Gezocht: een bank zonder smet die ABN Amro verkoopt

Minister van Financiën Dijsselbloem (PvdA) heeft opnieuw een belangrijke stap gezet voor de verkoop van de staatsaandelen in ABN Amro. Na het groene licht van de Tweede Kamer voor de privatisering is nu ook de beslissing gevallen over de drie zakenbanken die de leiding hebben bij de verkoop van de aandelen aan het beleggende publiek. De omvang van de transactie kan, afhankelijk van het beursklimaat, zomaar 5 miljard euro of meer zijn.

De drie leiders zijn ABN Amro zelf, de Amerikaanse bank Morgan Stanley en Deutsche Bank. Deze keuze betekent dat financiële grootmachten als de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs en Europese concurrenten als UBS en Credit Suisse zijn afgevallen.

De keuze voor Deutsche Bank roept indringende vragen op. De van oorsprong Duitse bank, die als zakenbank een mondiale actieradius heeft gekozen, is het middelpunt van onderzoeken, affaires en schandalen. Eerder dit jaar stemden zoveel aandeelhouders tegen het gevoerde beleid dat de twee bestuurders die samen de top vormden, hun conclusies trokken en aftraden of aankondigden af te treden. Deutsche Bank trof onder meer een schikking van maar liefst 2,3 miljard euro om strafvervolging bij manipulatie van het Libor-rentetarief te voorkomen.

In Nederland trok de bank de aandacht door na de nationalisatie van ABN Amro en Fortis Nederland in 2008 een deel van hun kredietportefeuille over te nemen. De nieuwe staatsbank moest op die manier voldoen aan de eisen van de Europese Commissie dat er voldoende concurrentie bleef. Niet veel later zegde Deutsche Bank echter de relaties met duizenden van deze nieuwe klanten op, omdat in haar gewijzigde kernactiviteit voor hen geen plaats meer was.

De reputatie van een bank die in opdracht van het kabinet ‘onze’ staatsaandelen in ABN Amro verkoopt, moet in orde zijn. Dat was een van de criteria waarop de zakenbanken beoordeeld zouden worden. Andere criteria zijn onder meer de kwaliteit van de teams die zij zullen inzetten voor deze klus, hun bewezen ervaring met de verkoop van zulke hoeveelheden aandelen, maar ook de prijs waartegen zij dat werk willen uitvoeren. Dat was een voorwaarde die minister Dijsselbloem en de Tweede Kamer terecht zwaar lieten wegen. Al mag het niet zo zijn dat hier met afspraken wordt gesjoemeld, zodat wat vroeger kosten waren straks ergens minder zichtbaar wordt weggewerkt in de prijs.

Het kan natuurlijk zijn dat er na zoveel internationale financiële schandalen eigenlijk geen grote zakenbanken meer zijn waar geen smet(je) aanzit en dat minister Dijsselbloem de minst kwade heeft geselecteerd. Dat is toch een teleurstellende uitkomst.