Neem wat spulletjes van me mee

Dichteres Tjitske Jansen staat op de Parade met een voorstelling over afscheid nemen en opruimen. Twee zaken waar ze moeite mee heeft. Het publiek moet haar van overbodige spullen verlossen.

Tjitske Jansen (links) enLoes en Renée Wijnhoven (duo Clean Pete) treden op in de ParadevoorstellingOost West. „We gaan echt spullen wegdoen!” Foto Joep van Aert

‘Is er iemand die van lezen houdt?”, vraagt Tjitske Jansen aan het publiek. Een meisje dat haar hand opsteekt, krijgt meteen een kartonnen doos met een tiental boeken toegestopt. Een dame op rij drie krijgt een trui.

Dichteres Tjitske Jansen (44) moet binnenkort verhuizen en maakt in haar Paradevoorstelling Oost West alvast een beginnetje met opruimen. Ze probeert zoveel mogelijk troep van op haar zolder te slijten. Ondertussen draagt ze teksten voor over afscheid nemen, van huizen, spullen en herinneringen. De tweelingzusjes Clean Pete (Loes en Renée Wijnhoven, 24) spelen cello en gitaar en zingen eigen Nederlandstalige liedjes rond het thema. Renée is net verhuisd, Loes zoekt nog. „Weet er iemand nog woonruimte in Nijmegen Oost?”

In stoer spijkerpak leest de 44-jarige knappe schrijfster ontspannen voor. Van humorvolle stukjes maakt ze klein cabaret. Accenten en pauzes vallen op precies het goede moment. Bij de eigen liedjes van Clean Pete zingt ze af en toe verdienstelijk een regeltje mee.

Het is merkbaar dat Jansen gediplomeerd theaterdocent is. „Ik weet hoe ik een publiek kan bespelen”, legt ze in haar huis in Amsterdam uit. „Op het podium word ik iemand anders.” Het maakt haar een graag geziene gast op (literatuur)festivals. Jansen stond onder meer op Lowlands, Saint Amour, Wintertuin en de Nacht van de Poëzie. Haar debuutbundel Het moest maar eens gaan sneeuwen (2003) was met 15.000 exemplaren het best verkochte debuut in decennia.

Vaak treedt Jansen samen met muzikanten op, zoals Jasper le Clercq, Corrie van Binsbergen, Roosbeef en Martin Fondse. De laatste zette vorig jaar een tekst van haar op muziek voor Tania Kross. „Het is mooi om je eigen woorden terug te krijgen via de muziek.” Op het voorstel van Clean Pete om samen iets voor de Parade te maken, zei Jansen meteen ja. „We hebben allebei een voorkeur om verdrietige dingen zo te brengen dat je er erg om kunt lachen.”

Over de aard van de teksten van Jansen wordt vaak gedebatteerd. Jansen houdt het bij „poëzie, of een mengeling van poëzie, proza en theater, zonder al te grote woorden”. Vaak gaat het om persoonlijke ervaringen, zoals haar bewogen jeugd en liefdesleven.

Op de Parade leest ze een mooi verhaal over de dood van haar vader uit de bundel Voor altijd voor het laatst. Het boek over Schopenhauer dat hij haar gaf besluit ze op het laatste moment toch maar niet weg te doen, net als het zelfhulpboek tegen het writer’s block waar ze na het verschijnen van haar tweede bundel lang mee kampte.

Ze legt uit dat ze moeite heeft met het afscheid nemen van spullen. „Als ik opruim, verplaats ik vooral. Ik stop spullen in kasten en lades.” In de woonkamer wijst ze op een bloempot met sleutels. „Ik weet niet eens meer op welke deuren ze passen en toch bewaar ik ze.” Ze opent een overvolle la met daarin een vergeelde Flair, cassettebandjes, schoenpoets en een spiegeltje. „Ik zou in één keer die hele la in de prullenbak kunnen doen en niets missen. Maar toch lukt het niet.” Oost West moet een keerpunt worden. „We gaan echt spullen wegdoen! Ik neem een paar verhuisdozen met boeken en kleren mee en zet die bij de uitgang van de tent. Alles wat ik nu niet zou kopen op de rommelmarkt, moet weg.”