Depardieu een hork? Wat kan mij dat schelen

Over moraal en moralisme. Valley of Love. Gérard Depardieu. Jappe Claes. Bill Cosby.

Valley of Love is een film die alleen al gezien moet worden vanwege de combinatie van de heilige monsters van de Franse cinema: Isabelle Huppert en Gérard Depardieu. Zwetend wankelen ze door de hitte in Death Valley in de Mojave-woestijn. Het is heet als in de hel in deze vallei des doods. Vallei van de liefde. Vallei van de onomkeerbaarheid van het leven. Depardieu en Huppert spelen eindelijk weer eens niet op de automatische piloot – een verademing na al die films per strekkende meter waarin ze de laatste decennia hun kunsten liepen te vertonen. In Valley of Love geven ze gestalte aan twee mensen die tasten naar het verleden, en hun amour fou van toen. Onsterfelijk waanden ze zich. Dat is voorbij. Middelbaar-plus zijn ze nu. Hun passie staat droog, de dood is een realiteit.

Ik weet het al lang: als je Depardieu goed vindt, moet je hem verdedigen en jezelf erbij. Nee jongens, het interesseert me geen bal dat Depardieu een dikzak is, en een onbehouwen hork bovendien. En ook niet dat hij de belasting ontduikt. En zelfs niet dat hij zo bevriend is met Poetin dat hij Russisch staatsburger werd. Wat dan nog? Poetin heeft weinig aan Depardieu, want die is in de rest van de wereld belachelijk verklaard. Bekijk ’t maar. Ik geniet van deze mooie film. Van een acteur die zijn zware lichaam inzet als een schip vol tranen. Die in zijn ogen een spiegel van verbeten verdriet laat glanzen.

Maar Jappe Claes dan? Een aantal van zijn voormalige leerlingen wees hem aan als een seksueel intimiderende docent aan de Amsterdamse Theaterschool. Het kan. Maar de, inmiddels dus wanstaltige, reputatie van Claes als docent maakt van hem nog niet automatisch een slecht acteur. Is dat wél de bedoeling, dan moeten we consequent zijn. Dan vraag ik me af wat we doen met de criminele popgroepen die hotelkamers in elkaar rammen. Met Picasso en zijn opdringerige voorkeur voor jonge vrouwen. Met Rodin die zijn geliefde Camille Claudel zo in het nauw bracht dat ze krankzinnig werd. Hemingway was een erkende hufter. En een geweldige schrijver.

Moreel besef is destructief als het omslaat in moralisme. Mocht zijn wangedrag aangeklaagd en bewezen worden, dan zal Claes de consequenties moeten dragen. Maar ik behoud me het recht voor om hem ook dan op het toneel te willen zien.

Maar nu: Bill Cosby. Na jaren van schaamte durven de vrouwen zich uit te spreken die hij gedrogeerd heeft en vervolgens aangerand of meer. Cosby heeft dat toegegeven. Het ging om de gezelligheid, volgens hem – boeiend hoe vaak zulke mannen oprecht niet begrijpen dat hun gezelligheid niet gezellig is voor de vrouwen onder hun graaiende vingers.

Ik geef toe dat ook ik nu instinctief neig tot een beroepsverbod. Maar de cover van New York Magazine roept me tot de orde. Daarop staren 35 vrouwen in de lens die Cosby misbruik verwijten. Hoe groot mijn weerzin tegen hem ook is, dit wil ik niet. Dit is een schervengericht. Ik volgde Cosby niet, ik vind hem een matig acteur en een luie, veel te behaagzieke comedian. Ik hoef zijn shows niet te zien. Daar houd ik het op.

Ik doe de kunst. De rest is voor de rechter.