Een kweektent met eigen wil

Kunnen voorwerpen eigen, verboden intenties hebben, rechtstreeks af te leiden uit hun karakteristieke functies? Onafhankelijk van de wil van hun eigenaren? Die vragen komen op in de zoveelste editie van het feest der ongerijmdheden dat de officiële strijd tegen de wietteelt met zich meebrengt. Ter herinnering: wiet mag worden geconsumeerd en dus ook worden verkocht. Maar het mag niet worden geteeld en ook niet op voorraad worden gehouden. Pas als het de consument heeft bereikt, is wiet toegestaan. Een magisch product dus, dat leidt tot een handhavingsbeleid dat bol staat van de paradoxen.

Eind juni bijvoorbeeld bood de dienst Domeinen van de staat op een veilingsite zélf koolstoffilters, afzuiginstallaties en een kweektent aan. Artikelen die justitie eerder in beslag had genomen bij een growshop, een leverancier van kweekbenodigdheden. De overheid verkocht deze artikelen nadat ze verbeurd waren verklaard – maar nu als ‘normale’ benodigdheden voor de gewone plantenkweek. Ergens in de loods der Domeinen waren deze voorwerpen dus op mysterieuze wijze hun criminele karakter kwijtgeraakt en kennelijk weer geschikt gemaakt voor de teelt van legitieme gewassen.

Op 2 maart overkwam een growshopeigenaar in Goirle iets soortgelijks, maar dan in omgekeerde richting. Tot 1 maart was zijn handel in hennepteeltbenodigdheden volstrekt legaal. Door een wetswijziging was dat vanaf die datum verboden, waarop de handelaar gehoorzaam zijn winkel sloot. Op 2 maart werd hij tijdens een inventarisatie van de voorraden gestoord door een politie-inval. Zijn gehele voorraad werd in beslag genomen op basis van de nieuwe wet. De handelaar voerde in de rechtszaal aan dat hij zich juist aan de nieuwe wet had gehouden. Hij had sinds 1 maart de verkoop gestaakt. En hij onderzocht mogelijkheden om zijn voorraad af te stoten aan niet-hennepkwekers, wellicht in het buitenland.

Justitie vond echter dat de grote hoeveelheid „hennep-gerelateerde” goederen niet anders dan voor de hennepkweek bedoeld konden zijn. Wat de eigenaar er ook over mocht beweren. Deze goederen hadden dus niet alleen een intrinsieke functie, maar zelfs een eigen wil, kennelijk onafhankelijk van die van de handelaar.

De rechtbank Breda ging in deze onzin gelukkig niet mee en hief vorige week het beslag op. Justitie moet eerst bewijzen dat de eigenaar van kweekmaterialen er (wel) een criminele bedoeling mee heeft. Vóórdat er beslag wordt gelegd. Zo mogen we ook aannemen dat de dienst Domeinen namens het Rijk evenmin criminele bedoelingen had, met zíjn koolstoffilters en kweektenten. Daar zag justitie overigens van een inval af. Het zoveelste signaal dat het niet goed mogelijk is om een product én te verbieden én toe te laten.