Ruw ontwaakt uit de Chinese droom

De krach van de Chinese beurzen slaat over naar de echte economie, die er waarschijnlijk veel slechter voorstaat dan wordt voorgesteld. Het Chinese groeimirakel is voorbij.

Een oud flatgebouw in de Chinese stad Guangzhou wordt omringd door een nieuwe snelweg. Met het afkoelen van de Chinese economie, komt ook de bouwhausse van de afgelopen jaren tot stilstand. Foto REUTERS/Ma Qiang

Mevrouw Zhou Yan („hard als een rots”) kan de duizelingwekkende bewegingen op de Chinese beurzen niet meer volgen. Maar het besef dat het tijdperk van miraculeuze, ongebreidelde groei in China voorbij is, is goed tot haar doorgedrongen. Als de wekenlange crisis op de tweede beurs van de wereld een duidelijke boodschap bevat is het wel dat de jaren van groei met dubbele cijfers definitief voorbij zijn.

Mevrouw Zhou praat niet graag over haar verliezen of haar niet meer werkende beleggingstips („een aandeel kopen voor 10 yuan, verkopen bij 12 yuan, van de winst boodschappen doen”). Zorgen maakt zij zich vooral over haar 22-jarige dochter Bing die als pas afgestudeerde tolk Engels-Japans-Chinees moeilijk passend werk kan vinden.

Praat tien minuten met iemand als de goed geïnformeerde mevrouw Zhou(62) („ik lees ook de Chineestalige New York Times”) in de hal van Zeshang Securities aan de Shanghaise Changle Lu en je krijgt de indruk dat China in een recessie verkeert. Luid klagen over de stijgende kosten van levensonderhoud is in China net zo gewoon als zeuren over het weer in Nederland, maar alles wijst erop dat zij een punt heeft.

Op de tv-schermen naast het elektronische bord met veel groene (in de min) en weinig rode (in de plus) cijfers verschijnt een verrassend en ook veelzeggend bericht. „China stelt aanleg Siberian Power-2 (Altay-lijn) voor onbepaalde tijd uit”, meldt tv-zender China Business News. „Zie je wel”, zegt mevrouw Zhou, „het gaat veel minder goed dan we in de kranten lezen, de kranten liegen.”

De door de Russische president Vladimir Poetin en Chinese president Xi Jinping met veel bombarie aangekondigde bouw van pijplijnen tussen Siberië en China is door de dalende vraag naar energie in de tweede economie van de wereld uitgesteld. Het is het soort nieuws waar beleggers hypernerveus van worden.

Dat geldt ook voor het bericht van de officiële statistici dat de groei van het elektriciteitsverbruik in 35 jaar niet zo laag is geweest. Cijfers over het elektriciteits- en energieverbruik worden ook door de Chinese premier Li Keqiang zelf gebruikt als betrouwbaardere meters van de economische temperatuur dan de macro-economische groeicijfers.

Lager elektriciteitsverbruik staat gelijk aan lagere industriële productie, minder investeringen in vastgoed en minder overheidsbestedingen. De elektriciteitsmeters liegen niet, statistici misschien wel. Niet verwonderlijk dus dat de de koersen van de grote energiemaatschappijen, die in grondstoffen handelen en elektriciteit maken, ondanks alle overheidssteun dalen.

Persbureau Reuters heeft berekend dat de Chinese autoriteiten sinds half juni met inmiddels 800 miljard euro aan directe en indirecte steun getracht hebben de beurskrach te stoppen. Een duidelijker signaal dat de autoriteiten zich zorgen maken dat de beursmalaise overslaat naar de echte economie, die er hoogstwaarschijnlijk slechter voorstaat dan wordt voorgesteld, is er op dit moment niet.

Het is waar, de financiële sector is goed voor maar 7,6 procent van het Chinese binnenlands nationale product en „slechts” 90 miljoen Chinezen beleggen. In theorie zouden de gevolgen van een krach beperkt moeten blijven, tenminste als het waar is dat de economie met 7 procent groeit.

Onafhankelijke, vaak buitenlandse, analisten denken echter dat van de officiële prognoses minstens twee procentpunt afgetrokken moet worden. Op anonieme basis doen gezaghebbende Chinese economen die doceren op de China Europe International Business School (CEIBS) dat ook.

