Excuus-kandidaat Corbyn is opeens ster van Labour

Partijprominenten vrezen dat Jeremy Corbyn van Labour een soort Syriza wil maken.

Labour-parlementariër Jeremy Corbyn in juni bij een betoging voor de sluiting van alle detentiecentra voor immigranten. Foto Peter Marshall/Corbis

Als Jeremy Corbyn, kandidaat voor het leiderschap van Labour, is uitgesproken, barst de 78-jarige David Leigh in snikken uit. Hij vist een grote blauwe zakdoek uit zijn regenjack. „We hebben lang gewacht op iemand zoals hij”, zegt Margaret Dolan naast hem. Ze klopt Leigh bemoedigend op de rug.

Het is tekenend voor de avond. Corbyn is geen begaafd of humoristisch spreker, noch een demagoog. Hij praat niet in soundbites, gebruikt geen retorische trucjes, geen metaforen. Maar zijn antibezuinigingsboodschap is duidelijk, zijn antioorlogsboodschap duidelijker, zijn socialistische inborst het duidelijkst. En de zaal hangt aan zijn lippen.

Jong, oud, blank, Aziatische Britten en Britten van Jamaicaanse afkomst. Op ongemakkelijke stoeltjes in een trouwzaal, die meer weg heeft van de onpersoonlijke aankomsthal van het nabijgelegen vliegveld Luton, luisteren ze aandachtig. Het is vol, heel vol. Er wordt instemmend geknikt, hartelijk geklapt.

De 66-jarige Corbyn is dé verrassing van de de strijd om het partijleiderschap. De drie veertigers die het tegen hem opnemen, allen aanzienlijk gematigder, steken steeds bleker bij hem af.

Terwijl Corbyn een maand geleden nog een symbolische kandidaat was. De Labour-activist werd door zijn Lagerhuis-collega’s als excuustruus toegelaten tot de laatste vier. Omdat het geluid van socialistisch links na de desastreus verlopen verkiezingen in mei, waarna partijleider Ed Miliband opstapte, ook gehoord diende te worden.

Morgen is de laatste dag dat lokale partijafdelingen hun steun kunnen uitspreken. Dat heeft geen stemwaarde, maar is wel een indicatie hoe er in het land wordt gedacht. En Corbyn loopt met 121 afdelingen tegenover de 107 van nummer twee ruim voor. Over twee weken mogen de partijleden stemmen, op 12 september wordt bekendgemaakt wie de nieuwe Labour-leider is.

Corbyns opmars baart partijprominenten zorgen. Ze vrezen dat hij Labour zal veranderen in een radicaal-linkse partij, naar het voorbeeld van Syriza in Griekenland of Podemos in Spanje. Geldschieters hebben al aangekondigd hun donaties aan de partij te zullen heroverwegen. En oud-premier Tony Blair, die als leider met zijn rechtse New Labour-beleid driemaal de verkiezingen won, waarschuwde: „Als mensen zeggen: mijn hart zegt dat dit mijn soort politiek is, zeg ik: neem een harttransplantatie.” Het viel – zoals meestal wanneer Blair intervenieert – in slechte aarde. Maar het verwoordde wel de onrust binnen Labour.

Corbyns politiek is in de mode

Het opvallende is dat Corbyns opvattingen nauwelijks zijn veranderd sinds hij in 1983 in het Lagerhuis kwam. Maar zijn idee om het spoor en de energiebedrijven weer te nationaliseren is populair onder de Britten, die zien dat treinkaartjes steeds duurder worden en de gasprijzen zijn gestegen. Zijn antioorlogsretoriek past bij een bevolking die na Irak en Afghanistan vreest opnieuw een oorlog in te worden gezogen – ditmaal in Syrië. Zijn belofte de vennootschapsbelasting te verhogen om het collegegeld te kunnen afschaffen, klinkt niet alleen jongeren als muziek in de oren, maar ook kleine ondernemers die met lede ogen toezien hoe multinationals hun belastingplicht omzeilen.

Zelfs Corbyns voorliefde voor fietsen, zijn vegetarisme, zijn volkstuintje en zijn baard zijn weer in de mode. Als hij in Luton zegt dat overheidsinterventie in de huurmarkt „noodzakelijk” is, wordt er hardop gejuicht. Bij zijn betoog over het belang van investeren in de verzorgingsstaat houdt, wordt er ergens „yes, yes” geroepen. En als hij zegt dat het terugdringen van het begrotingstekort – waarmee ook oud-partijleider Ed Miliband het eens was – louter is gebonden aan „een willekeurige datum” en dat de bezuinigingen dus niet zo hard hoeven te worden doorgevoerd, dept David Leigh de eerste keer zijn ogen.

