Plof

In mijn buurt – Betondorp, aan de rand van Amsterdam – voelde het soms alsof ik op de kermis tussen de botsautootjes liep. Dan kwamen ze van alle kanten, de Canta’s. Het door de firma Waaijenberg Mobiliteit ontwikkelde miniautootje waarmee je zonder rijbewijs op trottoirs en fietspaden en door winkelcentra mag rijden is er ongekend populair.

Nooit eerder zag ik zo veel Canta’s als in Betondorp, en dan ook nog bijna zonder uitzondering in dezelfde kleur rood.

Er kwamen allerlei vragen op. Waarom zag ik er in Betondorp zo veel en in Velp, waar mijn moeder woont en dat toch echt een bejaardendorp is, zo weinig? Waarom reed mijn moeder eigenlijk niet in zo’n ding?

Hard kunnen ze niet, maximaal 45 kilometer per uur. Ondanks de grasmaaiermotor die erin zit en de vormgeving die je aan het voormalig Oostblok doet denken kost een nieuwe Canta, afhankelijk van het model tussen de 12.000 en 19.000 euro. Veel te duur natuurlijk, maar bij Waaijenberg Mobiliteit zijn ze ook niet gek, daar weten ze dat de prijs voor de consument geen enkel obstakel is als die de aanschafkosten grotendeels vergoed krijgt door de zorgverzekeraar.

Gisteren was de buurvrouw met Canta en al van een talud gedonderd.

„Twee keer over de kop”, kwam ze aan de voordeur zeggen. Het was heel langzaam gegaan, zo langzaam dat ze het met een paar blauwe plekken kon na vertellen.

Ongelukken met een Canta gingen altijd langzaam.

Ik zag ooit een Canta vertraagd tegen de gevel van Versmarkt Oosterwaal rijden.

Plof.

De bestuurster bleef gewoon zitten en zei toen de winkelier kwam kijken: „Doet u maar een half bruin.”

Vorige week was er ook weer een wonderlijk incident. Ter hoogte van de Hema waren werkzaamheden, reden waarom er aan weerskanten van het fietspad rood-wit gestreepte latten waren geplaatst waardoor je als fietser alleen nog maar rechtdoor kon. In die fuik had een Canta zich vastgereden waardoor er daar achter al snel een opstopping ontstond.

In de Canta zat een duo op leeftijd, een man en een vrouw, dat geen aanstalten maakte om zichzelf te bevrijden. Achter hen tilden de eerste mensen hun fiets al over de omheining, eentje gaf toen hij het karretje passeerde geërgerd met de platte hand een klap op het dak. Ze bleven gewoon zitten, een houding die de Canta-rijder typeert.

Haast ontroerend was de keer dat ik er om de hoek twee op elkaar zag klappen. Er waren geen gewonden. De bestuurders hielden de handen ook na het incident aan het stuur. Geen geschreeuw of gedoe. Minimale communicatie.

„Ik panikeerde.”

„Ik ook.”