Column

Het jaar van de klimaatambities

Duurzaamheid is een blijvertje. Dat hadden de Noorse premier Brundtland en haar medeauteurs niet kunnen vermoeden toen ze in hun rapport Our Common Future de term lanceerden. Dat was in 1986, het jaar waarin in Ethiopië en andere delen van Afrika een vreselijke hongersnood op zijn einde liep, waarvoor Bob Geldof met zijn Band Aid vanaf 1984 aandacht had getrokken. Met het optreden van allerlei beroemdheden en de uitgebreide verslagen van onder meer de BBC begon een tijdperk van publieke aandacht voor armoede en ongelijkheid, als verantwoordelijkheid voor de hele wereld. Brundtland voegde daaraan toe dat natuur en milieu essentieel zijn voor de toekomst en dat vooruitgang niet ten koste mag gaan van toekomstige generaties. Het rapport werd aangenomen door de Verenigde Naties en leidde tot de eerste Earth Summit in 1992, in Rio de Janeiro, waarin een omvangrijke Agenda voor de 21e eeuw werd afgesproken, met hoofdstukken over onder meer klimaat, verwoestijning, chemische stoffen en biodiversiteit die later in Internationale Milieuverdragen werden vertaald. In 2000 culmineerde dit proces in de Millenium Development Goals (MDG’s), de ambitieuze doelen voor het nieuwe millennium.

Vanaf het begin was er veel kritiek: de doeleinden waren te abstract en te mager, er ontbraken essentiële onderwerpen zoals energie en landbouw. De vertaling naar People, Planet, Profit gaf een slogan voor het grote publiek maar geen plan. Toch hebben de MDG’s echte effecten gehad, doordat ze een kader vormden voor discussies tussen allerlei groepen, zoals bedrijfsleven, niet-gouvernementele organisaties, wetenschap en overheden. Zoals bedoeld hebben de MDG’s mede geleid tot coherent nationaal beleid. Onmiskenbaar zijn er resultaten geboekt in het bereiken van de doeleinden, vooral op gebied van hygiëne, gezondheid, onderwijs en ondervoeding.

En nu in september zal de Algemene Vergadering van de VN naar verwachting unaniem het vervolg hierop omarmen, de Duurzame Ontwikkelingsdoelen of Sustainable Development Goals (SDG’s) voor de komende vijftien jaar. Net als de vorige doelen zijn ze de uitkomst van een onderhandelingscircus waarin ieder land zijn eigen onderwerp naar voren schuift tot er een potpourri ontstaat van nooit helemaal bevredigende formuleringen en een gebrek aan focus. De SDG’s zijn omvangrijker dan de MDG’s met zeventien doelen en 170 subdoelen, die veelal nauwelijks meetbaar zijn. Sinds 1986 en 2000 is er veel veranderd. De crisis, de zwakke respons van overheden en het internet hebben geleid tot burgerinitiatieven die vooruitlopen op veranderingen in de economische orde. Denk aan de deeleconomie, vrijwilligerswerk, Airbnb of Uber. De rol van het bedrijfsleven is veel groter, mede doordat in veel bedrijfstakken duurzaamheid en verantwoord ondernemen onderdeel worden van de bedrijfsvoering. Dat betreft vaak relatief eenvoudige vertalingen van duurzaamheid naar minder uitstoot van broeikasgassen, efficiënter gebruik van grondstoffen en hergebruik.

Misschien is er na 1944, toen in Bretton Woods financiële en economische afspraken werden gemaakt tussen landen, niet meer een jaar geweest met zoveel internationale ambities. De verwachtingen zijn hoog voor de klimaatconferentie eind dit jaar. Waren de MDG’s nog een oproep om meer ontwikkelingsgeld in te zetten, de SDG’s vereisen inspanningen van iedereen. Ze leggen een grote verantwoordelijkheid bij regeringen van opkomende en ontwikkelende landen om corruptie te bestrijden, belastingen, markten en het overheidsapparaat te hervormen. Het is te hopen dat dit in de euforie van de VN bij de aanvaarding van de SDG’s niet vergeten wordt.