China groeit, zo luidt de heersende mening onder onafhankelijke analisten, met hooguit 4 tot 5 procent, de vier renteverlagingen van dit jaar ten spijt. Dat merken ook nationale en internationale bedrijven, waaronder het Nederlandse Philips. Topman Frans van Houten zei onlangs zich grote zorgen te maken over zijn op een na belangrijkste markt voor medische apparatuur en vrolijk gekleurde rijstkokers.

Europese en Amerikaanse automakers in China weten niet wat hen overkomt, opeens zien zij na jaren van opgaande lijnen op hun grafieken de pijlen naar beneden wijzen. „Op mijn hoofdkantoor is er paniek uitgebroken, ik krijg voortdurend vragen wat er aan de hand is”, aldus de China-directeur van een van de grootste autoverfmakers ter wereld.

In Europese en andere hoogontwikkelde economieën is een groei van 4 procent nog steeds een jaloersmakend getal, maar volgens Chinese standaarden is dan een recessie niet ver weg meer, als er al niet van een recessie gesproken kan worden. Industriële indices wijzen ook in die richting.

Premier Li Keqiang heeft „luie bestuurders” verbaal gekastijd en opgeroepen het geld te laten rollen. 1043 infrastructurele projecten moeten versneld worden uitgevoerd en deze week wordt een vijfde verlaging van de rente verwacht om de bedrijvigheid op te peppen. Maar aan de dalende vraag naar Made in China-producten in het buitenland kan hij weinig doen.

De legitimiteit van de Communistische Partij, die zich opstelt als een alwetende vader, is nauw verbonden met de groei van de welvaart. In dit land vormen recessies en regelrechte krimp dan ook een serieus politiek en economisch probleem. Waar de ondergrens precies ligt weet niemand. Maar als de banenmachine stagneert – jaarlijks moeten er 20 miljoen nieuwe banen geschapen worden voor afgestudeerden en arbeidsmigranten – kunnen grote sociale problemen ontstaan.

Het aantal stakingen en protesten in de noordoostelijke en centraal-Chinese oude industrieën – mijnen, staalbedrijven, scheepswerven, raffinaderijen – neemt al toe. Het zijn de miljoenen mijnwerkers, de arbeiders in de staalindustrie, de scheepsbouw, de textiel die de klappen gaan krijgen, als dat nog niet is gebeurd. Voordeel is overigens wel dat door de sluitingen van honderden verouderde, overtollige bedrijven en de daling van de groei de luchtkwaliteit in de grote industriegebieden verbetert.

Ook het aantal protesten van kopers van vastgoed stijgt, omdat zij zich bestolen voelen door projectontwikkelaars die de bouw van nieuwe appartementen uit geldgebrek stopzetten. De stagnatie in de vastgoedsector kenmerkt zich door hoge leegstand en dalende prijzen. Ze leidde ertoe dat veel Chinese spaarders, die met hun geld vanwege de beperkingen op kapitaalexport geen kant uit konden, de beurs op gingen. Rijke Chinezen weten overigens wel de weg naar het buitenland te vinden. Zij sluisden in 2014 voor 761 miljard dollar het land uit. Geen teken van groot vertrouwen.

De autoriteiten verklaren de neergang van de groei met het argument dat de Chinese economie van een lage lonenland met een exportgeoriënteerde model overschakelt naar een moderne, innovatieve, hightecheconomie, waarin de binnenlandse consumptie de motor vormt. Natuurlijk spelen ook de zwakke buitenlandse vraag, de lage investeringen en de hoge schulden van Chinese lokale overheden een rol.

Internet- en hightechbedrijven als Baidu, Tencent, Alibaba, Huawei, ZTE, Xiaomi groeien weliswaar op spectaculaire wijze, maar niet snel genoeg om de transformatie van China pijnloos te laten verlopen. Enige lichtpuntje is dat dit en volgend jaar de binnenlandse consumptie op peil blijft. De Chinese economie zal daardoor niet instorten, maar in korte tijd is het Land van het Midden wel ontwaakt uit Xi Jinpings ‘Chinese Droom’.