De duizelingwekkend veelzijdige Matena

Een man in futuristisch wit waadt door een atmosfeer van harde zuurstokkleuren. Hij zakt weg, uitgelachen door een pesterige voice-over, maar beseft dat het een illusie is. Zijn vriendin gilt als ze hem ziet, want ook zij hallucineert en ziet hem als monster. Deze scène, een pagina uit de sciencefictionstrip Virl uit 1979, van tekenaar Dick Matena, hangt fors uitvergoot aan de muur op Getekend leven, de aan hem gewijde overzichtsexpositie in Museum Meermanno in Den Haag.

Dick Matena (1943) is voornamelijk bekend van zijn boekverstrippingen van Reve, Wolkers en Elsschot. Deze tentoonstelling in boekenmuseum Meermanno in Den Haag laat zien hoe duizelingwekkend veelzijdig Matena eigenlijk is. De strip Virl is eind jaren zeventig zijn eerste stap richting een eigen stijl, die eerst kaal en naturalistisch was, met sporen van de Franse tekenaar Moebius, en die gaandeweg veranderde in een steeds realistischer, gedetailleerder werkwijze in zijn boekverstrippingen. Tegelijk bleef Matena op vele vlakken en in vele stijlen tegelijk werken, van zijn honderden bijdragen aan Donald Duck tot aan zijn geschilderde stripalbums van Storm. Keurige tekeningen van Joop ter Heul voor meisjesbad Tina wisselde hij af met stoute plaatjes voor olala-reeks Rooie Oortjes.

Van al die albums liggen er voorbeelden in de vitrines, die illustreren wat voor sprongen Matena in zijn carrière heeft gemaakt. Op zijn zeventiende werd hij al aangenomen bij de Toonder Studio, waar hij jarenlang verhalen van Tom Poes en Panda in potlood schetste. Er liggen handgeschreven briefjes van Matena aan zijn baas Marten Toonder, waarin hij zich onder meer verontschuldigt voor het niet halen van een deadline. Na zijn tijd bij de studio van Toonder ging hij door als zelfstandige, en schreef begin jaren zeventig voor stripblad Pep onder meer de strip De Macaroni’s, over gangsters en voetbal, en de Noormannen-strip Grote Pyr.

Virl was het afscheid van de karikaturale stijl. Vanaf 1980 stond de strip in het Amerikaanse tijdschrift Heavy Metal en kreeg Matena een Spaanse agent, die zijn werk internationaal verkocht. Langer dan een paar jaar duurde zijn experimentele periode met strips voor volwassenen niet.

Niet iedereen was gediend van zijn vrijzinnige, libertijnse verhalen. In Spanje en Amerika schrokken ze terug voor zijn lange verhaal De Prediker, een scabreuze, surrealistische mix van religie, seks en geweld, waarin een naakt jong meisje en haar vader ronddwalen en er onder meer een baby aan het kruis wordt genageld.

De Prediker kun je niet begrijpen”, zei Matena er later over. De kritiek vond hij hypocriet en het gevolg van slecht lezen. Als je niet alleen maar naar het plaatje keek, zou je begrijpen dat de baby geen baby was. Toonder, met wie Matena jaren correspondeerde, schreef dat hij Prediker „knap getekend”, maar niet een van Matena’s beste verhalen vond.

Nadat hij een aantal jeugdboeken had verstript, begon Dick Matena in 2001 aan De Avonden van Gerard Reve, waarbij hij de tekst integraal overnam, „uit liefde voor de schrijver”. Dat werd een succes, waarna Matena deze formule ook toepaste op romans van Wolkers en Elsschot.

De romanbewerkingen zijn buitengewoon en respectabel, maar wat ontbreekt in dit overzicht is wat ontbreekt in het oeuvre: het album waarin het schrijf- en tekentalent van Matena samenkomen. Al die rijkdom heeft niet geleid tot één onuitwisbaar boek. Misschien is het een kwestie van temperament (daarover is een documentaire te zien). Misschien een kwestie van het stripklimaat hier, waardoor Dick Matena altijd ook een broodtekenaar moest zijn. Die uitstapjes in creatieve vrijheid, Virl, Amen, Prediker, wil je na deze aanstekelijke expositie graag gaan lezen.