Digitaal kinderlokken moeilijk te vervolgen, OM wil nieuwe regels

Gebrek aan jurisprudentie maakt het „heel lastig” pedofiel te veroordelen die slachtoffer op internet zoekt.

Het Openbaar Ministerie (OM) vraagt het ministerie van Veiligheid en Justitie om duidelijker regels voor de vervolging van grooming, ofwel digitaal kinderlokken. Rechtbanken in verschillende arrondissementen zijn de afgelopen maanden tot uiteenlopende vonnissen gekomen in zaken waarbij een volwassene in chatrooms of op sociale media zeer expliciete seksuele opmerkingen maakte tegen kinderen jonger dan zestien jaar. Een woordvoerder van het ministerie zegt dat het probleem „onze aandacht heeft” en dat er na de zomer nader over zal worden bericht.

Het gebrek aan eenduidige jurisprudentie maakt het „voor het OM heel lastig om een veroordeling te krijgen voor een poging tot grooming”, zegt een woordvoerder van het parket in Oost-Brabant.

Het OM reageert hiermee op een vonnis van de rechtbank in Den Bosch afgelopen vrijdag. Toen werd een 41-jarige man vrijgesproken van poging tot grooming, ondanks dat de rechter bewezen achtte dat de man een 14-jarig meisje vroeg zichzelf voor de webcam te bevredigen, hij haar een foto stuurde van zijn geslachtsdeel in erectie en schreef dat hij haar wilde ontmaagden.

‘Ik wil met je tongzoenen’

De man had „via MSN, Habbohotel, Chatlokaal, Facebook, Fobbahotel en/of e-mail, via een of meer internetsite(s), en telefonisch of via de webcam meermalen contact gelegd” met het meisje. Zo stelde hij haar voor dure lingerie te kopen en stuurde hij berichten als „wil bij je zijn en je zoenen kus je mannetje” en „ik wil met je tongzoenen en je vasthouden”. De man hintte op een ontmoeting en noemde een plaats waar dat kon gebeuren. Desalniettemin concludeerde de rechter dat hij de man op grond van de wet niet kon straffen, omdat hij niet bewezen achtte dat de man „concrete (uitvoerings)handelingen heeft verricht die waren gericht op het daadwerkelijk realiseren van de ontmoeting”.

Uit enkele uitspraken in soortgelijke zaken, tussen december vorig jaar en juni valt op te maken dat de grens voor de rechters ergens ligt rond de handelingen ter voorbereiding van een ontmoeting. Een treinkaartje kopen, een plaats en een datum afspreken, een routebeschrijving sturen. Maar dat de 41-jarige man de naam van het Julianapark in Veendam noemde als ontmoetingsplaats, vond de rechter toch geen „concrete uitvoeringshandeling”. Het kwam ook niet tot een ontmoeting. Met een ander meisje wel, en haar heeft de verdachte een tongzoen gegeven. Hiervoor werd hij wel veroordeeld, tot een taakstraf van 240 uur.

De rechter is deze zaak concludeerde ook dat de ene rechtbank ‘poging tot grooming’ bestraft, en de andere niet. „De hoogste rechter, de Hoge Raad der Nederlanden, heeft zich omtrent deze kwestie tot op heden nog niet uitgelaten”, aldus de rechtbank in het vonnis.

Een woordvoerder van het Parket-Generaal (bestuur van alle OM-parketten) zegt nu dat het OM met het ministerie in gesprek is om aandacht te vragen voor dit probleem: „Het is aan het ministerie hoe zij dit willen oplossen – kan bijvoorbeeld wetswijziging zijn of memorie van toelichting.”

Grooming speelde mogelijk ook een rol bij de vermissing van het 13-jarige meisje Lisa uit Spijkenisse. Zij verdween vorige week en werd maandag teruggevonden in een bus van Koudekerk naar Leiden. Eerder had ze contact met een nepaccount op Facebook. Een 41-jarige man werd maandag in deze zaak opgepakt.

Begrip voor uitspraak

Advocaat Ivonne Leenhouwers, die veel zedenzaken behandelt en de Bossche uitspraak las, begrijpt wel dat de rechters geen straf opleggen voor poging tot grooming. „Als ik kijk naar de wetsgeschiedenis, dan heeft deze rechter een legitieme keuze gemaakt. Juridisch gezien klopt het, omdat in dit geval niet de concrete stap is genomen om een afspraak te maken. De wet is duidelijk: een volwassen man is niet strafbaar enkel en alleen omdat hij online expliciete seksuele toespelingen maakt tegen minderjarige kinderen.”

De wetgeving rond grooming ligt „ingewikkeld”, zegt ze, omdat het de bedoeling van de wet is misbruik van een kind te voorkómen. „We willen niet wachten tot die ontmoeting in het bos waarbij de man in het blousje van een kind grijpt. Maar in het wetsartikel wordt een concrete handeling gevraagd, zodat we zeker weten dat iemand zal overgaan tot het plegen van fysiek misbruik en het dus niet blijft bij een fantasie alleen.”