Iran lonkt, maar vergeet de mensenrechten daar niet

Westerse ministers reizen sinds het nucleaire akkoord af naar Iran, voor zaken en relaties. En de mensenrechten dan, vraagt Darya Safai.

De euforie over de nucleaire deal met Iran kan niet verhullen dat in dit land zelden meer mensen zijn geëxecuteerd dan het voorbije half jaar, en dat de mensenrechten er nog altijd op grote schaal geschonden worden.

Zal de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken van de Europese Unie en vicevoorzitter van de Europese Commissie, Federica Mogherini, de leiders van de Islamitische Republiek daarop aanspreken tijdens haar bezoek deze week?

Ook de Duitse vicekanselier en minister van Economische Zaken Sigmar Gabriel is met een delegatie naar Teheran afgereisd. Na een gesprek van de Franse president Hollande met zijn Iraanse collega Rouhani, zal de Franse minister van buitenlandse zaken Laurent Fabius volgende week een bezoek brengen aan Teheran. Velen zullen ongetwijfeld volgen. De vraag is of ze daar het stilzwijgen over de mensenrechten zullen doorbreken.

De Iraniërs zijn blij met het nucleaire akkoord, maar velen van hen zien het toch vooral als een breekijzer om eindelijk ook de overduidelijke schending van de mensenrechten op de politieke agenda te zetten.

Op 12 februari 2015 diende Europarlementslid Ivo Belet bij de Europese Commissie een vraag in over de discriminatie van Iraanse vrouwen tijdens het beoefenen en beleven van sport. Er werd onder andere specifiek gevraagd welke actie de Europese Commissie onderneemt om de gelijkheid tussen mannen en vrouwen in Iran te bevorderen.

Mogherini antwoordde op 10 mei 2015 het volgende: „De EU zet zich sterk in voor de bevordering van gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen. Discriminatie van vrouwen vormt een schending van de mensenrechten en de EU betreurt het verbod dat Iran heeft ingesteld waarbij Iraanse vrouwen niet naar voetbalwedstrijden van mannen mogen gaan kijken in stadions. De EU zal de kwesties met betrekking tot vrouwenrechten in Iran blijven aankaarten, zowel in het algemeen als in afzonderlijke zaken, en zal de Iraanse overheid blijven herinneren aan haar verplichtingen in dit opzicht. De Europese Unie beschouwt de mensenrechten als universeel en ondeelbaar. De EU en haar lidstaten hebben van mensenrechten en democratie een centraal aspect gemaakt van hun externe betrekkingen, tegenover statelijke en niet-statelijke actoren.”

Ik hoop dat Mogherini zich aan haar woord houdt. Zal ze de kledingvoorschriften in Iran op haar eigen manier interpreteren en zo duidelijk maken dat ze de verplichte hijab voor de Iraanse vrouwen afkeurt?

Zal ze in Teheran officieel vragen om de vrijlating van de verkiezingskandidaten van 2009, Mir Hossein Mousavi en Mehdi Karroubi, die al jaren illegaal onder huisarrest staan? Zal ze praten over de vele politieke gevangenen en opgesloten journalisten?

Zal ze de bezorgdheid van Europa uitdrukken over bepaalde minderheden in Iran, zoals de Bahá’í-gelovigen?

Het Bahá’í-geloof wordt niet erkend door islamitische leiders, het islamitische regime beschouwt de volgelingen als ‘afvalligen’. In Iran worden Bahá’í-gelovigen vervolgd. Ze hebben geen recht op onderwijs of werk.

Zal Mogherini de leiders van de Islamitische Republiek Iran aanspreken op de drie executies per dag in Iran? Zal ze haar beklag doen over de executie van Mohsen Amiraslani, die ervan beschuldigd werd dat hij de profeet beledigd had?

Dat zijn de vragen die gewone Iraniërs zich stellen, Iraanse mensenrechtenactivisten en de democratische oppositie.

Ze willen weten of Europa ten bate van de economische samenwerking met de ayatollahs de ogen zal sluiten voor de schending van de mensenrechten in Iran. Dat zou namelijk neerkomen op medeplichtigheid aan het in stand houden van een dictatoriaal regime.