„Ik had nooit gedacht dat ik bij Labour nog eens zo’n toespraak zou horen. De partij dreef steeds verder weg van haar principes”, zegt Leighs partner Margaret Dolan (77). „Miliband helde al voorzichtig naar links, maar nu…” Ze knikt enkele bekenden hartelijk toe: „Old Labour durft zich weer te vertonen.”

Corbyns populariteit suggereert dat er behoefte is aan een geluid op links. Al doen er geruchten de ronde dat Labour is geïnfiltreerd door radicaal-links en door conservatieven. Nadat de vier leiderschapskandidaten bekend werden meldden zich 20.000 nieuwe leden, die à 3 pond inschrijfgeld nu mogen meestemmen. De eersten zouden Labour naar links willen sturen, de tweede groep zou zich willen verzekeren van chaos bij de oppositie.

Want de kans dat Labour splijt als Corbyn de leider wordt, is aanwezig. Hetzelfde gebeurde in de jaren tachtig, toen de partij onder Michael Foot in reactie op de Conservatieve regering van Margaret Thatcher met een links verkiezingsprogramma kwam. Vier gematigder Lagerhuis-leden stapten op, waardoor de Labour-stem bij de verkiezingen van 1983 verwaterde en Thatcher – ondanks stakingen, rellen en bezuinigingen – aan de macht bleef.

Oude aanhang was vervreemd

„De langste zelfmoordbrief ooit geschreven”, noemde toenmalig Lagerhuislid Gerald Kaufman dat verkiezingsprogramma. Het duurde tot 1997, tot Tony Blair, voor Labour weer zou regeren. En het heeft diegenen in de partijtop die zich 1983 nog kunnen herinneren, huiverig gemaakt om té ver naar links op te schuiven. Of naar rechts. Blair won weliswaar drie verkiezingen, en Labour werd aanvaardbaar voor zwevende rechtse kiezers, maar de traditionele aanhang voelde zich van de partij vervreemd.

Het tekent de existentiële crisis van Labour dat de partij niet weet welke kant ze op wil. De Conservatieven hebben zich bovendien de taal en het beleid van Labour toegeëigend: de regering praat over devolutie, het invoeren van een bestaansloon, en het belang van de industrie.

Het optimisme van voor de verkiezingen heeft plaatsgemaakt voor fatalisme. In 2010 had de partij het excuus dat de kiezers na dertien jaar Labour in de regering iets nieuws wilde. Het verlies van 2015 is te wijten aan de koers onder Miliband.

Een deel van de partij verwijt hem dat hij „Tory-light” was, zoals Nicola Sturgeon, partijleider van de Scottish National Party (SNP) En in Schotland verloor Labour bijna alle zetels aan de linksere Schotse nationalisten. De oplossing zou dus op links liggen.

Dat kiezers vonden dat Labour zich te veel richtte op het aanpakken van de rijken en het beschermen van de armen, maar geen overtuigend beleid had voor de middengroep, wordt genegeerd. Of liever gezegd: Liz Kendall, eveneens kandidaat voor het leiderschap, richt zich op die groep. Ze wordt nauwelijks gehoord.

Lagerhuis-leden hebben het nu off the record over het kiezen van een leider die op de winkel past. Iemand die zo goed mogelijk oppositie kan voeren, in plaats van een toekomstig premier, tot Labour weet welke kant het op wil.

Het is goed mogelijk dat dit Corbyn kan worden. Hij lijkt zelf nog het meest verbaasd over zijn succes. Tegen de zaal in Luton zegt hij: „Ik wilde vooral dat we een debat zouden houden over ons programma vóór we een leiderschapsstrijd zouden houden. Toen dat niet lukte, dacht ik: laat ik het debat dan maar via de campagne voeren.”

De hele zomer trekt Corbyn nog door zaaltjes in het land, zijn stem is nu al schor. Hij zegt: „De Conservatieven hebben de handschoen toegeworpen. Nú moeten we protesteren.” Hij heeft het niet over Labour, de partij. Maar over Labour, de sociale beweging. „Politieke verandering komt door wat gewone mensen willen. Gewone mensen die opstonden, onbekend terrein betraden, en zorgden voor een betere wereld.” Hij krijgt een staande ovatie.