Geen lucht, geen lijf, geen leven

De werkelijkheid kan absurdistischer zijn dan fictie. Ilona Verhoeven ziet meer dan zij ziet.

Een getraind galgje-speler of fervent kijker naar Twee voor Twaalf begint al met raden. Er ontbreken enkele letters op de voorsteven van een scheepje. Is dat de Albert Speer? Wie noemt zijn boot nou Albert Speer? Hield Speer van de zee? Zou best kunnen. Het water was toch jarenlang zijn favoriete vijand. Jarenlang was hij als Hitlers architect verantwoordelijk voor de bouw van bunkers langs een gigantische kustlijn. Van Noorwegen tot Spanje.

Kans dat de boot een heel andere naam heeft. Welke, dat blijft onbekend; er hangt een dame voor.

Al zou je uitroepen: „Daar, een dame te water, help!” dan nog zou niemand zich afvragen of deze dame zich in nood bevindt. „Die is niet echt”, is het commentaar dan. „Het is een pop.” En: ze is kapot.

Een uitgelubberde figuur, geen lucht, geen lijf, geen leven.

Leegloperij is geen ondeugd meer, of hoogstens een ondeugd in het licht van de tijd die erop volgt en niet benut kan worden. De laveloze uren in de ochtend na een avond van wild geraas – omdat het ongemakken als hoofd- en buikpijn met zich meebrengt.

Maar dat gaat voor de dame niet op. Ze is niet meer dan een namaakhuid, haar blik richt zich stuurs naar de hemel. „De dame is niet echt”, zullen de mensen zeggen. Is zij dan geen deel van de werkelijkheid?

De werkelijkheid is een ruïne. De dame, waarvan het wezen gevormd wordt door een plastic huls, werpt een schaduw in de gracht. Samen met een paar eenden benut ze de schuit als rots, een schutterige meermin afkomstig uit de nacht.