Lagere belasting is slecht plan

Het kabinet speelt met het idee van belastingverlaging. Maar gelet op alle uitgaven die ons de komende jaren nog te wachten staan, is dat onverantwoord, vindt Bernard M.S. van Praag.

In de staatsfinanciën is nu tijdelijk enige ruimte ontstaan die een belastingverlaging van circa vijf miljard euro mogelijk zou maken. Hoewel de meeste Nederlanders zo’n verlaging verwelkomen en deze maatregel hen weer wat vriendelijker zou stemmen ten opzichte van de regeringspartijen VVD en PvdA, zijn er toch veel vraagtekens te zetten bij dit kabinetsvoornemen. Mijn conclusie is dat we het niet moeten doen.

Een belastingverlaging is een structurele stap, die we alleen moeten maken als die ruimte er niet alleen dit jaar is, maar als ook de verwachting gewettigd is dat die ruimte er in volgende jaren zal zijn. De huidige meevallers zijn gebaseerd op de kunstmatig lage rente, de tijdelijk lage energieprijzen, de kwestieuze verlaging van de pensioenpremies voor ambtenaren en het over de schutting gooien van de zorgplicht naar gemeentes met de fantasierijke gedachte dat voor veertig procent minder de gemeentes hetzelfde zorgniveau kunnen bieden.

De regering heeft naar mijn weten nog geen vertrouwenwekkende verkenning gepresenteerd waaruit blijkt dat deze meevallers in volgende jaren nog zullen gelden. Integendeel, de verwachting is dat de rente na afloop van de monetaire versoepeling – de politiek van de Europese Centrale Bank door de Griekse crisis – naar het gemiddeld geldende niveau van circa vier procent zal terugkeren en dat de energieprijzen, mede door de inzet op ‘duurzaamheid’, zullen stijgen. Ook de zorgkosten zullen de komende jaren stijgen. Het groeiend maatschappelijk verzet tegen tien of vijftien jaar niet indexeren van pensioenen maakt het ook hoogst onwaarschijnlijk dat deze politiek van te lage premieafdrachten kan worden volgehouden.

Kortom, er is geen structurele financiële ruimte in het vooruitzicht. Dan is het onverantwoordelijke politiek om daarop een duurzame belastingverlaging te baseren, die na de verkiezingen van 2017 ongetwijfeld met veel gekreun en tandengeknars zal moeten worden teruggedraaid.

Maar er zijn meer wolken aan de horizon. Het lijkt erop dat binnen een termijn van enige jaren de overheid haar uitgaven aanmerkelijk zal moeten opschroeven. Allereerst is daar de verslechterende internationale situatie. We noemen de agressieve politiek van Rusland, de opkomst van het moslimextremisme en, hoewel nu nog een ver-van-ons-bed-show, de expansieve Chinese politiek in de Zuid-Chinese Zee. Het zijn brandhaarden die snel tot mondiale conflicten kunnen leiden, waar West-Europa waarschijnlijk niet buiten kan blijven. Een en ander vereist een aanzienlijke versterking van onze defensie in NAVO-verband. Hierbij zal het waarschijnlijk om miljarden gaan en mogelijk herinvoering op termijn van de dienstplicht.

De niet te stuiten instroom van immigranten uit Afrika en het Midden-Oosten zal in ons land en heel Europa moeten worden opgevangen met een sociale herstructurering. De adaptatie van al die immigranten met vaak gebrekkige en niet aan onze cultuur aangepaste opleidingen zal bergen met geld gaan kosten. Het lijkt wel heel naïef om erop te vertrouwen dat wij de dans kunnen ontspringen en dat de grootste lasten bljvend op Italië, Griekenland en Duitsland kunnen worden afgewenteld.

Dan de vergrijzing. Het ziet er naar uit dat er in 2040 twee actieven zijn op één oudere (nu: vier op één). Dit zal leiden tot veel zwaardere lasten voor de actieven, zelfs wanneer we berusten in een kwaliteitsvermindering van de zorg, reducties van de uitkeringen en nog een kunstgreep uithalen met het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd.

Daarnaast zal de veroudering van de actieve beroepsbevolking leiden tot een daling van de arbeidsproductiviteit en minder productiviteitsstijging over de jaren. Dat zal nog versterkt worden door de opkomst van de flexibilisering van de arbeid en de zzp’ers. Flexibilisering gaat natuurlijk hand in hand met een verdwijnen van de solidariteit van werknemers met hun bedrijf, terwijl werkgevers minder of niet zullen willen investeren in de scholing van hun tijdelijke ‘passerende’ werknemers. Hetzelfde geldt voor al die door de nood gedwongen zzp’ers. Dat maakt de kwaliteit van de aangeboden arbeid niet beter.

Denk dan nog eens aan de renovering van onze deels sterk verouderde infrastructuur (bijvoorbeeld riolering en dijken) en de oplopende milieulasten en schadeposten in Groningen, waarbij we ook moeten denken aan de sterk teruglopende gasbaten.

Kortom, het regeringsvoorstel voor een belastingverlaging is onverantwoord en onverantwoordelijk. We zullen de komende jaren alle zeilen moeten bijzetten om het schip van staat op koers te houden en we varen niet met een gunstige wind. Dit populistische voorstel, geïnspireerd door de wens het electoraat te herwinnen voor de komende verkiezingen, moeten wij niet willen.