Niet iedereen hoeft per se het beste uit zichzelf te halen

Sommige genieën hebben geen geldingsdrang. Dat maakt ze wel tot

ontspannen mensen, zegt Floor Rusman.

Laatst stond er opeens een oude vriend voor mijn deur. Ik ken hem van mijn studentenvereniging, we schreven voor een blad en ik was toen onder de indruk van zijn originaliteit en intelligentie. De laatste keer dat ik hem sprak werkte hij bij de gevonden voorwerpen van Schiphol, nadat hij twee opleidingen net niet had afgerond.

Toen hij op de bank zat vertelde hij dat hij binnenkort webredacteur wordt bij een provider. Ik zei: ‘Oké. En wanneer ga je iets doen met je talenten?’ Hij moest daar een beetje om lachen en antwoordde: ‘Wat heb je liever: dat ik iets doe met mijn talenten of dat ik gelukkig word?’ Ik vond dat een rare vraag, aangezien ik me niet kon voorstellen dat een grote geest als hij gelukkig kan worden zonder iets te doen met zijn talenten. Maar kennelijk had ik het mis.

Hij is niet de enige: ik ken verschillende genieën zonder geldingsdrang. De vriendin wier fabelachtige schrijftalent alleen tot uiting komt in e-mails aan vrienden. Mijn laatste geliefde, die een nieuwe Milan Kundera zou kunnen worden, maar die geen behoefte heeft aan publiek. De kennis die zo goed debatteert dat hij elke fractieleider zou kunnen aftroeven – als hij maar zou willen. Maar ze willen niet. Ze opereren ondergronds, in kleine kring. Overdag knippen ze kaartjes en schenken ze koffie in.

Deze mensen verzetten zich, bewust of onbewust, tegen een dominante gedachte in onze samenleving: dat we ‘het beste uit onszelf moeten halen’. Er zijn talloze boeken en websites die je leren dat te doen en evenveel goeroes die er royaal geld mee verdienen. Ook ik ben opgegroeid met de gedachte dat zelfontplooiing een plicht is. Wanneer ik een week niets zinnigs heb geschreven voel ik me waardeloos. Als ik weer eens een vrije dag heb doorgebracht achter Facebook denk ik dat er kostbare tijd verloren is gegaan. De gedachte dat ik zal sterven zonder een boek te hebben geschreven vind ik gênant en deprimerend. Ik ging ervan uit dat iedereen er zo over dacht. Ik vermoedde dat de kaartjesknippende genieën er stiekem van baalden dat hun talenten onontgonnen bleven. Het frustreerde me en ik bleef ze maar tips geven: meld je aan voor die opleiding, schrijf een stuk voor de krant, doe mee aan een schrijfwedstrijd.

Pas toen ik mijn oude vriend sprak begreep ik hoe irritant, zinloos en misschien zelfs beledigend mijn bemoeizucht was. Waarom zou ik tevreden mensen lastigvallen met carrièretips? Ze hebben al wat ze willen: een frustratieloos leven met genoeg geld en goede gesprekken. Hun gebrek aan geldingsdrang maakt ze tot ontspannen en sympathieke mensen. De enige verliezer is de buitenwereld, die nooit zal weten hoe geniaal ze zijn. Maar ja, dat is niet hun probleem.