit Talibaan-kringen zélf, volgens het doorgaans goed geïnformeerde Pakistaanse dagblad The Express Tribune. Via een oud-minister uit het Talibaan-regime kwam de krant ter ore dat de Talibaan een bijeenkomst belegden om een nieuwe leider te kiezen, omdat het nieuws van Omars dood zou zijn uitgelekt. Volgens de voormalige minister stierf de leider „twee jaar en vier maanden geleden aan tuberculose”. De krant nam het bericht serieus omdat de ex-minister, wiens naam niet werd genoemd, deel uitmaakt van de Quetta Shura, het ultrageheime overleg van Mullah Omar en een handvol getrouwen van het eerste uur.

Strategische zet

Vervolgens trad de schimmigheid weer in. Het hoofd van de Afghaanse inlichtingendienst ‘bevestigde’ de dood van Mullah Omar, waarop dat uit Talibaan-kringen werd ontkend. De officiële Talibaan-woordvoerder gaf gisteren echter geen verklaring af.

Die Afghaanse bevestiging zou een strategische zet kunnen zijn. De Talibaan en de Afghaanse regering zijn met elkaar in gesprek op Pakistaans grondgebied. ‘Nieuws’ over de dood van de Talibaan-leider – moeilijk te weerspreken door een ondergedoken leider op wie wordt gejaagd – zou bedoeld kunnen zijn om de positie van de Talibaan aan de onderhandelingstafel te verzwakken.

Dat de kracht van de Talibaan samenhangt met hun mythische leider bleek de afgelopen maanden. Verscheidene Talibaan-commandanten liepen met strijders en al over naar de Islamitische Staat (IS) omdat ze zo lang geen levensteken kregen van hun leider. Ze wilden liever IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi dienen, van wie ze zeker wisten dat hij leefde.

Maar er is ook een ander scenario mogelijk. Wellicht hebben de Talibaan ingezien dat ze de dood van hun leider niet langer verborgen kunnen houden. Aan de onderhandelingstafel zal hun steeds opnieuw gevraagd zijn wanneer er eindelijk gesproken kon worden met de Grote Leider. Bovendien: nu nog zijn de Talibaan sterker dan de gevechtsgroepen van IS in het zuiden en oosten van het land. Dat kan veranderen als de onzekerheid over de toestand van de leider aanhoudt, want dat is slecht voor de gevechtskracht.

Dit zou een vlucht naar voren kunnen zijn van de Quetta Shura, temeer daar ook ‘Pakistaanse inlichtingenkringen’ het bericht bevestigden. De Pakistaanse Inter-Services Intelligence (ISI) is al sinds 1996 nauw betrokken bij het wel en wee van de Afghaanse Talibaan. Uit die kringen kwam (onofficieel) opeens gedetailleerder ‘nieuws’: Omar zou in april 2013 zijn gestorven in een ziekenhuis in Karachi, inderdaad aan tbc.

Als uiteindelijk bewezen wordt dat Omar al jaren dood is, blijft de kwestie mysterieus. Waarom maakte Pakistan het niet veel eerder bekend? Vertelde de ISI het haar eigen regering? Met name de Amerikanen zullen daarover vragen stellen aan hun bondgenoot Pakistan. Of wisten de Amerikanen het ook?

Zolang Mullah Omar geen onmiskenbaar teken van leven geeft, zullen geruchten over zijn dood aanhouden. Nu sterker dan ooit.