Column

Inspiratie kan onverwachte wegen volgen

Op Jamaica vallen langs de weg, tussen de bananenplanten en de palmbomen, de houten huisjes op. Anders dan bij levend hout hier geen felle kleuren. De zon en regen die de vegetatie juist zo weelderig doen zijn, zorgt bij dit dode hout juist voor snel vertrek van kleur, zelfs het felst geverfde hout verschiet gauw tot een zacht grijs en groen, met hier en daar nog een vermoeden van de oorspronkelijke kleur. Het is alsof Piet Hein Eek de eilanden heeft ingericht, zo lijken de huisjes op zijn meubels van sloophout. Of zou Eek zich door de architectuur van de Caraïbische eilanden hebben laten inspireren?

Over inspiratie wordt wel eens gezwegen. Soms lijkt het zelfs taboe. Beeldhouwer Brancusi bediende zich bijvoorbeeld van motieven die in de Roemeense volkskunst voorkomen. Die volkskunst was in West-Europa niet zo bekend, niet bij liefhebbers van moderne kunst in ieder geval. Het kon dus lijken alsof Brancusi zijn vormentaal helemaal zelf ontwikkeld had, uit het niets. Waren zijn beelden dan beter geweest?

Het zou ook kunnen dat de Caraïbische bouwers de kunst van Piet Hein Eek hebben afgekeken. Dat is minder gek dan het misschien klinkt. Inspiratie kan onverwachte wegen volgen en daarna vergeten raken. Delfts Blauw begon als goedkope imitatie van Chinees porselein. De motieven op Afrikaanse stoffen kunnen zijn overgenomen van de afdrukken van autobanden.

Je kunt inspiratie ook heel dichtbij vinden. Het hotel dat Rem Koolhaas ontwierp voor de RAI moet het grootste hotel van Nederland worden. In het persbericht wordt het ontwerp, een losse stapeling van blokken, steeds ‘iconisch’ genoemd. De vorm voor deze blokkentoren vond de architect in een icoon dat al sinds 1961 op het plein voor de RAI staat. Deze reclametoren is, samen met de Europahal, eerder dit jaar aangewezen als rijksmonument. De hal, ontworpen door Alexander Bodon en de toren, een ontwerp van Dick Elffers, worden gezien als „symbool voor het optimisme van de wederopbouwperiode”. De toren had voor mij altijd iets Amerikaans, alsof hij eigenlijk te groot en te grof was voor Amsterdam. Inderdaad iets nieuws. En nu lijkt het weer een primeur: een gebouw geïnspireerd door een reclamezuil. Op het eerste gezicht heeft het iets cynisch. Koolhaas overtreedt een taboe: iets deftigs als een groot hotel kun je niet baseren op zoiets ordinairs als een reclamezuil. En moet een architect niet zijn eigen vorm ontwerpen? Is dit geen plagiaat? Of kun je een reclamezuil niet plagiëren? Het interessantst is dat het hotel en de zuil heel dichtbij elkaar zullen staan. Het lijkt me een verrukkelijk gezicht, een soort geperverteerd droste-effect. Alsof er in een hutje op Jamaica een Piet Hein Eek-kast staat.