Column

On Call

Mijn eerste dienst. Zorgvuldig rangschik ik mijn attributen in de achterbak: twee rugzakken met in fluorescerende letters: ‘PRIME’ (primary response in medical emergencies). Uit de grootste steekt een zuurstoftank. In de andere zit de intubatiekit, zodat ik zo nodig een plastic buis tussen de stembanden van een patiënt kan duwen om hem daardoor te beademen.

Aangezien ik dit ‘intuberen’ tijdens de PRIME-training vorige week vijf keer op een pop heb geoefend, bezit ik nu het predicaat qualified.

Twee uur later, net als ik in slaap ben gedommeld, gaat mijn pieper. Ik haast me naar buiten. „Chest Pain, 446 Harley road”, lees ik op het schermpje. Rillend krab ik met een cd-doosje het ijs van de voorruit van onze terreinwagen en pak mijn radio: „Prime doctor, region 66, here. On my way to Harley road. Over”, en een fractie van een seconde voel ik me cool.

Na een kwartier zie ik de straatnaam in de bundel van mijn koplampen. Ik sla af, versnel en besef dat ik niet gevraagd heb of de vrijwillige ambulance ook onderweg is. Nog 400 huizen te gaan. Dan loopt de weg plots steil naar beneden. Ik trap op de rem. Met slippende banden komt de wagen net voor het water tot stilstand. Ik grijp de kaart. Een minuscuul blauw streepje geeft inderdaad een rivier aan. Terwijl ik probeer de auto in fourwheeldrive-stand te zetten, klinkt een stem over de radio: „Stand down. Patient in ambulance, on his way to hospital.

Net als ik gedesillusioneerd de auto voor ons huis parkeer, gaat mijn pieper opnieuw: een patiënt heeft het bewustzijn verloren. „High Street 88. Ambulance 45 minutes away”, hoor ik via de radio.

Op de High Street ligt een jongen op de stoep. De politie probeert zijn dronken vrienden op afstand te houden. Ik kniel naast hem neer. „ABCD: Airway, Breathing, Circulation, Disability”, mompel ik. Hij ademt goed, zuurstofsaturatie is 97 procent, bloeddruk 130/80, pols 82. Maar geen enkele reactie als ik in zijn schouder knijp. Glascow Coma Scale (GCS) 3 bereken ik. GCS onder de 8 betekent intuberen, heb ik geleerd. Maar weet ik überhaupt waarom hij hier ligt? „6 bier gedronken en toen we het café uitliepen viel hij zomaar”, vertelt zijn vriendin. Er zit inderdaad een bult op zijn achterhoofd. Een hersenbloeding? Ik pak mijn radio: „Ambulance still 30 minutes away. You want the chopper?” Mijn hersens draaien op volle toeren. Chopper? Chopping? Snijder? „The helicopter!” klinkt het geërgerd aan de andere kant. „Ehh. Yes please. That would be wise.

Saturatie is nu 94 procent. Ik moet iets doen. Ik prik een infuus en stal nerveus de intubatiespullen uit op het asfalt. Dan opent de jongen zijn ogen. Hij rukt het infuus uit zijn arm en krabbelt overeind. „I’m going home.” De windvlaag van de landende helikopter blaast hem bijna omver terwijl hij slingerend wegloopt, de politie op zijn hielen. Zijn vriendin trekt aan mijn mouw. Ze wilde het niet vertellen omdat de politie in de buurt was, schreeuwt ze in mijn oor, maar: „He used some G.

GHB: de rape-drug”, knikt de ambulancebroeder uit de helikopter die naast me komt staan. „Overdosis geeft diep coma, dat abrupt kan overgaan in agitatie”, grinnikt hij, wijzend op de jongen die inmiddels verwoede pogingen doet een 700 jaar oude Rimu-Boom omver te trappen.