De agent speelt te graag de slachtofferrol

Het beleid om de agressie tegen politieagenten aan te pakken is doorgeslagen. Juist agenten gebruiken nu te snel geweld, schrijft Marco de Vries.

Verbijstering over celstraf voor een schietende agent. Dienders met pruiken op voor de rechtbank. Haagse wijkagent durft de straat niet meer op. Politievoorlichters maken momenteel overuren om het beeld na de dood van Mitch Henriquez weer te doen kantelen. De agent speelt graag de slachtofferrol en wordt daarin aangemoedigd door de politiek.

Maar is het niet deze reflex die de dood van Henriquez heeft veroorzaakt? Inderdaad, voor dienders wordt het er allemaal niet makkelijker op. Politiemensen krijgen veel over zich heen van assertieve burgers. Ze worden uitgescholden en soms zelfs bedreigd. Er wordt op ze ingereden bij verkeerscontroles en ze krijgen een enkele keer ook klappen. Het is voor een agent op straat heel moeilijk om voorbereid te zijn op agressie en tegelijk toch beleefd te blijven naar de gewone burgers. Dat gaat dan ook regelmatig fout.

Al jaren is er een beleid om de agressie tegen agenten en andere publieke dienstverleners hard aan te pakken, het zogeheten VPT-beleid (Veilige Publieke Taak). Agressie tegen agenten, ambulancepersoneel en andere hulpverleners heeft hoge opsporingsprioriteit en wordt extra zwaar bestraft. Politieagenten zijn min of meer verplicht om van elk incident aangifte te doen. Ook van verbale agressie, zoals een belediging.

Samen met twee collega’s deed ik in 2013 een onderzoek naar de werking van VPT. We analyseerden honderden incidenten en spraken met tientallen daders en hulpverleners, onder wie veel politieagenten. In nogal wat onderzochte zaken bleek het VPT-beleid escalerend te werken. Een belediging wordt dan beantwoord met een gewelddadige aanhouding.

Overmeesterd met pepperspray

Een van de onderzochte incidenten lijkt op het verhaal van Mitch Henriquez. In dit geval uit 2012 was het slachtoffer een blanke man van rond de vijftig. Hij was in Den Haag langdurig en onterecht ondervraagd. Daarna werd hij nogal bot weggestuurd („Oprotten!”). Terwijl de man wegliep zei hij „stelletje hufters” tegen zijn zoon. Vervolgens sprongen er meer dan vier agenten boven op hem en werd hij overmeesterd met pepperspray. De man, die zelf geen geweld had gebruikt, hield er een paar gebroken ribben en een veroordeling voor belediging aan over.

Zoals wel vaker werd dit incident destijds door de politie naar buiten gebracht als een typisch voorbeeld van geweld tégen de politie. Als „slachtoffers” hadden de betrokken agenten zelfs de gebruikelijke bos bloemen van de korpsleiding gehad.

In een ander onderzocht geval werden tientallen jongeren gebeten en geslagen, na een avondje stappen in een Brabants dorp. Een agent meende een scheldwoord te hebben opgevangen uit de mond van een dronken tiener.

Het VPT-beleid speelt ook een rol in de zaak Mitch Henriquez. Maar welke? Waarom werd hij aangehouden? Er zijn eigenlijk maar twee scenario’s: belediging of bedreiging.

Volgens ooggetuigen liep Mitch die avond langs een groepje agenten. „Ik ben niet bang voor jullie. Ik heb ook een gun”, zou Mitch hebben gezegd, waarbij hij naar zijn kruis greep. Een agent zou toen hebben geantwoord dat hij geen grappen moest maken over wapens. Ze lieten Mitch en zijn vrienden passeren. Mitch zou nog wat hebben teruggeroepen in de trant van „wie denken jullie wel niet dat jullie zijn?” en werd vervolgens besprongen.

Als uit onderzoek straks blijkt dat de agent de grap van Mitch serieus nam en bang was voor een echt wapen, dan is de gewelddadige aanhouding te begrijpen. De politie probeert gevaarlijke arrestanten met overmacht aan te houden. Een korte worsteling verkleint de kans op letsel voor beide partijen. Daarbij mogen agenten ook de eerste klap uitdelen („pijnprikkel”) of de nekklem gebruiken om het verzet zo snel mogelijk te breken. Dat dat hier helemaal fout is gegaan is pijnlijk, maar in het geval van bedreiging wellicht niet strafbaar. De agent die in 2012 de Haagse tiener Rishi doodschoot werd uiteindelijk vrijgesproken, omdat hij mocht aannemen dat Rishi een vuurwapen trok.

Maar de ooggetuigenverslagen in diverse media wijzen eerder in de richting van belediging. Henriquez had voor zover bekend geen motief voor geweld. Dat blijkt ook uit de reactie van de agent („geen grappen”). Het ligt meer voor de hand dat de politie de grap in combinatie met het suggestieve gebaar ervoer als een opgestoken middelvinger. Een belediging dus, een provocatie.

Uitgejouwd door filmende omstanders

Het VPT-beleid maakt geen onderscheid tussen fysiek en verbaal geweld: ‘Fysiek geweld wordt natuurlijk niet geaccepteerd, evenmin als bedreiging, mishandeling of belediging. Verdachten worden gelijk aangehouden’, zo staat het op de website van de politie.

Veel politiemensen denken dat ze met een streng beleid het respect op straat terug kunnen veroveren. De tijd dat je een politieman ongestraft voor rotte vis kon uitmaken is gelukkig voorbij.

Maar een belediging van een ambtenaar in functie blijft toch heel wat anders dan (een bedreiging met) fysiek geweld. De politie zou een belediging zoveel mogelijk met woorden of met een bekeuring moeten oplossen. Gelukkig gebruiken de meeste agenten in de praktijk hun gezond verstand, maar volgens het VPT-beleid zouden ze op alle slakken zout moeten leggen.

En een foute grap van een aangeschoten feestganger kun je maar beter helemaal negeren. Uit diverse onderzoeken blijkt dat het meeste (fysieke en verbale) geweld tegen publieke dienstverleners wordt gepleegd door mensen onder invloed van drank, drugs of een psychische stoornis. Hier zijn andere maatregelen nodig, bijvoorbeeld betere en snellere opvang van verwarde personen.

Uit de filmpjes van het incident wordt pijnlijk duidelijk wat het blijvende effect is van dit doorgeschoten beleid. De agenten die hannesen met het stervende lichaam van Henriquez worden uitgejouwd door de filmende omstanders. „Goed gedaan. Helden!” roepen ze. Is het een belediging of is hun cynisme op zijn plaats?