Column

Evolutionaire bedevaart

Met elke stap ga ik vijfduizend jaar terug in de tijd. Samen met zestig anderen maak ik een evolutionaire bedevaart. In het Britse Somerset wandelen we van het heden naar de oorsprong van het leven, 4 miljard jaar geleden.

De tocht is een wandeluitvoering van The Ancestor’s Tale, een briljant boek waarin evolutiebioloog en atheïst Richard Dawkins zijn lezers meevoert langs alle voorouders van de mens. Zijn tocht begint bij de mens en eindigt in de oersoep, bij de laatste voorouder van alle dieren, planten, schimmels en bacteriën op aarde.

Chris Jenord, een leraar op een middelbare school, las het boek en wilde die tocht écht maken. Hij bedacht The Ancestor’s Trail. Hij stippelde een wandelroute uit door de Quantock Hills in Somerset en organiseerde er lezingen, theater en dans omheen. Een pelgrimsroute om het leven te vieren, noemt Jenord het zelf.

Waarom niet? Moslims gaan naar Mekka. Joden hebben Jeruzalem. Christenen, hindoes en boeddhisten hebben heilige plekjes voor het uitkiezen. Hoog tijd dat ook ongelovigen delen in de pelgrimpret.

De wandelroute heeft de vorm van een stamboom. Pelgrimsgroepen die verschillende dieren voorstellen, volgen ieder hun eigen tak. Uiteindelijk komen we uit op hetzelfde pad – net als het leven zelf. Ik heb gekozen voor startgroep chimpansee. Een goede keus: de chimpansees beginnen de tocht traditiegetrouw met een glaasje zelfgestookte appelbrandy.

Na zes miljoen jaar, ongeveer een kilometer wandelen, krijgen we de mensengroep in zicht. We maken apengeluiden, schudden de mensen de hand en lopen gezamenlijk verder. Onderweg sluiten zich steeds meer pelgrims aan. Soms staan ze al langs de kant van de weg op ons te wachten (de apen van de nieuwe wereld, 40 miljoen jaar verder). Op andere pelgrims moeten we even wachten (de buideldieren, op 140 miljoen jaar).

De verklede mensen en toespraakjes zijn aandoenlijk. Wie lopen er mee? Wetenschappers, studenten, natuurliefhebbers, humanisten en atheïsten, blijkt uit mijn kleine rondgang. Er is een imker, een ICT’er, een gepensioneerde huisarts, een deeltjesfysicus, een yogalerares en haar dochter, allebei met veren in hun haar.

Rond lunchtijd ontmoeten we de reptielen- en vogelpelgrims. We zijn nu 310 miljoen jaar terug in de tijd. Een acteur speelt Alfred Russell Wallace en vertelt zijn levensverhaal. Wallace was de natuurwetenschapper die onafhankelijk van Darwin de evolutietheorie opstelde. Geboeid luistert het gevolg naar de man met de baard. Is dit een preek?

Wallace geeft ons de opdracht goed om ons heen te kijken en naturalia te verzamelen. Ik vind vooral dode hommels. „Dat is een steenhommel, Bombus lapidarius”, zegt de imker beslist. „En dat een rode koekoekshommel. Bombus rupestris.”

We gaan steeds verder terug in de tijd. Kwallen, planten, bacteriën voegen zich bij ons gezelschap. Op een straathoek begint een fanfare te spelen. Na 4 miljard jaar, ongeveer 25 kilometer wandelen, bereiken we ons doel: Kilve Beach. Dit is de oersoep, waar al het leven ooit begon. Twee kunstenaars, geschminkt en verkleed als oerwezens, voeren een abstracte dans op.

Het groepje pelgrims staat er een beetje onwennig bij. Iemand heeft kleffe cupcakes gebakken. De dochter van de yogalerares drukt een fossiele ammoniet in mijn handen. „Gevonden op het strand.”