Wij zijn liever lui dan moe

Gebruiken wij in het dagelijks leven onze creativiteit voldoende? Egbert Schuttert vindt van niet. In plaats van dingen te maken, zijn we tegenwoordig alleen nog bezig met consumeren.

Floor Rusman schreef dat veel van haar geniale vrienden hun talenten niet gebruiken. (‘Niet iedereen hoeft per se het beste uit zichzelf te halen’, nrc.next, 27 juli) Ze hoeven niet zo nodig en zijn ook zo wel gelukkig. Hoe zit dat met onszelf, dacht ik na het lezen van dit stuk – met ons minder getalenteerden en niet-genieën? Benutten wij, gewone mensen, wél onze beperktere mogelijkheden? Gebruiken wij in het gewone dagelijkse leven onze creativiteit en capaciteit voldoende?

Het begin is veelbelovend. Als kleuter leren we knutselen en tekenen; we maken honderden kunstwerken, in de zandbak bakken we taarten en bouwen we steden. Maar ergens richting volwassenheid verliezen we de zin om te verzinnen, dingen te maken, te bouwen. Net als het wat professioneler en bestendiger zou kunnen worden haken we af.

Want wat komt er later nog uit onze handen? Nou, als we eerlijk zijn, bar weinig. We huren voor elk klusje iemand in, tot een rijmpiet aan toe. Iets produceren is er niet meer bij. Zelf een pastasaus maken is ongeveer het makkelijkste wat er is, maar de rij kant-en-klaarsauzen in de supermarkt is niet te overzien. Bij een verjaardag plukken we een kaart of tekening van internet. Zelf een nieuwe keuken uitdenken? We gebruiken liever de Ikea-keukenplanner. In het duizelingwekkende aanbod van producten en diensten lijkt elk eigen initiatief te worden gesmoord. In onze welvaartsmaatschappij zijn we louter consumerende wezens geworden.

Dat was ooit anders. Als kleuter droeg ik door mijn moeder genaaide en gebreide kleren. Lang voordat ik werd geboren had zij haar hele uitzet bij elkaar genaaid en geborduurd: lakens, slopen, tafellakens met korenbloemen en klaprozen. Mijn vader, niet iemand met goede rechterhanden, timmerde toch van alles in elkaar. We aten zelf verbouwd en ingemaakt eten.

Het was niet alleen uit armoede dat zij dat deden, het was ook plezier, tijdvulling voor de lange winteravonden zonder tv. En ook op andere terreinen was onze dorpssamenleving tamelijk zelfvoorzienend.

Daar is vijftig jaar later in onze stedelijke samenleving weinig van over. Zelf kleren maken, wie doet dat nog? Tussen 9 en 5 is er, beroepshalve, meestal van productie op enig terrein nog wel sprake. Maar buiten deze werktijden komt er weinig meer uit onze handen. We hangen het liefste voor de tv of in de kroeg; in de trein spelen we computerspelletjes en in onze vakanties luieren we op een camping of aan een strand.

Om een goed beeld van onszelf te krijgen moet je in Artis zijn. Daar zit een orang-oetanfamilie van het luie leven te genieten. Een beetje vlooien, dollen met de kleine, af en toe wat seks. In de jungle zou het anders zijn, maar hier leven ook zij in een welvaartssituatie.

Wij zijn niet veel anders. Goed beschouwd zijn we na miljoenen jaren evolutie niet erg veel opgeschoten. Dus beste Floor, niet alleen jouw geniale vrienden zijn liever lui dan moe, als het maar enigszins kan zijn wij dat allemaal.