Twee weken miezer is goed voor de dijk

Een paar plensbuien zijn niet genoeg om de droge dijken weer in orde te krijgen. „Een scheur zit in het geheugen van een dijk.”

Inspectie van de dijk langs de Monsterwatering, bij het kerkdorp ’t Woudt, in de buurt van Schipluiden. Foto Peter de Krom

Dijkinspecteur Stefan Loosen zwaait zijn been over het hek en stapt de dijk op. Hij controleert vandaag samen met Inka Vogelaar een kilometer of acht van de dijk langs de Monsterwatering bij Schipluiden. Door de lange periode van droogte is er kans op scheuren. De regen van afgelopen dagen lost dat probleem niet op.

Loosen en Vogelaar van het Hoogheemraadschap van Delfland zijn niet de enige die op pad zijn. In de regio Delfland lopen 36 mensen in koppels zestig kilometer dijk na. Omdat het vakantie is gaan ook secretaresses, teammanagers en vrijwilligers van het dijkleger mee. En Michiel van Haersma Buma, de dijkgraaf zelf. Inka Vogelaar zit normaal gesproken op kantoor in het monumentale pand in Delft. Zij is communicatiemedewerker. Nu loopt ze op halfhoge veiligheidsschoenen door de brandnetels.

Niet alleen in Delfland worden de dijken extra in de gaten gehouden. Door heel Nederland zijn inspecteurs in droge zomers vaker op pad. Inspecteurs van Hoogheemraadschap Rijnland ontdekten vorige week scheuren over een lengte van 200 tot 300 meter in de dijk langs polder Oukoop bij Reeuwijk. Gisteren werd begonnen met spoedreparaties van de dijk.

Zover is het in Delfland nog niet. De dijken worden wel goed in de gaten gehouden. En al heeft het de afgelopen dagen flink geregend, toch is nog steeds een neerslagtekort. „Een paar plensbuien als deze zijn niet voldoende”, zegt Loosen terwijl hij zijn capuchon over zijn hoofd trekt. „De grond is zo droog dat het een tijd duurt voordat het water wordt opgenomen. Zeker in de vettige kleigrond hier. De eerste dagen spoelt het water gewoon weg. En scheuren kunnen door harde regen juist groter worden doordat stukken grond worden weggeslagen. Twee weken constante miezerregen is eigenlijk het beste. Voor de droge dijken dan, niet voor mensen met vakantie.”

Loosen en Vogelaar prikken met een metalen stok in de grond op zoek naar zwakke plekken. Loosen checkt de ‘kruin’ van de dijk, de platte bovenkant. Vogelaar inspecteert het talud, de schuine zijkant.

Vooral de stok van Vogelaar op het talud zakt af en toe de grond in. Samen kijken ze hoe lang en hoe diep de scheur is. Loosen maakt vervolgens foto’s en stuurt die met de gps-gegevens naar het systeem van het hoogheemraadschap. Binnen een minuut hebben zijn collega’s op kantoor alles binnen. Daar wordt bepaald wat meteen moet worden aangepakt en wat kan wachten.

Buitenlanders vinden onze waterkeringen heel bijzonder, zegt Vogelaar. „Nederlanders vinden het normaal dat het droog is. Ze vinden het vanzelfsprekend om onder de zeespiegel veilig te wonen en te werken.” Tot het een keer mis gaat. Zoals in 2003 in Wilnis. Toen verschoof de veenkade door de droogte. Het water stroomde een woonwijk in. Zo’n 2.000 inwoners werden geëvacueerd.

Is dit een scheur of zijn het woelratten, vraagt Vogelaar aan Loosen. Ze prikt met haar stok in tientallen gaatjes. Loosen slaat met zijn stok het groothoefblad weg. „Woelratten”, zegt hij. „Die kunnen met hun gangen de dijk flink verzwakken.” Hij maakt een aantekening. „Het water kan door de tunneltjes de polder in. Dat kan hard gaan.”

Lozen op de Nieuwe Waterweg

Zo erg als in Friesland is het nog niet. Het Friese hoogheemraadschap heeft last van grote aantallen muizen die in de dijken graven. De Friese boeren balen er ook van, de muizen vreten hun gewas op.

We passeren de Groeneveldse molen. Loosen en Vogelaar lopen door de tuin. Dat mag. De poldermachinist werkt ook bij het hoogheemraadschap. Het gemaal van de molen is nog steeds in bedrijf. „Als het droog is, wordt er water aangevoerd uit het Brielse Meer”, wijst Loosen. „Is er te veel dan lozen we op de Nieuwe Waterweg en op zee.”

Ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar nu wil ik wel eens een flinke scheur vinden, zegt Inka Vogelaar. Loosen kijkt quasi kwaad. Ze wordt aan de andere kant van de Woudseweg op haar wenken bediend. Daar loopt een scheur van 50 meter in de lengte van de dijk. Gelukkig is die ondiep. Loosen gaat later op kantoor kijken naar gegevens van eerdere inspecties en bepaalt dan of de scheur meteen moet worden gerepareerd. „Opvullen is alleen een pleister”, zegt Loosen. „Een scheur zit in het geheugen van een dijk. Om die echt goed te herstellen moet de dijk open en de grond rondom de scheur omgewoeld.” Daar heeft het Hoogheemraadschap aannemers voor.