Auvers wil geen pretpark zijn

Zo’n 1.000 toeristen gaan dagelijks naar het dorpje waar Vincent stierf.

Koreaanse toeristen bij het graf van Vincent en Theo van Gogh in Auvers-sur-Oise, 30 kilometer boven Parijs, waar Vincent op 29 juli 1890 overleed. Foto Steven Wassenaar

Het kamertje in het pension waar Vincent van Gogh precies 125 jaar geleden in de armen van zijn broer Theo overleed is op een enkele stoel na leeg. „En juist daarom voelt hij zo nabij”, meent Dominique-Charles Janssens, de eigenaar van Auberge Ravoux. „Iedereen kan in gedachten zijn eigen moment met Vincent hebben.” Het bed en de schildersezels zijn weg, maar verder is kamer 5 in al die tijd nagenoeg onveranderd. „De vorige eigenaars konden die kamer onmogelijk verhuren toen bekend werd dat hier iemand door zelfmoord overleden was”, zegt Janssens. „Dat is nu ons geluk.”

Sinds Janssens in 1985 het pension overnam en liet herstellen, gingen volgens hem zo’n 1,3 miljoen toeristen over de drempel. Ook deze woensdagmiddag, op de dag dat nabestaanden van Van Gogh met een delegatie van het Amsterdamse museum en lokale notabelen zijn dood herdenken, staan plukjes Japanners, Chinezen en Nederlanders met camera’s in de aanslag klaar voor een bezoek. „Dankzij Dominique Janssens is Auvers beroemd geworden”, zegt burgemeester Isabelle Mézières tijdens een presentatie van de overlijdensakte die ze in het gemeentearchief terugvond.

Maar haar trots is niet onvoorwaardelijk. De burgemeester vindt de huidige 300.000 bezoekers die het dorp jaarlijks aandoen wel genoeg. „We hebben in Auvers veel aan Vincent van Gogh te danken en het is onbeschrijflijk om te beseffen dat je een stukje van de geschiedenis van de mensheid in je dorp hebt. Maar we hebben echt het maximum bereikt. De inwoners van Auvers-sur-Oise hebben mij gekozen om te zorgen dat het dorp geen pretpark wordt.”

Nieuwe parkeerterreinen of hotels komen er dus niet. „Om Van Gogh eer aan te doen” zegt Mézières politiek behendig, „moet je het dorpskarakter en het landschap beschermen.”

Toch bestaan Auvers-sur-Oise en zijn middenstand voor een groot deel bij de gratie van de zeventig dagen die de schilder hier in 1890 doorbracht. Er is een route met informatieborden langs door hem afgebeelde plaatsen, zoals het kerkje en het korenveld (vandaag zonder kraaien) en langs het huis van dokter Paul Gachet, de man voor wie Van Gogh na zijn onfortuinlijke periode in de Provence weer naar het noorden trok. Onder diens toezicht had hij een van de meest productieve periodes uit zijn leven: hij maakte minstens een werk per dag.

Veel Fransen beschouwen hem daarom als een Franse schilder. Ook een aanzienlijk deel van de brieven aan zijn broer schreef hij tenslotte in het Frans – een taal waarin hij, naar eigen zeggen, zijn gevoelens beter kon uiten. „Ze zijn zó chauvinistisch, die Fransen”, lacht Theo’s achterkleindochter Machteld van Laer over de Franse claims. „Maar grenzen speelden geen rol. Hij was een kunstenaar, op zoek naar vernieuwing. En die vond hij hier.” Parijs, vult haar neef Willem van Gogh aan, „was destijds natuurlijk de hoofdstad van de westerse wereld”.

Hoe het ook zij, Dominique Janssens hoopt een van die vele doeken uit Auvers-sur-Oise, naar het dorpje terug te brengen en in kamer 5 tentoon te stellen. Dat wil hij al heel lang, maar hij zegt nu „in vergevorderd stadium” van onderhandelen te zijn over een schilderij dat dankzij rijke donateurs voor „meer dan 100 miljoen dollar” aangekocht gaat worden.

„Ik geloof dat ik op een dag de middelen zal vinden om een eigen tentoonstelling in een café te hebben”, schreef Vincent twee weken voor zijn overlijden aan Theo. Die „droom” denkt Janssens voor het eind van volgend jaar te kunnen waarmaken. „Er zijn alleen nog wat juridische obstakels”, zegt hij geheimzinnig.

Na een lunch in de auberge gaat het gezelschap in processie langs het beroemde kerkje, door de velden naar de begraafplaats waar op 30 juli 1890 Van Gogh in kleine kring ter aarde werd besteld. De achterkleinkinderen leggen zonnebloemen en gele dahlia’s op de door klimop bedekte stenen van Vincent en Theo.

„Het is ontroerend te beseffen dat zoveel mensen naar deze rustieke plaats komen om dankzij Vincent en het prachtige landschap tot zichzelf komen”, zegt de burgemeester bij de graven. Juist op dat moment begint in het weiland achter de graven een luchtballon met het getormenteerde hoofd van de schilder op te stijgen.